Grundsteinlegung

 
image
 
Einstürzende Neubauten
Haus der Lüge
1989

 

Over het begin van deze plaat schreef ik al het volgende in een inleidend bericht: ‘In de maanden voor de Berlijnse muur in 1989 met beitel en hamer pal onder hun studio in Kreuzberg tot souvenirs zou verkruimeld worden maakte Einstürzende Neubauten ‘Haus der Lüge’. De Prolog is al raar. Een twijfelende dictator spreekt tot de massa: ‘Meint ihr nicht: wir könnten unterschreiben / auf dass uns ein bis zwei Prozent gehören / und Tausende uns hörig sind’. Na ‘Wir könnten, aber…’ komt er lawaai uit de boxen. Ik bedoel lawaai! Een stellingname wordt overspoeld door chaos. Of door realisme, dat kan ook.’

Er werd toen geen geluid bij geleverd. Nu wel:
 

 

De song ‘Haus der Lüge’ geeft een rondleiding op alle vijf verdiepingen van het leugenhuis. Op het eerste wonen doven die geloven wat ze horen en blinden die geloven wat ze zien, terwijl vastgebonden op een keukenstoel een zot denkt dat hij alles kan voelen met zijn handen op zijn schoot.

Verdieping 2: overal huurders die het behangpapier controleren op druk- en spellingfouten, terwijl ze geeneens hun eigen naam kunnen ontcijferen.

De volgende verdieping is nooit afgeraakt en alleen bereikbaar met de trap: hier wordt de vloer betegeld met alle vergissingen die de firma heeft gemaakt, en niemand die er ooit mag over lopen.

Op het vierde woont de architect, een denker en geen doener.

Op het gelijkvloers zijn er deuren die naar de funderingen leiden: nog even geduld en het beton komt eraan.

God zit ondertussen op zolder met een geweer in de aanslag en schiet zichzelf kapot, waardoor er opnieuw iets mogelijk is, bijvoorbeeld een dakverdieping uitbouwen. ‘Gott hat sich erschossen / ein Dachgeschoss wird ausgebaut’ wordt in de finale een paar keer snel na mekaar herhaald; moeilijker dan snel 10 keer ‘De koetsier poetst de postkoets’ zeggen.
 

 

De hoofdpersoon woont in de epiloog trouwens in de kelder. Ik denk dat de hoofdpersoon de fundering zelf is.

De ‘Fiat Lux’-trilogie begint met een blues: ‘Hör mich nur atmen / doch das beweist nichts / Inmitten meiner Kreise / doch deren Mitte bin ich nicht’.
 

 

Deel 2 van 3 delen, ‘Maifestspiele’ bevat field recordings van krakersrellen, die al sinds Nina Hagen haar eerste veiligheidsspeld zette in Berlijn klokvast op 1 mei plaatsvinden. Alan Lomax ging de bluespioniers opnemen, Béla Bartók jatte met zijn fonograaf van boerenmuziek, de Neubauten plunderden betogingen en rellen; hoe zeg je makes sense in het Duits? Het derde deel is ‘Hirnlego’, hersenlego: hier een dada-bauhaus verkleed als potten- en pannensong.

Op de hoes van ‘Haus der Lüge’ staat een pissend paard, naar een houtsnede van een tijdgenoot van Albrecht Dürer. Grote lul. Sterke straal. Het paard heeft een Neubautenmannetje in het gezicht.
 
image
 

Ergens anders op de hoes een beeld van Samson en de instortende tempel. E.N. zat in de SO-36-wijk zowat tégen de Berlijnse Muur te repeteren, zoals Sonic Youth in 2001 vlakbij de Twin Towers opnam. Lekker westerse paradox: tegelijk is deze muziek open voor interpretatie.

Onze gebouwen zijn alleen toekomstige ruïnes, staat in het Neubautmanifest. Alle materiaal, dus ook deze plaat, is materiaal voor de volgende grondlaag, voor een nieuwe fundering. In landbouwgebied: zwarte grond. In Neubautenstadstaal: Grundsteinlegung!

Eigenlijk zou dat woord hier in de Gotische letters moeten staan die tot in 1989 in de U-Bahn van Berlijn in spookstations oplichtten: metrostellen hielden er nooit halt, want bovengronds lag nog de DDR.

Ondertussen zijn we ginds een paar Grundsteinlegungen verder!
 
image
 

Mijn gedetailleerd plan van de catacomben waar niet alleen ‘Haus der Lüge’ werd opgetekend, maar waar je ook kon afdalen in de mijnschacht van Babel en de New No New Age Advanced Ambient Motor Music Machine kon besturen, kan ik weggooien. Niet erg, want de beste droomattracties staan er nog: ‘Kein bestandteil sein’, ‘Der Weg ins freie’ en ‘The garden’. Eintritt frei!

We gaan eruit met een postkaart uit 2001. Het fragment komt uit de film ‘Berlin Babylon’. De stad was sinds begin jaren negentig één grote bouwwerf geworden, en we rijden erdoor. Het enige commentaar komt via een paar Neubautenkernwoorden: Bauwut. Fassadenschwindel. Architektur ist Geiselnahme. Der Sänger singt was der Sänger sieht.
 

 

Voorbij de bovengrens

 
image
 
The xx
XX
2009

 

In 2009 draait iemand The xx in de late Stubru-uurtjes. Het is alsof aan mijn muur vier minuten lang een scheurkalender hangt van 1983, jaar waarin ik via iemand met twee X-chromosomen Young Marble Giants ontdekte.

Beginindruk: de cd ‘XX’ klinkt als via de scanner gedigitaliseerde, en daarna opgeleukte momentopnamen van de jonge marmeren giganten. Het kleurenpalet van zwart, grijs en wit is hetzelfde, en beide groepen hebben muzikanten in de rangen die heel goed weten wanneer ze niet moeten spelen. Mijn eerste indruk blijkt een oppervlakkige ouwezakkenindruk.
 

 
Ik neem mijn dochter – toen jonger dan ik was toen ik een eerste keer ‘A forest’ van The Cure hoorde – mee naar The xx in de AB. Achter in de zaal klapt en stampvoet men en wil men ambiance. Wij staan op de 10e rij en staren een poos langer naar getwijfel, bedeesdheid en verzuchting voor we ook meeklappen. Meisje zingt, jongen antwoordt met halfparlando, terwijl galmgitaar, brombas en al dan niet voorgeprogrammeerde beats aanzwellen; The xx waren toen overigens nog met 4.
 

 

Chris Isaaks ‘Blue hotel’ wordt geciteerd in ‘Infinity’. De jaren 80 krijgen zoveel gloednieuwe R&B-tinten dat ik mijn nostalgietrip voor goed stopzet. Vooral de gons in de bas is zeer bijzonder: not on the side of the apes, but on the side of the angels!

Het concert was fantastisch, maar als je me aan de uitgang had verteld dat The xx sportpaleizen ging aandoen en festivaldriedaagses ging afsluiten, door Rihanna gesampled zou worden en zou opduiken in Olympische Spelenceremonies en verkiezingsshows op de NBC’s en BBC’s dezer wereld, ik had je verteld: ‘Ze hebben ternauwernood deze zaal overleefd, ze zitten aan de bovengrens’. Opnieuw fout!

De opvolger ‘Coexist’ zou daarna veel minder goed worden dan de verwachtingen hoog waren, maar ook die kaap werd gerond. Je moet altijd vergelijken: ‘Coexist’ is beter dan de tweede worpen van Violent Femmes en The Jesus And Mary Chain samen. De tweede van Television heb ik zelfs nooit gehoord, en die van Young Marble Giants is er nooit gekomen. Wat wel waar is: Hoe klink je volstrekt nieuw en anders na zó’n debuut? Dát mag een nóg betere popgroep komen tonen.

Mijn dochter ziet ondertussen niet om: ‘Beste concert ooit’, krijg ik via sms vanop Werchter 2012. Als ik in 2013 verbaasd vraag: ‘The xx hoofdact op Pukkelpop, of wat?’, volgt een nog korter bericht: ‘Wie anders?’

Dus The xx staat op nummer 1 in de hitparade. Toen de in het grijs schilderende jaren 80-groepen als The Cure en Young Marble Giants goed op twee benen konden lopen, wilden de mensen misschien meer, en terwijl de wereld ging newbeaten en raven, grunge uitvond, hiphop groot maakte, en zelfs metal een oplapbeurt gaf, probeerde ook de schuchterste jaren 80-muziek op te klaren, het hinderlijke uit te drijven en valse afgronden te negeren.

The xx leerde via de op de radio alomtegenwoordige R&B op handen lopen, via trage dubstep die ze op de speelplaats in Londen oppikten op een koord dansen en via de zwart-wit-Cure-achtigen op één been rondjes draaien. Ze kwamen ook bij een wonderlijk singletje uit dat ze allemaal goed vonden: ‘Teardrops’ van Womack & Womack.

En kijk, op een dag kon The xx in een kleine zaal op een koord op één hand rondjes draaien, en iedereen wilde erbij zijn. Er moest naar een groter podium worden uitgeweken, en daarvoor moest de groep – ook al om de zenuwen te overwinnen – opnieuw veel meer oefenen dan anderen, maar dat waren ze gewoon.

Goeie groepsnaam ook.
 

 

De hele wereld is groen

 
image
 
Franz Schubert
Die schöne Müllerin
1823

 

Het Müllerin-verhaal kort en cynisch? Tekst: Wilhelm Müller. Muziek: Franz Schubert. Jongen raakt Meisje niet aan, spreekt zelfs niet tegen haar, is maar een knecht. Meisje is de dochter van de baas. Jongen wordt jaloers als een jager Meisje het hof maakt, wordt zo zot als een weerwolf en verdrinkt zich.

Zullen we via de indeling van de cyclus binnengaan? Vier delen: hoop, liefde, jaloezie, wanhoop.

Emotioneel stadium 1 begint fris en monter. Dion zou in ‘Das Wandern’ kunnen zingen: ‘They call me the wanderer / I roam around, around, around’.

Een molenaarsknecht trekt de deur van het huis van meester en meesters vrouw achter zich dicht, want erop uit trekken en rondreizen is zijn lieve lust. Hij heeft het van het water in het beekje aan de molen geleerd, want dat staat ook nooit stil; de molenstenen en de molenraderen evenmin.
 

 
De jonge man hoort doorheen het ruisen van de beek de watergeesten zingen, volgt die tot bij een molen, en uiteraard woont daar de mooiste molenaarsdochter van de Alpen. Dank u, lieflijk beekje, dat u de weg naar deze prachtplek wilde wijzen!

De knecht treedt in dienst bij de molenaar; handen én hart maken overuren. ‘Ach, als ik eens…’ weerklinkt in 1000 varianten. Het meisje zelf weet natuurlijk van niks.

Hij vraagt aan de beek om een ja-of-nee-antwoord zoals je ‘houdt van mij – houdt niet van mij’ aan de kroonblaadjes van een margrietje kan aflezen. Niét dus. Overigens: Bach, Mond, Wald, … romantische Duitsers maken van natuurelementen personages zoals wij elke week frieten eten.

De ‘Dein ist mein Herz und soll es ewig bleiben’-sfeer in het liefdedeel doet me denken aan ‘If there is something’ van Roxy Music. Bryan Ferry zit ook in zo’n fase: hij zou oceanen willen overzwemmen, en belooft zelfs aardappelen te telen voor zijn geliefde.
 

 
Onze 19e-eeuwse liedheld moet eerst over een donker pad: als hij in de buurt van zijn vlam eindelijk aan de waterkant zit, trekt het water hem bijna naar onderen, want van bij de eerste regendruppel wil ze naar huis. Het spiegelbeeld van het water breekt tot gruis.

Maar het tij keert opnieuw – denkt de jonge molenaar tenminste. Tekstdichter Wilhelm Müller laat een verlossende manische bui opdraven: ‘Lente, zijn dat al je bloemen?’ en ‘Zon, kan je niet harder schijnen?’ klinkt het alvorens ‘Mein! Die geliebte Müllerin ist mein!’ over berg en dal galmt. Ook de muziek blaast er opnieuw leven in.
 

 
Het Jealous guy-deel komt eraan. Denk eerst een man die zijn luit aan een haak hangt, want hij kan niet meer zingen. Het lint aan de luit is groen, en dat blijkt de favoriete kleur van het molenmeisje.

Maar een jager (met stoppelbaard, en een veel te groot geweer om op een reetje te schieten) draagt nog meer groen.
 

 
De liederen gaan nu in een stroomversnelling. Groen is eerst de goede kleur: onze held wil groen dragen, op groene weilanden liggen, onder groene graszoden begraven worden, want dat is kleur van zijn geliefde. Onmiddellijk daarna is groen de slechte kleur: hij wil het groene gras wit wenen, hij kan haar favoriete kleur niet meer verdragen. Plus: vluchten kan niet meer, want de hele wereld is groen.

Omdat noordpool, Sahara en Gobiwoestijn ook voor een romantisch hoofdpersonage moeilijk met paard bereikbaar zijn, richt de molenaarsknecht zich tot zijn enige vriend: de molenbeek.

Troost kan de beek niet meer bieden, want we zitten al in het afsluitende wanhoopluik. Het immer bewegende water spreekt de Wanderer toe: ‘Je bent aan het eind, hier vind je trouw, ik koester jou’. Om tot troost te besluiten met: ‘Der Himmel da oben, wie ist er so weit.’ Sterfscène. Doek!
 

 
De muziek is zoals Schubert ze voor ogen had: een komen en gaan van stemmingen, veel meer dan begeleiding alleen. Hoe refreinen en strofes hier in mekaar zitten, snelheden van songs verschillen, er soms geen refreinen zijn, echo’s van eerdere songs binnensluipen, en vooral: manisch geluk of berusting, een stromend bergbeekje en een jager die eraan komt ook alleen via de piano kunnen bezongen worden! Wunderbar!

Of ‘Die schöne Müllerin’ ook na Sigmund Freud en na The Velvet Underground, na twee wereldoorlogen en na onze zesde staatshervorming werkt? Absoluut. ’t Is meer een kwestie van je aan de streek dan aan de tijd aanpassen. Lintbebouwing, af en toe wind tegen en vals plat kenmerken de plek waar wij verliefd worden tot alles eventjes met alles in verbinding staat, helaas terwijl een rotonde en een stoppelveld naast een hangar ons tot achtergrond dienen.

Dit is Alpenromantiek waarvoor je goeie wandelschoenen en een sterk hart nodig hebt. De lucht is ijl. Als je alleen op pad bent, ben je alleen op pad.

Tegelijk is deze vertelling opgetekend door de stadsmuizen Müller en Schubert die mogelijk nooit een gems in het wild hebben gezien.