Erger dan een kind verliezen

 
image
 
Spinvis
Spinvis
2002

 
 
‘De sneltram en het kruispunt / en het zwembad / U bevindt zich hier’
‘Herfst en Nieuwegein’

Rewind naar 2002. Ik neem vanuit Utrecht de sneltram naar Nieuwegein-Zuid. Ik rij voorbij het zwembad. Bij het uitstappen zie ik het U bevindt zich hier-bord al van ver staan. Ik ontmoet Spinvis (in die dagen nog gewoon Eric de Jong en zijn computer) in het voorlaatste huis van de nieuwbouwwijk. Waar die wijk ophoudt begint een natuurgebied. Nederland is veel duidelijker gezoneerd dan België.

De Jong vertelt dat alle Spinviselementen pas bij mekaar zijn gekomen toen hij zijn teksten schreef én zong; tevoren had hij alleen stemmen van de radio gebruikt. Hij zegt dat zijn woorden moeten rollen: ‘Het moet spreektaal zijn, geen poëtische constructies. Als ik zing: ‘Neem dan godverdomme geen kind dan’, is de tweede ‘dan’ de mooiste, vind ik. Dat is de spreektaal-‘dan’.

Zijn songs zitten vol zo terloops mogelijke herinneringen. Voor die ene herinnering die de tekst heeft gehaald, zijn er honderd andere gesneuveld. De tekst ‘Voor ik vergeet / Koninginnedag / en wie toen mijn vrienden zijn geweest’ is terloops. In ‘De talen van mijn tong’ zegt een Liegebeest: ‘Ik zal je zeggen dat ik neergestoken ben toen ik een jaar of 12 was’. Kon ook een andere leugen geweest zijn.

Spinvis vertelt dat hij het meest wegsnijdt als de tekst te bedoelerig is, als de tekst het ritme niet meer volgt, als iets te expliciet wordt of te symfonisch. De fouten die op cassettes belanden als je de bandopnemer niet snel genoeg hebt uitgezet interesseren hem. Die onbewust opgestapelde geluidslagen is hij gaan gebruiken.
 
image
 

De bricolagesfeer van de plaat was in 2002 al zo vintage als buizenversterkers en een Tigra-asbak in de woonkamer van een niet-roker. Je hoort de knip-en-plak zelfs tussen de liedjes in: raar stemmetje, kinderkoortje, rumoerige kinderen naar wie vader roept: ‘Jongens!’

De hoofdzaak: drie kwart van de songs zijn uitstekend. Ze worden verteld vanuit een zekere noodzaak, maar hebben ook het laat-maar-hangen van een dag naar zee of een treinstaking.

Het Spinvisdebuut was net af voor de aanslag op Pim Fortuyn, dus bij het maken van de tekst van ‘In staat van narcose’ heeft de Jong toevallig een poëtisch-profetisch balletje aan het rollen gebracht: ‘Ik zweefde over steden / maar nu lig ik hier neergekwakt op het beton’. En verder: ‘Er blijft altijd iemand liggen in de cirkel / en het publiek applaudisseert.’

De Jongs eerste post-Fortuynindrukken luidden: ‘De sentimentele rouwsfeer roept een veel kwalijker sentiment op dan de man zelf. Alles wordt ook overdreven. ‘Het is erger dan je kind verliezen’, zag ik iemand op tv zeggen.’

Na het debuut ‘Spinvis’ volgen nóg veel mooie liedjes, die evenmin lineaire teksten bevatten, maar die muzikaal veel meer één vloeiende beweging zijn, en waarin soms een indierockgroep is te horen, en soms een psychedelischer ensemble. Het randje is er vergeleken bij het debuut wel een beetje af, en dus, tja, eigenlijk, krak en glitch en weet u: het doet allemaal een klein beetje minder pijn dan ‘Spinvis’. Maar dat mag.

Mooiste ‘Spinvis’-herinneringen: mijn dochter van 7 in de weer met zinnen als ‘Ik ben een vrouw van 40 met een sigaret / Ik heb een buitenaardse stof in mijn bloed’ en ‘Voor ik vergeet dat ik jarig was / en een Tic Tac in mijn neusgat had toen we naar Zeeland zijn gegaan’. Ikzelf, ondertussen luisterend naar de geniale terloopsheid van ‘Voor ik vergeet / vergeten ben / van die hersenscan / en van die toestand met dat huis / en dat ik zo iemand was die van alles wou / en niets begreep van de film waarin hij speelde / en de lafbek die hij was’.

Wat een plaat eigenlijk! Het meest emotionele invulformulier van de Lowlands!
 

 

Tusse d’Arabische wijk en den Oêstblokcoté

 
 
image
 
Tourist
Antwerps testament
2010

 

Tourist LeMC (Le MC is Frans omdat Tourist in de jaren 90 veel van de Franse scene opstak) is door mij opgerakeld in de rechterkolom van Youtube tussen andere Eigen Makelijproducties. Hij is in 2010 een man die een afluisterpost betrekt als hulpverlener (spreek uit ulpverliêner) in ’t Stàd (spreek uit: de Metropool). In de song ‘Hulpverlener’ is Tourist eerst zichzelf (‘U zit bijna twee jaar vast voor meerdere feiten met betrekking tot drugs. U hebt nog twee maanden te gaan… Hebt u al enig idee wat u wil gaan dóen?’). Daarna laat hij de crimineel aan het woord: ‘Er is buite niemand die wacht oep mij / dus niks te verlieze / en meh da wa ‘k em verdiend / kan ik relax gon renteniere’.

Hoe het is begonnen? Niet alles, maar heel veel staat al in ‘Intro’, een oude song van 2007: ‘Wilde wete wie den Tourist is? / komd nor de quartier / ik zit tusse kaerk en moskee / tusse vóedselpaketten en et OCMW / tusse d’Arabische wijk en den Oêstblokcoté / bezie mij as nen tourist in ne wereld van verschil’. Tourist legt een verband tussen zijn dialectraps en den Antwerp Social (‘Mijne vocab is dan oek ginne Van Dale / ik lijd taalarmóede / mor in dees kaensaerm wijk vald da ni echt oep’) en tussen Antwerpen modestad en de supporterskleuren van de oudste voetbalploeg van het land (‘Fok Bikkembaergs / ’t iênigste van klasse da ‘k draag zen roêd en wit’).

‘It’s mostly the voice / that gets you up’, rapte Guru ooit, en Tourist heeft drie stemmen: die van rapper (Stembuigingen en flow? Top. Anders dan de anderen? Yep. Snoeihard op de beats van zijn collega Kinetic? Check!), die van toaster (‘Ik laat de statussymbolen van Babylon los’) en die van volkszanger op z’n Wannes Van de Veldes en Katastroofs. Die laatsten mogen mee boemelen in cafélied ‘Triestige plant’, waarin geen pinten maar miserie wordt binnengekapt; in de halve finale van Humo’s Rock Rally werd ook Katastroofs ‘Goesting vor te blète’ op z’n hiphops ‘gecovered’.

 

 

‘Liefde, liefde’ en ‘Mijn stad’ zou u kunnen kennen, dat zijn – zoals ze boven de Moerdijk zeggen – dijken van schijven. Tourist heeft ondertussen een handtekening gezet onder een contract bij hét Nederlandse hiphopbedrijf Top Notch dat ‘Antwerps testament’ in 2013 in opgesmukte vorm heeft uitgebracht, met de nieuwe Tourist ft. Typhoon-single ‘Visa Paspor’ als bonus voor ingewijden en als kennismaking voor instappers.

‘Mijn stad’ gaat over de vele oorlogen die Antwerpen meemaakte, de titeltrack over een leider met een vlag, en ze gingen in 2010 niét over de steeds centralere positie van de koekenstad in het politieke spectrum en Vlaanderens conservatief-regionalistische stemgedrag, maar dan zoals ‘London calling’ van The Clash in 1979 ook niét over de ruk naar rechts van de Tories ging.

‘Belijder’ pleit in een wereld van godsdienstwaanzin voor verstandhouding (‘Ik hak met de waarheid in op al die gouden kalveren’), andere songs behandelen zonder belerend te klinken thema’s als milieuverloedering en vrouwenmishandeling, en Tourist slaagt er zelfs in de voetbalkreet ‘Wij zijn geen ratten, wij komen terug’ aandoenlijk te maken, ook voor iemand zoals ik die ’t Kiel niet van de Bosuil kan onderscheiden.

Bedankt trouwens aan de mensen van aentwaerps.be, die me groêt (groot), liêg (laag) en Aentwaerpe (Antwerpen) hebben leren schrijven, maar die er wel op staan ij en ui te schrijven. Ik heb nog nooit een Antwerpenaar ij- en ui-klanken horen gebruiken. Gaat Antwerpen nu ook standaardtaalregels opleggen?

Dus! Mijn favoriete Touristrijm in het Antwaerps? ‘Doasternis draaigt / ’t Einde nabâa / klinkt begot as The Apocalypse Nâa’. Mijn favoriete Touristzinnen tout court: ‘Melancholist om 9 uur in de morgen’ en ‘Ik vlucht van het escapisme terug in de realiteit’.

 

 
 

De hordenloper

 

De Utrechtenaar Jaap Fischer maakt in de periode 1960-1963 klatergouden kleinkunst. Vanaf 1961 heeft hij behoorlijk wat succes.

Hoestekst van zijn tweede ep, uitgebracht op Studenten Grammofoonplaten Industrie: ‘Sommige ouderwetsen meenden dat de tint van deze chansons soms ongezond was. Maar vrijwel iedereen was het erover eens dat Jaap Fischer het Nederlandse lied op een nieuwe manier benaderd heeft. De brieven die vertelden over het enthousiasme van de hoorders kwamen in groten getale binnen. Zij kwamen van teenagers en ouderen, zelfs van een ambassadeur.’
 

 

En nu het slechte nieuws. In 1964 al hangt Fischer zijn lier aan de wilgen en ‘verdwijnt van de aardbodem’, zij het niet op de wijze van Syd Barrett of Jozef van den Berg. Jaap Fischer wordt Joop Visser, gaat studeren, werkt vanuit Italië, Thailand en Egypte voor de landbouworganisatie van de Verenigde Naties, keert terug naar Nederland, promoveert tot doctor in de sociale wetenschappen op een proefschrift over betekenis en invloed van lokale kranten, werkt als leraar maatschappijleer, is actief in de coulissen van de politiek, schrijft een paar kinderboeken en een ‘gids voor jonge mensen die niet weten wat ze zullen gaan doen’.

Samen met Jessica van Noord brengt Visser zelfs cd’s uit in eigen beheer, en hij treedt op in binnen- en buitenland, maar in intieme sfeer en voor wie het wachtwoord kent. Het werk van Joop Visser zegt mij niet veel. Songs als ‘Heineken is een harddrugdealer’, ‘Ah je in Utrecht geboren ben, dan kèn je daar niks an doen’ en ‘De Volkskrant is een kutkrant’ zijn giftiger en bedoeleriger dan zijn vroege werk. Een song die ‘Huilversum’ heet wil ik zelfs niet horen.

Van subtielere schetsen als ‘Onze Jan is manager geworden’ (omdat hij nooit een vak heeft geleerd, natuurlijk) en ‘Embryoselectie is het goede’ begrijp en beaam ik de inhoud, maar de te nauw zittende predikantenjas stoort me. De hilarische liveversie van ‘Manager Jan’ is gezelliger vitriool, stel ik in 2014 vast in een Mechelse boekhandel, ter gelegenheid van de voorstelling van een stuk van de biografie van de dichter Herman de Coninck, een Fischerfan.

In de zomer van 2013 kondigen Visser en van Noord aan dat ze nog minder gaan optreden, en alleen op afspraak. Maar in november 2013 gebeurt er plots iets heel raars. ‘Bekend chansonnier Jaap Fischer was zaterdagavond te zien in Holland’s Got Talent’, lees ik, ‘maar werd niet herkend door de juryleden’.

Even inzoomen. We belanden meteen op het grote podium van deze talentenjacht. Van Noord: ‘Wij zingen een liedje van Joop. Het heet ‘De hordenloper’. Jurylid: ‘De hordenloper!’ Visser: ‘Ja, de hordenloper. ’t Gaat over een hordenloper’.

Een backstage-interview wordt ertussen gemonteerd. ‘Wij doen een liedje over ‘De hordenloper’, uit de musical ‘De hordenloper’. Interviewer: ‘De musical?’ Visser: ‘Ja, ‘De hordenloper’.

En we zijn vertrokken. ‘Hij was een hordenloper / hij liep alleen maar horden’. De stemmen van Visser en van Noord zijn respectievelijk schel en hoog, spelen café chantant en botsautootje tegelijk, en doen mij denken: ‘Hé, ander licht, andere lucht’. Ze zaaien instant verwarring bij de driekoppige jury.

De tekst is goed: ‘Een vrouw kon hij niet krijgen / Geen vrouw die om hem gaf / Aan mijn lijf geen hordenloper / Blijf van me af’. De tekst wordt vintage Fischer: ‘Ze zeiden dat het kwam / omdat z’n ouders waren gescheiden / Wat een onzin / Dat zegt natuurlijk niets / Kinderen genoeg van gescheiden ouders / die er niet aan denken horden te gaan lopen’.

Eén jurylid heeft hen al weggegongd, een ander staarde van bij zin 1 naar het plafond, nummer 3 zegt: ‘Schiet me dood’.

Het eindoordeel: ‘De tekst vind ik nog wel redelijk leuk verzonnen, maar eh, ik vind het afbreuk doen aan elkaar. De stemmen zijn vreselijk, het klinkt niet lekker om naar te luisteren.’ Van Noord hoort het met een gespeeld verbouwereerde ‘O’ aan, Visser met een bevestigend ‘Ja, dat is wel zo.’ De vrouwelijke touch kan in een jury-oordeel dezer dagen niet ontbreken: ‘Volgens mij hebben jullie heel veel plezier samen, stiekem’. Uiteraard zit ook een internationale stem in het panel: ‘Was this supposed to be funny?’ – ‘Hahaha-funny?’

Visser blijft kalm: ‘Ik ben het ermee eens’. Wat een old school-hart onder de riem voor de ontevredenen! Wat een sneer naar de bezadigden! Wat een weerstandsboodschap van Algemeen Nut! En dáár inbreken, zeg, op die plek!

Eén klein minpunt aan deze lange uitleg: ik kan het hele fragment gewoon via youtube tonen en nu heb ik alles al verklapt. Toch maar aanklikken en bijvoorbeeld letten op de juryleden, mediamensen die mij doen overwegen toch eens naar ‘Huilversum’ te luisteren.