Waterhoofdige lusteloosheid

 
image
 
Joanna Newsom
Ys
2006

 

Met de geolocatie-apparatuur waarover ik beschik heb ik plattelandsmuis Joanna Newson ter hoogte van ‘Ys’ nooit kunnen opsporen. Om de simpele reden dat er geen adres bestaat. Wat ik met zekerheid weet: Newsom bevindt zich niet in de stad in Noord-Californië waar ze opgroeide. Opener ‘Emily’ speelt zich af in landbouwgebied. Hooibalen en kruiwagens staan op hellende grond. De bergen zijn grijs en van vilt.

Joanna Newsom, die op haar tweede cd vertelt over een zeer moeilijk jaar uit haar leven, is klassiek geschoolde harpiste. Haar moeder was pianiste die ook harp speelde, haar vader dokter die wel eens naar de sterren keek, en over haar zuster Emily wordt in de gelijknamige song gezegd dat ze astrophysicus (-ca?) is. De Newsomkinderen mochten van hun ouders trouwens nooit tv kijken.

Newsoms songs zijn alles behalve een directe neerslag van gevoelens en gebeurtenissen. Alles zit verstopt in een nevel van wel zeer poëtische beschrijvingen (en van cryptische symboliek). Het wemelt ook van dieren en planten.

De voorgeschiedenis: piepjonge artieste wordt door Devendra Banhart en Will Oldham ontdekt en door critici in de freakfolk-hoek gesitueerd. Haar harpspel wordt op ‘Ys’ opgenomen door Steve Albini terwijl de mix in handen is van Jim O’Rourke. Wie al die namen kent, denkt meteen: dat is niet de b-ploeg van die muzikale subgenres. Boodschap voor wie die namen niet kent: dat is niet erg.

Newsom roept voor de productie van een heus strijkorkest de hulp in van Van Dyke Parks, omdat ze diens ‘Song cycle’ uit 1968, blijkbaar op voorspraak van Bill Callahan, fantastisch is gaan vinden. De van de hak op de tak springende avant-gardeplaat ‘Song cycle’ bevat psychedelica van vroege Pink Floyd en Beach Boysexperimenten, stapt over op vogelgezang, Donovan, een Gershwinorkest en een Hollywoodfamiliefilm, en belandt via Randy Newman en een rondgang in het laboratorium van Disneysoundtracks in een zelfverzonnen prentenboek, ik denk één waarin konijnen geruite pantoffels dragen. Ik heb eens een hele ochtend geprobeerd naar die plaat te luisteren, maar het is me niet gelukt.

De Newsomplaat bevat vijf lange songs en heet ‘Ys’ (spreek uit: ‘Iiiiiis’), naar een verdronken soort Atlantis voor de Bretonse kust! Ai. Op de hoes staat mevrouw Newsom geschilderd als was ze de Mona Lisa zelve (die ik meteen een snor wil opschilderen). Ze houdt een druïdesikkel vast en toont een gechloroformeerde mot in een kadertje. De voortekenen ogen slecht.
 
image
 
Het wordt trouwens nog erger. Dé invloed op ‘Ys’ is de lp ‘Stormcock’ van Roy Harper. Ik heb geprobeerd met de gevoelige ziel Harper mee te reizen, maar ik ben helaas niet toegerust met veel geduld voor progfolk uit 1972.

Er bléven obstructies in de weg staan bij de eerste beluisteringen van ‘Ys’. Niks tegen een harp, hoor. Maar: op ‘Ys’ zit meer harp dan er gitaar zit in ‘Are you experienced?’ Plus: alleen al om song 1 te begrijpen ben ik een belachelijke hoop fauna- en florawoorden moeten gaan opzoeken: bijvoorbeeld meadow lark (weidespreeuw), grouse (korhoen) en peony (pioenroos). Er zingt ook een chim-choo-ree mee, maar dat blijkt een verzonnen vogel.

De allerlaatste hindernis. Hou u vast voor dé zin die mij ei zo na (Zuid-Nederlands) / op een haar na (Noord-Nederlands) deze cd tegen de muur heeft doen kwakken: ‘Peonies nod in the breeze and while they wetly bow / with hydrocephalitic listlessness ants mop up their brow’. Ik vertaal: ‘Pioenrozen knikkebollen bij een licht briesje en hangen doornat voorover, terwijl mieren in hun waterhoofdige lusteloosheid (jawel, waterhoofdige lusteloosheid) hun bezwete voorhoofd afvegen’.

Objectieve samenvatting: Joanna Newsom is niét de songschrijver die het gewoon laat regenen, of die er hooguit bij zegt dat de gewassen op de velden niet aan het verdorren zijn.

Tot daar de minder goeie voortekenen. Waarom ‘Ys’ alsnog op 25 is beland? Omdat het bij Joanna Newsom vooruit gaat. Omdat ik wil weten wat ze mij te zeggen heeft. Omdat ik geloof dat het niet minder cryptisch kón, hoor dat ze zelf heel goed weet wat ze doet en voelt, en zelfs die song van 17 (!) minuten harp, orkest en schrille stem geen composiet oplevert van drie of meer songs, maar er gewoon in één lange beweging uit moest, en pas daarná is bijgevijld en opgesmukt. Omdat Newsom met haar harp vergroeid is zoals Hendrix met zijn Stratocaster.

In opener ‘Emily’ keert Newson terug naar de familiewandelingen van haar jeugd, en droomt ze van haar door positieve wetenschappen geobsedeerde zus die bij het keilen fronst als ze zich afvraagt hoe groot een hoek tussen keitje en water is op het moment dat het steentje kopje onder gaat, terwijl zij zelf ‘een met mica bezaaide modderwolk’ waarneemt, die eruit ziet ‘alsof de hemel op een spiegel had geademd’.

Haar zus en vader wisten bijna alles over de sterrenhemel, en Joanna’s hoofd stond er minder naar, maar ze beloofde hen er ooit een song over te schrijven, gewoon om nooit te vergeten dat ‘een meteoriet de bron van het licht is, en een meteoor gewoon wat we zien, en een meteoroïde een steen die uit de grote leegte komt en nu rustig ergens ligt’. Joanna Newson zal overigens nooit briljante inzichten verwerven over stenen die in de dampkring al dan niet helemaal verbrand worden, want ze verwart meteoriet nog altijd met meteoroïde. Of is dat de bedoeling?

image

Er gebeurt nog van alles in ‘Emily’: iets ernstigs met een vroedvrouw bijvoorbeeld waarbij ook haar zus betrokken wordt omdat die er mensen over inlicht, wat tot roddels leidt, maar de gebeurtenis zelf blijft onopgehelderd. We weten allleen: ‘The talk in town is becoming downright sickening’. In de natuur wordt het ondertussen lente en zomer. In waterhoofdige lusteloosheid verkerende mieren vegen het bezwete voorhoofd nog eens af. Dat mag nu.
 

 

In ‘Monkey and bear’ ontsnappen beide dieren uit een circus, maar wordt de aap de nieuwe circusdirecteur die de beer voor geld doet dansen: op een andere manier valt er volgens de aap voor tam geboren dieren niet te overleven. Ondertussen belooft de aap de hele tijd aan de beer dat hij ooit vrij zal zijn, als hij nu maar verder danst. Doet aan ‘Sommige dieren zijn meer gelijk dan anderen’ uit ‘Animal farm’ denken, maar deze Newsomfabel loopt minder akelig af.
 

 

In ‘Sawdust and diamonds’ doet het orkest niet mee en hoor je dat het woord ‘arpeggio’ afkomstig is van ‘harpeggio’, en dat Newsom probeert Kate Bushinvloeden af te schudden, wat maar half lukt. Het is in deze song dat je schrijver en Newsomfan Dave Eggers gelijk geeft: ‘Kale, kwetsbare, maar onwankelbare muziek, die je zin geeft om ook zo te zijn’.
 

 
Van ‘Only skin’ weet ik nog altijd niet of er met een gewonde, een zieke, een te aanhankelijke, een te zwijgzame of een te veel op seks beluste geliefde wordt geworsteld; de zoektocht naar samenhang in gebeurtenissen en fragmenten en symboliek levert nog minder op dan elders. Maar dit is wel de meest indrukwekkende song: in de finale zit een duet met Bill Callahan; een geweldig contrast van stemmen. Beeld om een – denk ik toch – vastgelopen relatie te vatten: cold clay. Wellicht iets dat niet meer is bij te kneden.
 

 

In verband met afsluiter ‘Cosmia’: iemand op internet weet met zekerheid dat de mot op de hoes van ‘Ys’ een hyena is, uit de familie van de uilen. Voor mensen die hun dieren helemaal niet kennen, dit is geen grap. Latijnse naam van dat nachtbeest: Cosmia trapezina!

I’ll get mi coat! And mi suitcase, want ik moet naar de studentenstad Leiden van 1961.
 

The fuckin’ dungeons of rap

 
image
 
Nas
Illmatic
1994

 

Het eerste grote hiphopinterview in een groot medium stond in de New York Times van 21 juli 1971. Acht jaar voor ‘Rapper’s delight’ ging de krant in gesprek met TAKI 183. Een rapper? Nee, een graffitispuiter. Correctie: TAKI gebruikte stiften met onafwasbare inkt. De toen 17-jarige Amerikaanse Griek, die in het echte leven Demetrius heette (en zijn roepnaam Demetraki tot TAKI had afgekort), liet in heel New York zijn elementaire tags achter. Bij de schoonmaakploegen van de New York City Subway zullen ze trouwens niet gelachen hebben: het artikel veroorzaakte behoorlijk wat copy cat behaviour. Demetrius vond zichzelf geen artiest, stopte met taggen toen hij van school af kwam, en ging in een kerncentrale werken. Zijn kinderen waren verbaasd toen ze in de 21e eeuw vernamen dat hun vader een legende was. De man beweerde dat hij altijd met een Magic Marker op zak is blijven rondlopen.
 
image

Doe uzelf een plezier en bekijk onderstaande trailer van de film ‘Wild Style’, die uitkwam in 1983. De eerste levensjaren van hiphop worden erin verbeeld. Plaats waar dit genre voor galg en rad opgroeide in een tijd waarin het nog lang niet de wereld had veroverd: de South Bronx. Overal stedelijke ruïnes. Daardoorheen regenboogtreinen vol graffiti, die aan de binnenkant vol tags zitten; sommige misschien in onuitwisbare TAKI-inkt.

In plaats van gewoon rond te hangen beginnen jongeren die niet met de spuitbus in de weer zijn eerst te scratchen en te breakdansen, later te mc’en. Een tekstfragment uit de muziek van de trailer gaat over die South Bronx: ‘To a lot of people it’s a living hell / full of frustration and poverty / but wait, it’s a challenge, an opportunity / to rise above the state of debris’. De film kwam uit dik tien jaar voor Nas’ ‘Illmatic’.
 

 

Fast forward naar 1994. Als wát voor een splinterbom het debuut ‘Illmatic’ van de toen 21-jarige Nas (geboren Nasir Jones) is ingeslagen in New York, waar de hiphopincrowd aan de hand van geloste demo’s – ja, zelfs van vooruitgeschoven singles – wist dat een nieuwe koning was opgestaan, niet gewoon in de Queensbridge housing projects (die Nas to the fullest representte), niet louter in het zoveel grotere Queens, maar in héél fuckin’ New York?

Als wat voor een splinterbom?

Ik zal het u proberen uit te leggen.

Ik zal het u proberen uit te leggen aan de hand van de intro ‘Genesis’, waarin een stuk geciteerd wordt uit die graffitifilm ‘Wild Style’. De oudere broer van graffitikunstenaar Zorro vindt z’n jonge broer een loser en zegt tegen ‘em: ‘There ain’t nothing out here for you’. Waarop Zorro antwoordt: ‘Oh yes, there is… this’, waarmee hij graffiti bedoelt.

‘Yo, Nas’, vraagt een homie, ‘What’s this bullshit on the radio?’, en Nas’ antwoord klinkt als een lange ‘Ach’, die bestaat uit Chill en Knamsaying – kort voor know what I’m saying.

Jacksons (briefjes van 20) en Grants (50 dollarbiljetten) worden geteld, Hennesey wordt gedronken. In alle 9 songs die volgen wordt trouwens serieus gezopen, al heet de drank hier en daar Henrock, Moet, 40 oz.; omdat Nas tijdens het schrijven van de plaat nog geen 21 is stuurt hij altijd zijn crew naar de winkel. Phillies worden óók aan de lopende band gerold; ze heten soms buddhas, reefers of blunts.

En dan zegt Nas’ maatje: ‘We need to let them niggas know it’s real man’, waarop Nas: ‘When it’s real, you’re doing this even without a record contract, knamsaying’, waarna ik even niet meeluister met dit telefoongesprek tussen Nas en crew…

Dat niet meeluisteren betekent eigenlijk dat ik altijd wacht op de laatste zin: ‘Niggas don’t listen, man, … it’s illmatic’, wat waarschijnlijk betekent dat Nas én bovennatuurlijk getalenteerd is, én dat het bij hem allemaal volautomatisch gaat. Later op de plaat zal hij rappen: ‘I’m as ill as a convict who kills for phone time’. De man weet heel goed welke wereld hij represent.

En dan! Dan vertrekt ‘New York state of mind’, mogelijk de beste hiphoptrack uit de geschiedenis van de hiphop, sloom op een beat van DJ Premier: ‘Straight out the fuckin’ dungeons of rap / Where fake niggaz don’t make it back’. Nas rapt ook: ‘I don’t know how to start this shit’, en dat is niet gewoon een retorische truc of valse bescheidenheid, nee, Nas maakt in 1994 zowat de eerste alomvattende scan van een rapper binnen zijn crew in zijn wijk in zijn stad, en die scan is aanzienlijk groot.
 

 

‘Illmatic’ is niet langer een verzameling CNN-soundbites voor zwarten, zoals Public Enemy zich noemde. Dit is geen nieuwsuitzending meer. Dit is, voor wie tussen de regels van de in het genre verplichte opschepperij leest, een realistische, goeie autobiografie met stadsportret, a story from the real. Lijkt al een beetje op het drugsdealers-on-them-corners-deel in de serie ‘The wire’.

Nas doet op ‘Illmatic’ van alles wat: hij schrijft brieven naar een bevriende gevangene en praat met diens vrouw die hem met hun beider zoon weigert te gaan bezoeken, maar die ondertussen wel met iemand van een rivaliserende bende heeft aangepapt.

Nas droomt er als gangster net als Stringer Bell in ‘The wire’ van om in vastgoed te investeren. Ook knap: als hij achtervolgd wordt belandt hij in een hotellobby tussen kinderen; een hachelijke situatie. Hij ziet de rap game in een crack game veranderen, en is zelf ook niet meteen your legal kinda fella. Maar hij gebruikt liever zijn gezond verstand dan 3 tot 9 jaar te gaan brommen of klakkeloos de toen zeer populaire Nation Of Islamaanhangers te geloven.

De vertelling zit overal vol woordspelletjes en dubbele bodems, Nas heeft een uitstekende cadans en flow en gaat soms zo snel dat er, om hem te begrijpen aan het handje van de gids (rapgenius.com, wie anders?), al eens gepauzeerd moet worden, of enorm veel keren geluisterd.

Ik geloof de piepjonge, vroegrijpe Nas meestal, behalve als hij overal en altijd rapt dat hij stoned en dronken rondloopt. Als dat waar is, is zijn allergrootste talent: die waas onderdrukken en toch to the point blijven.

In 1994 ook volstrekt nieuw: ‘Illmatic’ is een hiphopplaat die niet het stempel draagt van één producer. Even tellen: DJ Premier (tegen wie Nas Primo mocht zeggen), L.E.S., Pete Rock, The Large Professor en veruit de herkenbaarste (want hij zingt zelf het korte refrein van ‘One love’): Q Tip van A Tribe Called Quest. Dat zijn vijf (!) producers met elk hun voetafdruk op de plaat.

Hoogtepunten: alles. Elk jaar heb ik andere favorieten: de Michael Jacksonsample in ‘It ain’t hard to tell’, de basketbalritmes in ‘Halftime’, de door Nas’ vader gespeelde droevige trompet aan het eind van een track die de gettofilosofie in één zin vat (‘Life’s a bitch and then you die’), de catchyness van ‘The world is yours’, ‘Represent’ dat vandaag in repeat gaat en nooit eerder mijn favoriet was…
 

 

Nas, mijmerend over toen: ‘Time was… grey New York skies in the winter and fall, sunny humid days and nights in the summer. The way they are today. But we had more original dreams. You wouldn’t see it online, you wouldn’t see who you wanted to be on tv that much, you wouldn’t see it, you were dreaming. And you had al lot of kids with a lot of imagination, like myself.’

Overigens, de voor mij meest herkenbare Nas-zin is ‘Never put me in your box if your shit eats tapes’. Gaat over de blues die komt nadat cassettebandjes vastlopen. Dat heeft lang geleden een paar keer serieus pijn gedaan.

Not by the hair of my chinny chin chin

 
image
 
Tool
Aenima
1996

 

Henry Rollins over Nirvana: ‘Ineens waren de Poisons en Bonjovis dezer wereld als Rommel in de woestijn: overgefinancierd, opgeblazen, zonder vaseline’. Wat dat van de groep Tool maakt ter hoogte van ‘Opiate’ (1992) en ‘Undertow’ (1993)? De beslissende tweede slag om El Alamein dan maar? Een keerpunt in de hair metaloorlog. Ook The Scorpions waren al hun tanks kwijt en gaven zich over.

Let wel, áls Tool al klinkt als de hard-zachtwipplank van de typische grunge van die tijd, is het in een genrevariant met omleidingen. Tool woont ook ver van Seattle, in de City Of Angels, maar huldigt nergens de L.A. Stripdecadentie van Guns’N’Roses. Een uplift mofo party plan hebben ze evenmin: aan hun lijf geen Funkadelicinvloeden.

De heren luisteren alle vier naar King Krimson (beweren ze toch, als leden van het echte King Crimson met Toolmuziek geconfronteerd worden horen ze zichzelf nergens).

De eerste Toolsong die mij ooit plat kreeg heet ‘Hush’: ‘I can’t say what I want to / even if I’m not serious’, dié bom. In weerwil van dat tekstfragment nemen die van Tool hun muziek zéér au sérieux, en verlangen ze ook van hun publiek dat ze meer zijn dan gedwee, al dan niet skydivend klapvee.
 

 
3/4 van Tool komt van heel ver. Toen ze nog aan de groep moesten beginnen waren ze bevriend met Green Jellÿ, een bende crossovercarnavalisten met wie ze zelfs een huis deelden. Eén van Green Jellÿ’s songs heette ‘I’ve Got Poo-Poo On My Shoe’, een andere duurde 1 seconde. Green Jellÿ liet een limousine voorrijden toen niemand hen kende. De cd ‘Triple Live Möther Gööse at Budokan’ werd in een garage opgenomen. De fans namen de doorzichtige gelatinepudding waarnaar de groep zich noemde mee naar optredens, en niet om ‘em op te eten.

Green Jellÿ had veel minder tijd en aandacht voor de muziek dan voor de garderobe (‘Onze grootste invloed is Gwar. Van hen leerden we dat je je kostuums niet van papier-maché en kippengaas, maar van isomo moet maken’).

Hun eerste bekendheid verwierven ze via The Gong Show, waar ze verkleed als koe, drol en pompoen naartoe trokken. Als u hen kent is het van de hit waarin ‘Little pig, little pig, let me in’ wordt gevolgd door een falsettohoog ‘Not by the hair of my chinny chin chin’. Wel, dié chinny chin chin, die werd ingezongen door Maynard James Keenan van Tool. Aan de drums Danny Carey. Gitarist Adam Jones was betrokken bij de claymation voor de clip.

De idiotie van de pre-Tooldagen laat tot op de derde plaat serieuze remsporen achter. De hoes van ‘Aenima’ bevat 16 hoezen van andere platen die de groep zou hebben gemaakt. Other albums available by Tool: ‘Betlehem abortion clinic’ (op de hoes een foto van een glasraam), ‘Bad breath’ (een miss uit de missverkiezing), ‘I smell urine’ (een kind hangt boven een drinkfontein).

‘Intermission’ wordt ingespeeld door iemand die later muziek zou maken voor Spongebob Squarepants. Een neefje van Hitler zweept in de Nine Inch Nailsparodie ‘Die Eier von Satan’ de massa op met een recept voor koekjes. Ingrediënten: ‘Eine Messerspitze Turkisches Haschisch / Ein halbes Pfund Butter / Ein Teelöffel Vanillenzucker’. Toverspreuk: ‘Simsalbimbamba’. Tip om gezellig te kokkerellen: ‘Auf ein gefettetes Backblech legen und / Bei zweihundert Grad fur funfzehn Minuten backen’. Woorden die in de plaats van ‘Heil Hitler’ komen: ‘KEINE EIER’.
  
Een Italiaan laat ook ergens een boodschap op een antwoordapparaat achter: ‘Pezzo di merda, figlio di puttana. I hope somebody in your family dies soon.’

De sfeer wordt inderdaad gemener: in ‘Hooker with a penis’ komt Maynard Keenan een in de juiste Vans, 501’s, t-shirt en piercings gestoken punker tegen die hem meldt dat Tool zichzelf verkocht heeft aan de duivel. Keenan wordt er dus van beschuldigd een sell out te zijn. Zijn antwoord: ‘I sold my soul to make a record, Dipshit / And then you bought one’. Natuurlijk wint ex-militair Keenan van opponent Trendy Punker met knock-out.

Het meeste van wat u hier (en tot hier) over Tool las, gom ik nu weg. Ik neem uit de dagen voor ‘Aenima’ alleen een paar oude songs mee (‘Prison sex’, ‘Hush’, ‘Sober’). Ik laat ook ‘Lateralus’ en ‘10,000 days’ achter – platen van later. Slechte platen? Nee, maar ze zijn minder afgronddiep, veel beredeneerder en egaler van kwaliteit; sommige songs klinken als Metallica. De cd’s bevatten minder hoge pieken dan de zes zesduizenders die ik na wat opruimwerk uit deze Himalaya knip. Graag gedaan.

1. ‘Stinkfist’, de opener die je meteen in de houdgreep van de Toolvibe brengt, om je niet meer te lossen. De bizarre ritmeveranderingen blijven voor mij na al die jaren gelijke tred houden met herinneringen aan de performance van de zanger die als een gebochelde met een getatoeëerde ruggengraat alle hoeken van het podium verkende en aan de video’s met de spooky stopmotion-animatie met kleimannetjes van Adam Jones. Tool is eigenlijk een beetje stopmotion. De tekst met finger deep… knuckle deep… elbow deep inside the borderline… verandert vandaag bij elke nieuwe beluistering van betekenis, maar omdat de plaat in het Dutrouxjaar 1996 is geboren, hoorde ik in die dagen over kindermisbruik zingen, vanuit het standpunt van de misbruiker, die ooit zelf misbruikt werd. In die interpretatie is de hardste zin: ‘What became of subtlety?’
 

 
2. ‘Eulogy’, over Scientology-oprichter Ron L. Hubbard. Inderdaad een zéér irritant man. In de muziek is alle vet eraf getrimd, een tijdje vasten heeft lichaam en geest van alle vuiligheid gereinigd. Voor de ‘martelaar’ Hubbard is de boodschap ondertussen niet mals: ‘Get off your fucking cross / We need the fucking space / to nail the next fool martyr’.
 

 
3. ‘H.’, een ouroboros van een song. Ik zei dus: een slang van een song die zijn eigen staart opeet om een eeuwige cirkel te vormen. ‘The snake behind me hisses / what my damage could have done / my blood before me begs me / open up my heart again’. Niet kunnen kiezen. Kiezen. Evolutie. Verandering. Beweging. Eenheid. Wederkeer. Stilstaan voor de spiegel en weer niks dat je tegemoet komt, dát natuurlijk ook.
 

 
4. ‘Jimmy’, heel waarschijnlijk een mijmering van Keenan bij een gebeurtenis die hem tekende: zijn moeder raakte volledig verlamd toen hij 11 was. Ontroerende, machtige song! Verkent en onderzoekt in de kindertijd diepten en hoogten van waarheid en inzicht. Belandt uiteindelijk zonder landingsfouten op de mat van de volwassenheid.
 

 
5. ‘Forty Six & 2′, dat ook over schaduwen gaat, en hoe ze te controleren. Dit is een uitgeslagen brand aangestoken door hart én verstand, en een brand die hart en verstand daarna proberen te blussen. In de song zit veel van de schaduwtheorie van Carl Gustav Jung. Kort: je schaduw (samen met anima en persona een van ’s mans drie archetypes) integreer je best een beetje in je doen en laten in plaats van ‘em naar het onderbewuste te verbannen. Tool klinkt hier alsof het koste wat het kost van plan is om op de wijze van The Doors door te breken naar de andere kant. ’46 & 2 are just ahead of me’ klinkt het ergens: heeft waarschijnlijk te maken met een totaal van de pot gerukte theorie van ene Drunvalo Mechizedek. Hij dicht de Aboriginals 42+2 chromosomen toe (niet waar). Hij plaatst ons moderne mensen met 44+2 chromosomen (oké) in een overgangsfase: we zullen evolueren naar een geüpdatete soort met 46+2 chromosomen (jaja) die ons bewustzijn een boost gaat geven (uiteraard!). Is op z’n slechtst een gevaarlijke theorie (omdat de Aboriginals geen mensen meer genoemd worden), en op z’n best een verzinsel zoals de bijbel een verzinsel is, en daar hoort zoals bij de bijbel vandaag een lange internetdiscussie bij, die voor mij vooral interessant is geweest. Waarom Tool, doorgaans intelligente mensen, hier naar deze kwakzalver verwijzen? Beats me.
 

 
6. ‘Aenema’: een darmspoeling voor de ziel van Tinseltown Los Angeles. Tool samplet de in 1994 gestorven comedian Bill Hicks: ‘Leer zwemmen, want ik zit te hopen op een zondvloed die jullie tot aan de baai van Arizona wegspoelt’. In de cd-inlay een geschilderd portret van Hicks, met onderschrift ‘Another dead hero’. Hicks was een vriend en een verwante ziel: ook op zoek naar psychedelische verlichting en iemand die zich op z’n trips evenmin beperkte tot de tuin van Eden. De Hicks- en Toolboodschap aan alle L.A.-freaks van toen met hun liposuctie en hun Prozac en hun goedkope praatjes over religie was natuurlijk niet: leer zwemmen of sterf, maar wel: plug je hart en je hersenen opnieuw in in het collectieve bewustzijn.