‘Zet die ploat af’

 
GetAttachment-1.aspx
 
Brian Eno + David Byrne
My life in the bush of ghosts
1981

 

Was het nu 80, 80 of 80 toen ‘My life in the bush of ghosts’ gemaakt werd door aan de ene kant ambientmeester en meest buitenaards ogende lid van Roxy Music, Brian Eno, en aan de andere kant zenuwpees David Byrne die in ‘Psycho killer’ van Talking Heads had gezongen: ‘I can’t seem to face up to the facts / I’m tense and nervous and I can’t relax’?

Het was inderdaad 1980 en niet 1981, zoals ik tot niet zo lang geleden – vorige week, eigenlijk – dacht. Waarom dat belangrijk is? Omdat nu blijkt dat ‘My life in the bush of ghosts’ is opgenomen een jaar voor ‘Remain in light’, (mijn favoriete plaat) van Talking Heads, en alleen later uitkwam omdat er samples moesten gecleard worden: toen nog een onvoorziene omstandigheid. Dit is – of had ik dat al gezegd – een vocal samplingplaat.

Toen ‘My life’ gemaakt en herwerkt werd, en het eventuele clearen van samples van Arabische zangers, radio-evangelisten en zelfs die van een heuse exorcist aan de gang was, leefden Byrne, Eno en ik in omzeggens dezelfde wereld: die van Jaruzelski, Khomeini, Carter die in Reagan veranderde en ‘Do that to me one more time’ van Captain & Tenille – maar ik was 15 en kon nog niet goed lezen. Ik woonde ook niet in het New York van Liquid Liquid en E.S.G., van no wave en Blondie, van Chic en Sugarhill Gang, en dus van extended maxi-singles (van bijvoorbeeld Chic, Blondie en Sugarhill Gang). Ik duwde in mijn Europese, Belgische, Vlaamse, GroothertogdomBrabantse slaapkamer ‘Nummer 1′ van De Kreuners op rewind, en wachtte ’s ochtends tot iedereen de deur uit was, om voor ik naar school koerste loeihard ‘Born under punches’ van Talking Heads te ondergaan op de grote stereo.

Ik hoor nu waarom dit op my very own private teenage ontbijtradio een verzoekplaat was: Adrian Belew speelt na 2’35” een korte, maar fenomenale gitaarsolo die meer als een modem van 15 jaar later klinkt dan als een gitaar; waarschijnlijk omdat producer Brian Eno ze stiekem aan een synthesizer heeft gekoppeld.

Dé hit uit ‘Remain in light’ is ‘Once in a lifetime’, waarin David Byrne de zinnen ‘You may find yourself…’ en ‘You may ask yourself…’ herhaalt als een predikant, maar zijn toehoorders niet met geloofstwijfel, maar met een midlife crisis confronteert. Dé Talking Headshit is dus een echo van ‘Regiment’, ‘Amerika is waiting’ en ‘Help me somebody’ uit ‘My life in the bush of ghosts’, dat eerder werd gemaakt, en niet andersom.
 

 

‘My life’ is aan de andere kant dat beetje meer Eno dan Byrne: Eno was op sabbatical getrokken met in zijn rugzak tapes van Fela Kuti en Arabische zangers en van BBC-opnamen van Engelse dialecten, en wilde niet meer zelf zingen, maar radio- en andere stemmen inpassen in ritmes uit een virtueel Afrika dat hij samen met Byrne verzon. Hoe we ons dat moeten voorstellen in een tijd zonder samplers en tijdcorrectiemogelijkheden via de computer? Bandopnemer op juiste snelheid zetten en goed mikken als de track loopt. In Byrnes woorden: ‘De vocalen tegen de tracks aangooien.’ The days of trial and error.

Terug naar ‘Bush of ghosts’: niet de eerste sampleplaat, maar wel de eerste waarop vocale samples de zanglijnen van iets halfdansbaars werden. En de eerste waarnaar iemand riep: ‘Koranvers + muziek = satan’. Het machtige ‘Qu’ran’ werd onder druk van die fuckers van de plaat gehaald, maar is – as we check it – op internet te vinden.
 

 

Zijn ‘Yashar’ van Cabaret Voltaire (‘The 70 billion people on earth, where are they hiding?’) en ‘Paid in full’ van Eric B and Rakim in de Coldcutremix (met de Ofra Hazastem en de This is a journey into sound-annonce erbij) door Eno en Byrne beïnvloed? Misschien. De nummer 1-hit ‘N-n-n-n-nineteen’ van Paul Hardcastle? Zou kunnen.

In verband met de makers van de Plopsaland-discotheekschijven met vocals van Paul Vanden Boeynants en Bart De Wever die respectievelijk gesampled werden in ‘Qui m’a enlevé?’ en ‘Zet die ploat af’: ze beschikken over betere sample- en timingapparatuur dan Eno en Byrne in 1980, maar ook over dat ietsje minder smaak, talent en liefde voor muziek.

 

 

Are we something utterly special in the universe?

 

image
 
Orbital
In sides
1996

 

Orbital is de M25-ring rond Londen die mensen eind jaren 80 en begin jaren 90 namen op zoek naar last minute aangekondigde, illegale boenk-kletsfeestjes. Orbital is ook een ravend duo. Toen ik hun ‘Chime’, ‘Belfast’, ‘Impact’ en ‘Halcyon + On + On’ op een te kille cd hoorde, wilde ik al dat heerlijke geknetter en gezweef en gebonk, die al woonkamer en schedelpan hadden gevuld, samen met anderen in een koortsige feestruimte meemaken. Ik geraakte met vertraging in het Engelse stadje Exeter toen in 1994 ‘Snivilisation’ uitkwam.

Vanop een soort zwarte steen van Mekka in het midden van de zaal en vanachter op en neer dansende lichtjes van zaklampen die tussen glas en oortjes van brillen waren gelast, versmolten de broers Hartnoll daar snelle breakbeatjungle met minder hectische rave-anthems van een paar jaar ervoor. ‘Are we here?’, vroeg een stem. ‘Are we unique, are we something utterly special in the universe or are we, are we, an example of many different civilizations, many different life forms?’. Het was een van de tekstsamples die de ruimte opvulde. Ik ben hen in de jaren 90 ook blijven goed vinden in Brussel, Londen, Torhout, Meerhout en Kiewit; op die laatste plek doofde de zon uit en knipte de volle maan aan.
 
image
 

In 1996 hebben de broers Orbital – die ondertussen als een van de eerste elektronica-acts het clubcircuit hebben verruild voor headlinerposities op de grootste openluchtfestivals – ter hoogte van opvolger ‘In sides’ heel duidelijk het evangelie volgens Kraftwerk gelezen. Alleen lijkt ‘Autobahn’ herwerkt voor de trein-, tram- en busdag, wordt ‘Radioactivity’ geremixt door de groenen (‘The Girl with the Sun in Her Head’ is volledig opgenomen op zonnestroom afkomstig van de Greenpeacemobiel) en was een deel van hun al dan niet part time ravende fans gediplomeerd in de kunsten van het batikken en macrameeën; de esthetisch onverantwoorde hoofddeksels moest je er ook bij nemen.

Orbital trok al vanaf ‘Snivilisation’ een hoop rockvolk over de schreef, al vraag ik me nog altijd af wat de mensen zagen en hoorden die in die tijd bij de independent rock van Pavement en Afghan Whigs en Trumans Water bleven zweren en nooit de veerman hebben betaald naar het continent van de Britse, niet louter op rauwe Prodigypower draaiende bleeps van Orbital, The Orb, Leftfield en Sabres Of Paradise? Ik denk een onbetekenend borduurwerkje en een defecte horloge. Weinig tekst en geen gitaren was ooit een soort heiligschennis, terwijl het natuurlijk gewoon weinig tekst en geen gitaren is.

image
Orbital was live geweldig, en toch weet ik nog altijd niet wie Phil en wie Paul Hartnoll is. We zullen maar zeggen dat ze achter een kluwen verstrengelde kabels allebei in beslag genomen werden door hun nijverheid: mixen en sequencen tot ze iets onvaster liepen dan op plaat. In het ambientluik lieten ze als melancholische walvissen klinkende vocalen fraaie beddingen volgen.

Hun beste tracks (zonder enige twijfel ‘The box’ en ‘Out there somewhere part 1 & 2’ vanop ‘In sides’) zijn als barokmuziek gelaagd geweven elektronicatapijten. Hoor hoe themalagen onderling uitvechten wie wint; het lijken wel fuga’s. Wellicht overdrijf ik nu. De eendimensionale mens danste in die periode alvast elders, bijvoorbeeld in Bonzaïende discotheken, maar er wáren momenten waarop deze twee zotte, belichtbrilde mutsen evenveel handen wilden zien als Yves Deruyter.
 

 

Zo goed als het niet-slapende en toch dromende ‘In Sides’ werd het nooit meer, het regent niet echt nieuwe Orbitalideeën op later werk en de stemming is doorgaans te melig.

Ik wil eigenlijk verdwijnen met een simpel It’s only tintelende techno van toen, but I like it, maar ik voel me verplicht een zeer vreemd, ultra-Brits moment aan te stippen: de openingsceremonie van de Paralympics in 2012. Steven Hawking zit met Orbitalbril in zijn rolstoel, en zegt met die op ‘OK Computer’ door Radiohead geïmiteerde intercomstem: ‘By smashing particles together at enormous energies, the Large Hadron Collider recreates conditions of the Big Bang.’ Waarna de BBC-commentator zegt dat het stadion nu zelf een grote Hadronenbotser gaat worden en ideeën als elementaire deeltjes onder verhitting tegen mekaar gaan botsen. Orbital gooit ‘Spasticus autisticus’ van Ian Dury in de mix, en dansende gehandicapten steken borden met ‘Gelijkheid’ in de lucht. Mijn nachtnotities hierover moet ik weggooien.

 

 

Erger dan een kind verliezen

 
image
 
Spinvis
Spinvis
2002

 
 
‘De sneltram en het kruispunt / en het zwembad / U bevindt zich hier’
‘Herfst en Nieuwegein’

Rewind naar 2002. Ik neem vanuit Utrecht de sneltram naar Nieuwegein-Zuid. Ik rij voorbij het zwembad. Bij het uitstappen zie ik het U bevindt zich hier-bord al van ver staan. Ik ontmoet Spinvis (in die dagen nog gewoon Eric de Jong en zijn computer) in het voorlaatste huis van de nieuwbouwwijk. Waar die wijk ophoudt begint een natuurgebied. Nederland is veel duidelijker gezoneerd dan België.

De Jong vertelt dat alle Spinviselementen pas bij mekaar zijn gekomen toen hij zijn teksten schreef én zong; tevoren had hij alleen stemmen van de radio gebruikt. Hij zegt dat zijn woorden moeten rollen: ‘Het moet spreektaal zijn, geen poëtische constructies. Als ik zing: ‘Neem dan godverdomme geen kind dan’, is de tweede ‘dan’ de mooiste, vind ik. Dat is de spreektaal-‘dan’.

Zijn songs zitten vol zo terloops mogelijke herinneringen. Voor die ene herinnering die de tekst heeft gehaald, zijn er honderd andere gesneuveld. De tekst ‘Voor ik vergeet / Koninginnedag / en wie toen mijn vrienden zijn geweest’ is terloops. In ‘De talen van mijn tong’ zegt een Liegebeest: ‘Ik zal je zeggen dat ik neergestoken ben toen ik een jaar of 12 was’. Kon ook een andere leugen geweest zijn.

Spinvis vertelt dat hij het meest wegsnijdt als de tekst te bedoelerig is, als de tekst het ritme niet meer volgt, als iets te expliciet wordt of te symfonisch. De fouten die op cassettes belanden als je de bandopnemer niet snel genoeg hebt uitgezet interesseren hem. Die onbewust opgestapelde geluidslagen is hij gaan gebruiken.
 
image
 

De bricolagesfeer van de plaat was in 2002 al zo vintage als buizenversterkers en een Tigra-asbak in de woonkamer van een niet-roker. Je hoort de knip-en-plak zelfs tussen de liedjes in: raar stemmetje, kinderkoortje, rumoerige kinderen naar wie vader roept: ‘Jongens!’

De hoofdzaak: drie kwart van de songs zijn uitstekend. Ze worden verteld vanuit een zekere noodzaak, maar hebben ook het laat-maar-hangen van een dag naar zee of een treinstaking.

Het Spinvisdebuut was net af voor de aanslag op Pim Fortuyn, dus bij het maken van de tekst van ‘In staat van narcose’ heeft de Jong toevallig een poëtisch-profetisch balletje aan het rollen gebracht: ‘Ik zweefde over steden / maar nu lig ik hier neergekwakt op het beton’. En verder: ‘Er blijft altijd iemand liggen in de cirkel / en het publiek applaudisseert.’

De Jongs eerste post-Fortuynindrukken luidden: ‘De sentimentele rouwsfeer roept een veel kwalijker sentiment op dan de man zelf. Alles wordt ook overdreven. ‘Het is erger dan je kind verliezen’, zag ik iemand op tv zeggen.’

Na het debuut ‘Spinvis’ volgen nóg veel mooie liedjes, die evenmin lineaire teksten bevatten, maar die muzikaal veel meer één vloeiende beweging zijn, en waarin soms een indierockgroep is te horen, en soms een psychedelischer ensemble. Het randje is er vergeleken bij het debuut wel een beetje af, en dus, tja, eigenlijk, krak en glitch en weet u: het doet allemaal een klein beetje minder pijn dan ‘Spinvis’. Maar dat mag.

Mooiste ‘Spinvis’-herinneringen: mijn dochter van 7 in de weer met zinnen als ‘Ik ben een vrouw van 40 met een sigaret / Ik heb een buitenaardse stof in mijn bloed’ en ‘Voor ik vergeet dat ik jarig was / en een Tic Tac in mijn neusgat had toen we naar Zeeland zijn gegaan’. Ikzelf, ondertussen luisterend naar de geniale terloopsheid van ‘Voor ik vergeet / vergeten ben / van die hersenscan / en van die toestand met dat huis / en dat ik zo iemand was die van alles wou / en niets begreep van de film waarin hij speelde / en de lafbek die hij was’.

Wat een plaat eigenlijk! Het meest emotionele invulformulier van de Lowlands!