‘What the fuck is you talking about?’

 
GetAttachment.aspx
 
Wu-Tang Clan
Enter the Wu-Tang (36 Chambers)
1993

 

Eerst even uw aandacht voor 4 minuten klank en beeld:
 

 

Zo. Op 72 treffen we in één klap negen (!) nieuwe namen: ‘The RZA, The GZA, Ol’ Dirty Bastard, Inspectah Deck, Raekwon The Chef, U-God, Ghostface Killah and the Method Man’. Dat rijmt in 1993 op ‘The Wu-Tang Clan strikes again’. Inderdaad, geen negen, maar acht namen. Rapper van dienst Method Man is zijn collega Masta Killa vergeten. Komt ervan als je je jaarlijkse Clanlidgeld niet op tijd betaalt.

Het devies dat zowel voor een rijmende Method Man als voor mij geldt: check en dubbelcheck in godsnaam namen, feiten en jaartallen. In 1997, periode waarin ik slechts vier jaar achter liep, heb ik in Humo over het debuut van Wu-Tang Clan geschreven dat ik de plaat in de zomer van 1993 heb gekocht terwijl ze pas in november van dat jaar is verschenen. Dat is straf!

Het was goed weer, herinner ik me, toen ik, op wandel in New York, nieuwsgierig werd gemaakt door een grote display in een platenwinkel, met daarop de vleermuis-‘W’, de ‘W’ van Wu-Tang Clan. Ik schreef: ‘We maakten onszelf belachelijk door te gaan vragen of die plaat een must was. De verkoper vroeg: ‘Don’t you know Wu-Tang Clan?’, stopte de plaat vol misprijzen in een papieren zak en zei hoeveel het was.’ Logisch dat die man mij een complete onnozelaar vond. Ik heb ‘Enter the Wu-Tang (36 Chambers)’ in de zomer van 1994 gekocht; een geluk dat-ie nog in stock was.

Ik hoorde, toen ik deze baanbrekende plaat had gekocht, trouwens niks. Ik bedoel niet: het Wu-slangwoordenboek, The Wu-Tang Manual en Tarantino’s ‘Kill Bill’ moesten nog geschreven worden. Natuurlijk hadden wij toen de teksten en de analyses niet, en evenmin de lange lijst van gesamplede platen (die je vandaag meteen kan beluisteren). ‘Wu-Tang’ klonk indertijd sowieso te donker en te anders. Er zaten fragmenten van kungfufilms in, en samples die god weet waar vandaan kwamen. Er was nooit een groep geweest met zoveel verschillende stemmen. En waar hadden die stemmen het over? Over ‘Het Eiland Shaolin’. Over schaken. Over ‘de 36e kamer van de dood’. Of nog: waarom begroetten ze elkaar allemaal met ‘Yo God’?

Neem nu die skit waarin Method Man een obscure kungfuvideo van Raekwon heeft uitgeleend. Op een feestje bij hem thuis is die ontvreemd, en de heren discussiëren daarover als U-God en Ghostface komen vertellen dat een bekende uit de drugswereld is doodgeschoten (‘The nigga laying there with his fucking… All types of fucking blood coming out of his fucking…’), waarna iemand sarcastisch vraagt of hij dood is. Rae begint tot verbazing van Ghost tegen Meth opnieuw over die tape te zeuren, en Ghost vraagt zich af: ‘What the fuck is you talking about?’ Dat is krék ‘Reservoir dogs’, maar slechter opgenomen en met meer slang en meer inside jokes. En vooral: zonder ondertitels. Indertijd een zéér moeilijke plaat dus.

Nu natuurlijk niet meer. Meer dan één Wu Tang-rapper looft in de teksten RZA’s beats, muziek en samples. En terecht. RZA speelt piano als Thelonious Monk en Sun Ra (toegegeven, soms ook als Elton John), het modderige geluid heeft technisch met het beperkte geheugen van oude machinerie te maken – ik voorspel nog meer dan één vintagerevival – en voorbeelden van sublieme old fly shit die RZA als sample opdelft (en waarvan ik het merendeel via de Clan heb leren kennen) zijn er in overvloed.

‘Synthetic substitution’ van Melvin Bliss duikt een paar keer op. Syl Johnsons ‘Different strokes’ (waarvan niet de bekende intro, maar de bas gesampled wordt in ‘Shame on a nigga’), ‘Honey bee’ van New Birth, ‘Spinning wheel’ van Lonnie Liston Smith en ‘Tramp’ van Otis & Carla zijn fantastische schijven.

‘The way we were’ van Gladys Knight & The Pips en ‘Got The (Blues)’ van Labi Siffre maken samen van ‘Can it be all so simple’ een genot. ‘I’ll never grow old’ van The Charmels houdt het machtige ‘C.R.E.A.M.’ bijeen.
 

 

Hoogtepunt is het van de vergetelheid geredde Staxsingletje ‘After laughter (comes tears)’ van Wendy Rene, dat in ‘Tearz’ verwerkt zit in een verhaal van RZA over een drugskoerier die wordt doodgeschoten en één van Ghostface over een man die zonder condoom een hoer neukt en aan aids sterft. Honderdduizenden beluisteringen krijgen al die vergeten sixties- en seventiesoriginals nu op Youtube, en de meeste reacties zijn Wu-reacties.
 

 

 

‘Tearz’ is niet de enige plek waar de Wu-Gambinos uitleggen wie ze zijn en waar ze wonen. Raekwon doet in het hoger vermelde ‘C.R.E.A.M.’ (acroniem voor ‘Cash rules everything around me’) zijn jeugd uit de doeken: scoutskamp, schooltoneel, verdienstelijke tennisranking en ingenieursdiploma zijn woorden die niet voorkomen in ’s mans autobiografie. De compacte, fantastische openingszin is ‘I grew up on the crime side / The New York Times side’: bedoeld wordt dat de Killah Hills van Shaolin Island vaak de misdaadpagina’s halen, maar dan gewoon als de no go zone Park Hill in Staten Island.

We krijgen zelfs ergens de profielen van alle rappers: Inspectah Deck onderzoekt je leugens en sleurt je voor de rechtbank, RZA is kort en scherp als een scheermes, GZA is het tragere, geniale brein, Method Man staat voor roll it, smoke it, Raekwon is als chef uit op een Michelinster als cocaïnekok en Ol’Dirty wordt een bastard genoemd omdat zijn stijl geen vader heeft.

Vreemde momenten zat op ’36 chambers’. Voorbeelden? Het wedstrijdje martelpraktijken verzinnen (iemand klopt een spijker door je teelballen als je niet braaf bent, en als dat niet helpt, naait hij gewoon je gat dicht en krijg je vijf maaltijden per dag). Ol’Dirty laat diarrhea op gonorrhea rijmen. In datzelfde ‘Shame on a nigga’ verspreekt Method Man zich bewust (‘I’m better than my competta / You mean competitor, whatever’) en verwerft daardoor dubbele rijmwoordwaarde. En mijn favoriete, doorgaans onfeilbare rapper GZA laat een steek vallen als hij zijn tegenstander aanraadt volgende keer met een Pamper de arena te betreden. ‘What’s that in your pants, human feces?’, rapt hij, en inderdaad, een drol van een kameel of een gorilla in de broek van zijn uitdager, dát zou pas raar geweest zijn.

Om dé blauwdruk van hiphop te zijn, is ‘Enter’ 14 jaar te laat gemaakt en zijn veel van de New Yorkse hiphoppers die hen voorafgingen al een planeet op zich: in de muzikale Wu-stamboom hoor ik Slick Rick en Gang Starr en Eric B. and Rakim als voorouders, en wat Public Enemy aangaat: Flavor Flavs ‘Yeahhh Boyeeee!’ is al een klein beetje Ol’Dirty’s dronken boksstijl. Waarom ze elkaar trouwens met ‘God’ begroeten? Omdat het 5 percenters zijn. Dat legde ik hier al (uitvoerig) uit.

Van al dat zwaardgekletter en die verstoten monnikensoul ben ik vandaag zo weg van hier dat ik nummer 72 op een belachelijke noot eindig: ‘Seventy-one more deadly chambers to take you through’.

O ja, de playlist met een paar Wu-samplebronnen begint met een a capella. Die hapert een beetje en zit vol stiltes. Gewoon verder luisteren!
 

 

‘Zet die ploat af’

 
GetAttachment-1.aspx
 
Brian Eno + David Byrne
My life in the bush of ghosts
1981

 

Was het nu 80, 80 of 80 toen ‘My life in the bush of ghosts’ gemaakt werd door aan de ene kant ambientmeester en meest buitenaards ogende lid van Roxy Music, Brian Eno, en aan de andere kant zenuwpees David Byrne die in ‘Psycho killer’ van Talking Heads had gezongen: ‘I can’t seem to face up to the facts / I’m tense and nervous and I can’t relax’?

Het was inderdaad 1980 en niet 1981, zoals ik tot niet zo lang geleden – vorige week, eigenlijk – dacht. Waarom dat belangrijk is? Omdat nu blijkt dat ‘My life in the bush of ghosts’ is opgenomen een jaar voor ‘Remain in light’, (mijn favoriete plaat) van Talking Heads, en alleen later uitkwam omdat er samples moesten gecleard worden: toen nog een onvoorziene omstandigheid. Dit is – of had ik dat al gezegd – een vocal samplingplaat.

Toen ‘My life’ gemaakt en herwerkt werd, en het eventuele clearen van samples van Arabische zangers, radio-evangelisten en zelfs die van een heuse exorcist aan de gang was, leefden Byrne, Eno en ik in omzeggens dezelfde wereld: die van Jaruzelski, Khomeini, Carter die in Reagan veranderde en ‘Do that to me one more time’ van Captain & Tenille – maar ik was 15 en kon nog niet goed lezen. Ik woonde ook niet in het New York van Liquid Liquid en E.S.G., van no wave en Blondie, van Chic en Sugarhill Gang, en dus van extended maxi-singles (van bijvoorbeeld Chic, Blondie en Sugarhill Gang). Ik duwde in mijn Europese, Belgische, Vlaamse, GroothertogdomBrabantse slaapkamer ‘Nummer 1′ van De Kreuners op rewind, en wachtte ’s ochtends tot iedereen de deur uit was, om voor ik naar school koerste loeihard ‘Born under punches’ van Talking Heads te ondergaan op de grote stereo.

Ik hoor nu waarom dit op my very own private teenage ontbijtradio een verzoekplaat was: Adrian Belew speelt na 2’35” een korte, maar fenomenale gitaarsolo die meer als een modem van 15 jaar later klinkt dan als een gitaar; waarschijnlijk omdat producer Brian Eno ze stiekem aan een synthesizer heeft gekoppeld.

Dé hit uit ‘Remain in light’ is ‘Once in a lifetime’, waarin David Byrne de zinnen ‘You may find yourself…’ en ‘You may ask yourself…’ herhaalt als een predikant, maar zijn toehoorders niet met geloofstwijfel, maar met een midlife crisis confronteert. Dé Talking Headshit is dus een echo van ‘Regiment’, ‘Amerika is waiting’ en ‘Help me somebody’ uit ‘My life in the bush of ghosts’, dat eerder werd gemaakt, en niet andersom.
 

 

‘My life’ is aan de andere kant dat beetje meer Eno dan Byrne: Eno was op sabbatical getrokken met in zijn rugzak tapes van Fela Kuti en Arabische zangers en van BBC-opnamen van Engelse dialecten, en wilde niet meer zelf zingen, maar radio- en andere stemmen inpassen in ritmes uit een virtueel Afrika dat hij samen met Byrne verzon. Hoe we ons dat moeten voorstellen in een tijd zonder samplers en tijdcorrectiemogelijkheden via de computer? Bandopnemer op juiste snelheid zetten en goed mikken als de track loopt. In Byrnes woorden: ‘De vocalen tegen de tracks aangooien.’ The days of trial and error.

Terug naar ‘Bush of ghosts’: niet de eerste sampleplaat, maar wel de eerste waarop vocale samples de zanglijnen van iets halfdansbaars werden. En de eerste waarnaar iemand riep: ‘Koranvers + muziek = satan’. Het machtige ‘Qu’ran’ werd onder druk van die fuckers van de plaat gehaald, maar is – as we check it – op internet te vinden.
 

 

Zijn ‘Yashar’ van Cabaret Voltaire (‘The 70 billion people on earth, where are they hiding?’) en ‘Paid in full’ van Eric B and Rakim in de Coldcutremix (met de Ofra Hazastem en de This is a journey into sound-annonce erbij) door Eno en Byrne beïnvloed? Misschien. De nummer 1-hit ‘N-n-n-n-nineteen’ van Paul Hardcastle? Zou kunnen.

In verband met de makers van de Plopsaland-discotheekschijven met vocals van Paul Vanden Boeynants en Bart De Wever die respectievelijk gesampled werden in ‘Qui m’a enlevé?’ en ‘Zet die ploat af’: ze beschikken over betere sample- en timingapparatuur dan Eno en Byrne in 1980, maar ook over dat ietsje minder smaak, talent en liefde voor muziek.

 

 

Een onhoudbaar geworden situatie

 

image
 
Smog
Red apple falls
1997

 

Smog is een vermomming van Bill Callahan. In 1997 maakt Callahan even geen Ongemakkelijk Zittende Viersporenrock meer. Hij switcht naar Depri-Country.

Alziend producersoog op ‘Red apple falls’ is Jim O’Rourke, een man die bij momenten ook van vrij simpele, zeer repetitieve fingerpicking houdt, en als vanzelf een handje helpt om de plaat zo kaal, onwezenlijk en dromerig mogelijk te houden.

Gitaar maakt schuchtere entree op wit blad. Jachthoorn schildert er een bosrand bij. ‘The morning paper is on its way / It’s all bad news on every page’, weet Bill Callahan, dus hij draait zich nog eens om in zijn bed, en gomt de buitenwereld gewoon uit. Het zou kunnen dat de plaat zich terugtrekt in een droom, maar ik denk eerder in een bewuster mijmering over iets dat zich heeft voorgedaan.
 

 

Callahan kreeg een rode appel van een weduwe, in wier armen hij 100 jaar sliep. ‘She wanted nothing in return… I gave her nothing in return’, klinkt het in ‘Red apples’, dat aan de groep Spain doet denken, en aan een nog uit te zieken depressie.

De geest van de man van de weduwe, een paard, geeft zijn zegen aan de relatie door voor hen beiden een appelkar met miljoenen appels voor te rijden. De mannelijke hoofdpersoon ziet geen toekomst in de romance: ‘The widow says I broke her first / and of course I say just the reverse / and we can’t get past this’. Of nog: ‘Something she did on the fourteenth of june / Because of something I said on the thirteenth of june / and we can’t get past this’.

Bill Callahan in teksten: soms de dader die reflecteert, soms gewoon de man die een kurkdroge analyse maakt van de gewrongen (hier zelfs de onhoudbare) situatie waarin hijzelf (of iemand die hij verzint) zich bevindt. Sentiment? Niet ’s mans ding! Hij rangschikt liever. ‘If you’re living the unliveable / by loving the unloveable / It’s time to start changing the unchangeable / by leaving the unleavable’ zingt hij in een song die ‘Inspirational’ heet, mét da, do, doo en nog een doo op de guestlist, én een koor, én C’mon-aanmoediging, én als gospel aanzwellende verlossingsmuziek. Nee, ’t is geen cynisme. ’t Is gewoon Bill Callahan.

Een van de redenen waarom we country mogen zeggen tegen ‘Red apple falls’ is de lap steel in ‘I was a stranger’. Een van de redenen waarom we droogkomiek mogen zeggen tegen Bill Callahan is de tekst ervan, die een vraag stelt (‘Waarom laten jullie vrouwen in deze stad toe dat ik schaamteloos naar jullie kijk?’) en verklaart waarom die vraag wordt gesteld: ‘In the last town / You should have seen what I was… / I was worse than a stranger/ I was well-known’.

Iemand schreef ooit over Callahan: ‘Een leverancier van hymnes voor mensen die de deur al lang achter zich hebben dichtgetrokken’. Een geknipte song om die stelling te illustreren is het uptempo ‘Ex-con’: ‘Alone in my room / I feel such a warmth for the community / But out on the streets / I feel like a robot by the river / Looking for a drink’.
 

 

Ook het tragere ‘To be of use’ wil erbij horen en van nut zijn, of zoals het hier heet: ‘to be of hard, simple, undeniable use’. Hoe? Als een windas, als een kaars, als een hoefijzer en als een kurkentrekker. In het Engels rijmen die voorwerpen enigszins. Een van de allerbeste Smogsongs, dat ‘To be of use’. Op het woord ‘come’ letten, bijvoorbeeld!
 

 

In de epiloog krijgt Callahan toegang tot de ‘Finer days’ en tekent hij zich uit zijn oude vriendenkring én ook uit deze plaat, de omgeving nog schaarser ingekleed dan aan het begin: ‘And so I find myself isolated / Isolated in these fine, fine days’. Zelfs geen wanhoop. Zelfs geen melancholie. Zelfs geen berusting. We komen Callahan nóg tegen, met een straffere pijp en een grijzere baard.