Are we something utterly special in the universe?

 

image
 
Orbital
In sides
1996

 

Orbital is de M25-ring rond Londen die mensen eind jaren 80 en begin jaren 90 namen op zoek naar last minute aangekondigde, illegale boenk-kletsfeestjes. Orbital is ook een ravend duo. Toen ik hun ‘Chime’, ‘Belfast’, ‘Impact’ en ‘Halcyon + On + On’ op een te kille cd hoorde, wilde ik al dat heerlijke geknetter en gezweef en gebonk, die al woonkamer en schedelpan hadden gevuld, samen met anderen in een koortsige feestruimte meemaken. Ik geraakte met vertraging in het Engelse stadje Exeter toen in 1994 ‘Snivilisation’ uitkwam.

Vanop een soort zwarte steen van Mekka in het midden van de zaal en vanachter op en neer dansende lichtjes van zaklampen die tussen glas en oortjes van brillen waren gelast, versmolten de broers Hartnoll daar snelle breakbeatjungle met minder hectische rave-anthems van een paar jaar ervoor. ‘Are we here?’, vroeg een stem. ‘Are we unique, are we something utterly special in the universe or are we, are we, an example of many different civilizations, many different life forms?’. Het was een van de tekstsamples die de ruimte opvulde. Ik ben hen in de jaren 90 ook blijven goed vinden in Brussel, Londen, Torhout, Meerhout en Kiewit; op die laatste plek doofde de zon uit en knipte de volle maan aan.
 
image
 

In 1996 hebben de broers Orbital – die ondertussen als een van de eerste elektronica-acts het clubcircuit hebben verruild voor headlinerposities op de grootste openluchtfestivals – ter hoogte van opvolger ‘In sides’ heel duidelijk het evangelie volgens Kraftwerk gelezen. Alleen lijkt ‘Autobahn’ herwerkt voor de trein-, tram- en busdag, wordt ‘Radioactivity’ geremixt door de groenen (‘The Girl with the Sun in Her Head’ is volledig opgenomen op zonnestroom afkomstig van de Greenpeacemobiel) en was een deel van hun al dan niet part time ravende fans gediplomeerd in de kunsten van het batikken en macrameeën; de esthetisch onverantwoorde hoofddeksels moest je er ook bij nemen.

Orbital trok al vanaf ‘Snivilisation’ een hoop rockvolk over de schreef, al vraag ik me nog altijd af wat de mensen zagen en hoorden die in die tijd bij de independent rock van Pavement en Afghan Whigs en Trumans Water bleven zweren en nooit de veerman hebben betaald naar het continent van de Britse, niet louter op rauwe Prodigypower draaiende bleeps van Orbital, The Orb, Leftfield en Sabres Of Paradise? Ik denk een onbetekenend borduurwerkje en een defecte horloge. Weinig tekst en geen gitaren was ooit een soort heiligschennis, terwijl het natuurlijk gewoon weinig tekst en geen gitaren is.

image
Orbital was live geweldig, en toch weet ik nog altijd niet wie Phil en wie Paul Hartnoll is. We zullen maar zeggen dat ze achter een kluwen verstrengelde kabels allebei in beslag genomen werden door hun nijverheid: mixen en sequencen tot ze iets onvaster liepen dan op plaat. In het ambientluik lieten ze als melancholische walvissen klinkende vocalen fraaie beddingen volgen.

Hun beste tracks (zonder enige twijfel ‘The box’ en ‘Out there somewhere part 1 & 2’ vanop ‘In sides’) zijn als barokmuziek gelaagd geweven elektronicatapijten. Hoor hoe themalagen onderling uitvechten wie wint; het lijken wel fuga’s. Wellicht overdrijf ik nu. De eendimensionale mens danste in die periode alvast elders, bijvoorbeeld in Bonzaïende discotheken, maar er wáren momenten waarop deze twee zotte, belichtbrilde mutsen evenveel handen wilden zien als Yves Deruyter.
 

 

Zo goed als het niet-slapende en toch dromende ‘In Sides’ werd het nooit meer, het regent niet echt nieuwe Orbitalideeën op later werk en de stemming is doorgaans te melig.

Ik wil eigenlijk verdwijnen met een simpel It’s only tintelende techno van toen, but I like it, maar ik voel me verplicht een zeer vreemd, ultra-Brits moment aan te stippen: de openingsceremonie van de Paralympics in 2012. Steven Hawking zit met Orbitalbril in zijn rolstoel, en zegt met die op ‘OK Computer’ door Radiohead geïmiteerde intercomstem: ‘By smashing particles together at enormous energies, the Large Hadron Collider recreates conditions of the Big Bang.’ Waarna de BBC-commentator zegt dat het stadion nu zelf een grote Hadronenbotser gaat worden en ideeën als elementaire deeltjes onder verhitting tegen mekaar gaan botsen. Orbital gooit ‘Spasticus autisticus’ van Ian Dury in de mix, en dansende gehandicapten steken borden met ‘Gelijkheid’ in de lucht. Mijn nachtnotities hierover moet ik weggooien.

 

 

Erger dan een kind verliezen

 
image
 
Spinvis
Spinvis
2002

 
 
‘De sneltram en het kruispunt / en het zwembad / U bevindt zich hier’
‘Herfst en Nieuwegein’

Rewind naar 2002. Ik neem vanuit Utrecht de sneltram naar Nieuwegein-Zuid. Ik rij voorbij het zwembad. Bij het uitstappen zie ik het U bevindt zich hier-bord al van ver staan. Ik ontmoet Spinvis (in die dagen nog gewoon Eric de Jong en zijn computer) in het voorlaatste huis van de nieuwbouwwijk. Waar die wijk ophoudt begint een natuurgebied. Nederland is veel duidelijker gezoneerd dan België.

De Jong vertelt dat alle Spinviselementen pas bij mekaar zijn gekomen toen hij zijn teksten schreef én zong; tevoren had hij alleen stemmen van de radio gebruikt. Hij zegt dat zijn woorden moeten rollen: ‘Het moet spreektaal zijn, geen poëtische constructies. Als ik zing: ‘Neem dan godverdomme geen kind dan’, is de tweede ‘dan’ de mooiste, vind ik. Dat is de spreektaal-‘dan’.

Zijn songs zitten vol zo terloops mogelijke herinneringen. Voor die ene herinnering die de tekst heeft gehaald, zijn er honderd andere gesneuveld. De tekst ‘Voor ik vergeet / Koninginnedag / en wie toen mijn vrienden zijn geweest’ is terloops. In ‘De talen van mijn tong’ zegt een Liegebeest: ‘Ik zal je zeggen dat ik neergestoken ben toen ik een jaar of 12 was’. Kon ook een andere leugen geweest zijn.

Spinvis vertelt dat hij het meest wegsnijdt als de tekst te bedoelerig is, als de tekst het ritme niet meer volgt, als iets te expliciet wordt of te symfonisch. De fouten die op cassettes belanden als je de bandopnemer niet snel genoeg hebt uitgezet interesseren hem. Die onbewust opgestapelde geluidslagen is hij gaan gebruiken.
 
image
 

De bricolagesfeer van de plaat was in 2002 al zo vintage als buizenversterkers en een Tigra-asbak in de woonkamer van een niet-roker. Je hoort de knip-en-plak zelfs tussen de liedjes in: raar stemmetje, kinderkoortje, rumoerige kinderen naar wie vader roept: ‘Jongens!’

De hoofdzaak: drie kwart van de songs zijn uitstekend. Ze worden verteld vanuit een zekere noodzaak, maar hebben ook het laat-maar-hangen van een dag naar zee of een treinstaking.

Het Spinvisdebuut was net af voor de aanslag op Pim Fortuyn, dus bij het maken van de tekst van ‘In staat van narcose’ heeft de Jong toevallig een poëtisch-profetisch balletje aan het rollen gebracht: ‘Ik zweefde over steden / maar nu lig ik hier neergekwakt op het beton’. En verder: ‘Er blijft altijd iemand liggen in de cirkel / en het publiek applaudisseert.’

De Jongs eerste post-Fortuynindrukken luidden: ‘De sentimentele rouwsfeer roept een veel kwalijker sentiment op dan de man zelf. Alles wordt ook overdreven. ‘Het is erger dan je kind verliezen’, zag ik iemand op tv zeggen.’

Na het debuut ‘Spinvis’ volgen nóg veel mooie liedjes, die evenmin lineaire teksten bevatten, maar die muzikaal veel meer één vloeiende beweging zijn, en waarin soms een indierockgroep is te horen, en soms een psychedelischer ensemble. Het randje is er vergeleken bij het debuut wel een beetje af, en dus, tja, eigenlijk, krak en glitch en weet u: het doet allemaal een klein beetje minder pijn dan ‘Spinvis’. Maar dat mag.

Mooiste ‘Spinvis’-herinneringen: mijn dochter van 7 in de weer met zinnen als ‘Ik ben een vrouw van 40 met een sigaret / Ik heb een buitenaardse stof in mijn bloed’ en ‘Voor ik vergeet dat ik jarig was / en een Tic Tac in mijn neusgat had toen we naar Zeeland zijn gegaan’. Ikzelf, ondertussen luisterend naar de geniale terloopsheid van ‘Voor ik vergeet / vergeten ben / van die hersenscan / en van die toestand met dat huis / en dat ik zo iemand was die van alles wou / en niets begreep van de film waarin hij speelde / en de lafbek die hij was’.

Wat een plaat eigenlijk! Het meest emotionele invulformulier van de Lowlands!
 

 

Het begon in Polen

 
image
 
Scraping Foetus Off The Wheel
Hole (1984)
Nail (1985)

 

Midden jaren 80. In plaats van naar ‘Controversy’ en ‘Purple rain’ van Prince te luisteren en op vrijdagavondjacht te gaan, zit ik in een gemeenschapshuis samen met een paar maten voor een tv met een binnenhuisantenne urenlang te kijken naar ‘De Nieuwe Orde’.

De rare grootinquisiteur Maurice De Wilde draagt een aktentas en belt aan bij een oudere man. De Wilde is niet vertrouwd met de techniek van de open vraag. Uit de haag zijner halfopeengeklemde tanden ontsnapt volgende zin: ‘U was streekleider van het NSJV in het Brugse. U heeft eind ’41-begin ’42 deelgenomen aan een cursus in de Gebietsführerschule van de HaJot, de Hilterjugend. Is het juist dat het daar tot een openlijke breuk is gekomen tussen de grote meerderheid van de kaderleden van het NSJV en de Duitse Gebietsführer van de Hitlerjeugd?’ De in lichte paniek verkerende ondervraagde zegt: ‘Dat is inderdaad zo’.

Een naar de minder fraaie buurten van New York verkaste Australiër doet in diezelfde periode óók moeite om de wereld wakker te schudden, en steekt daar ook ontzettend veel tijd in. Jim Thirlwell heet-ie, en hij heeft zich in zijn carrière achter veel alter ego’s verstopt; een paar keer achter het niet meteen songfestivalambities verradende Scraping Foetus Off The Wheel.

Wie aan Basil Fawlty’s ‘No, you started it, you invaded Poland’ uit ‘The Germans’ niet genoeg had, kon in 1984 op de Foetusplaat ‘Hole’ terecht voor een song vanuit het standpunt van Hitler die op 1 september 1939 Polen binnenviel (‘Well me and Stalin, we just signed a mutual non-aggression pact’), compleet met Sieg Heilsample en een tekst die verder luidde: ‘Today is the first of september / See you at your graveside baby / I’ll meet you in Poland, baby’.
 

 

Op de opvolger ‘Nail’ verlaat Thirlwell in zijn eenmansstudio de ’39-’45-jaren. Hij raakt in een Koude Oorlog met zichzelf verwikkeld. Nihilisme in z’n geheel en katers, volle asbakken en ontdooide, maar koud gegeten diepvriespizza’s in het bijzonder worden als duivels wapen gebruikt tegen… Ja, tegen wie of wat eigenlijk?

Nog ingrediënten? De moeilijke buurt, drummachines, jaren 80-synthesizers, gesamplede tekst- en filmmuziekflarden, Philipp Glass, de Ooo-wee-ooo-ooo van ‘I get around’ en de Papa-oom-mow-mow van ‘Surfin’ bird’. En het thema van ‘Batman’, dat gebruikt wordt in de song ‘Sickman’; de meeste grappen zijn beter.

Thirlwell heeft een jeugd achter de rug die niet met een luchtgitaar is doorgebracht. Hij heeft de hele tijd met een denkbeeldig dirigeerstokje voor een even denkbeeldig jazzorkest gestaan. Orkestraties van Lalo Schifrin tot zelfs George Gershwin zijn Thirlwells invloeden (ook op de filmische orkestmuziek die hij maakt als Steroid Maximus en Manorexia). Het resultaat ter hoogte van ‘Nail’ is een wereld die niet ver ligt van die van Mike Patton post-Faith No More: ook een reis door de krochten van een in lawaailagen verbeelde, nogal zieke en gedegenereerde geest. Een zin die het bij Thirlwell samenvat: ‘I’m the last surfer in hell’.

Vandaag moet ik meer lachen om ‘Nail’ dan ruim een kwarteeuw geleden, vooral omdat ik nu besef dat het één lange rit van geestelijk strompelen is van iemand die onderweg veel bijleert over hiërarchie, namelijk dat hij in sneltempo op weg is naar de bodem: ‘I don’t need to touch their toes / to know I’ve already reached my all time low’.

Waarom er dan te lachen valt? ‘Nail’ is er volstrekt over. Neem nu ‘Enter the exterminator’: Mijnheertje Foetus voelt zich een kakkerlak in de lichtstad, slaapt in bloed, sperma, kots en pis, en rukt zich af om het warm te krijgen: ‘Too much of a coward to snuff myself… GUESS I’LL JUST HAVE TO SUFFER MYSELF’. Daarboven soms drums die klinken als dichtslaande stalen deuren. Daarna kan evengoed een tapdansje beginnen.

Ik had ook Morrissey en Ian McCulloch als leraars Engels, maar bij hen moest ik de woorden agony, lechery, lobotomy en tracheotomy niet gaan opzoeken. Andere vaak terugkerende woorden: Inferno, Hades, Hell, Pigs, Destroy, Exterminator. Hardst ontploffende refrein aan de manische kant: ‘I can do any goddamn thing I want!’
 

 

Hoe zal ik de depressieve kant uitleggen? ‘Hello operator, gimme no man’s land, collect call to no one at all’, begint ‘Nail’. Foetus zit met een bizarre mix van zuurstoftekort en grapdwang tegen de rotswand van de hem verpletterende wereld te tikken en plots belandt hij in een gigantische zaal, waar hij een gestoorde musicalsoundtrack begint te dirigeren. Het cynisme is dat van een gecrepeerde spinnenkop die lemmingenmantra’s stijl ‘Alles is vervelend en naar / ’t Is nog erger dan vorig jaar’ a rato van drie per minuut naar onze kop gooit.

Bevat ‘Nail’ een woordspeling te veel? Zeer zeker. Is ‘Nail’ een aanrader? Ja en nee. De kans dat iemand ‘em goed gaat vinden is statistisch alvast zeer klein. Hoe ik dat weet? Scraping Foetus Off The Wheel is al eens de poort naar de Youtubewereld van 373 keer bekeken, 30 niet-leuks en 1 reactie in het Japans.

’t Is ook een plaat uit de tijd van toen! Om het met Foetus te zeggen: ‘Time dies when you’re having fun!’

Dat John Cleese moest uitleggen dat ‘The Germans’ geen grap tegen de Duitsers was, maar wel één tegen dié Britten die Duitsers als nazi’s blijven zien… we worden omringd door idioten.

De stijl van Maurice De Wilde wordt in deze politiek correcte tijden ook bestudeerd en beoordeeld op z’n beleefdheidsgehalte, terwijl iedereen zou moeten weten: als die man niet zo’n bezeten pitbull was geweest, hoe hadden we dán in deze regio ooit collaboratie en repressie verwerkt? Met de literatuur van Hugo Claus alleen, zeker!

En dat harde, meedogenloze lawaai à la Foetus dat zich aan het andere eind van het spectrum van Coldplay en James Last bevindt, dat leidt gewoon héél vaak ook tot interesse voor werkelijk stille en andere muziek. Fact! Onderweg natuurlijk oppassen voor gehoorschade. En voor Duitsers!

De jaren 80. Op zondagmiddag was er ‘Confrontatie’. Vandaag heet dat programma ‘De zevende dag’.