Soulsville U.S.A.

image

image

Otis Redding
‘The ultimate live Otis Redding show’
1963-1967

Let niet te veel op de cd-titel. ‘The ultimate live Otis Redding show’ bestaat écht als commercieel product, maar met ‘The ultimate live Otis Redding show’ bedoel ik vooral: ‘Van Alles Wat van Otis Redding live’, en eigenlijk zelfs ‘Om Het Even Wat van Otis Redding live’. Ik bedoel dus: als het maar Otis Redding is, en als het maar live is.

Ik moet eerst even in herhaling vallen. Het stuk over mijn nummer 100 – ‘Live At The Apollo’ van James Brown – begint met ‘Sweet soul music’ van Arthur Conley. Met die song begint ook deze ‘Otis Zingt’. Nummer 100 is dus verwant met nummer 1: misschien is Honderd een kwestie van ‘En Ons Einde Is Bepaald Door Ons Begin’.

Dus! Arthur Conley zet in de tekst van ‘Sweet soul music’ eerst de spots op Lou Rawls, Sam and Dave en Wilson Pickett, en daarna op Otis Redding: ‘Singing fa fa fa fa fa fa fa fa / Fa fa fa fa fa fa fa fa’.

In de laatste strofe, die Conley in 1967 nota bene vaak bracht in het voorprogramma van Otis Redding op de Stax/Volt Revue-avonden, zingt de man: ‘Spotlight on James Brown now / He’s the king of them all, yeah’. Op nummer 100 schreef ik: ‘James Brown is de koning, laat dat duidelijk zijn’.

Maar hoe zit dat dan? De king of soul slechts op 100, en een liveplaat van Otis Redding op nummer 1?

Vooreerst, ik durf het James Brown in het eventuele hiernamaals niet te gaan vertellen. Maar Arthur Conley’s song eindigt op ‘Otis Redding got the feeling / James Brown got the feeling’, en dat zijn alle twee waarheden en niks-dan-de-waarheden.

Otis Redding kan lang niet zo ‘mooi’ zingen als Sam Cooke, al probeert hij het wel op zijn prachtige eerste single ‘These arms of mine’. Hij heeft ook veel minder mieren in z’n broek zitten dan James Brown; Redding danst eigenlijk als een zeer houterige speelgoedman. En toch is Otis Redding voor mij ‘the king of them all, yeah’.

Arthur Conley en Otis Redding delen op de Stax/Volt Revue-avonden eenzelfde begeleidingsband: Booker T. and the MG’s. Organist Booker T. Jones en drummer Al Jackson zijn zwart, gitarist Steve Cropper en bassist Lewie Steinberg (vanaf 1965: Donald Dunn) zijn blank. Begin jaren 60 nergens een evidentie, maar zeker niet in Memphis. Afro-Amerikanen uit noordelijker steden, bijvoorbeeld de businessmensen van Atlantic Records die met de Staxplatenfirma gelieerd zijn, spreken over een bezoek aan Memphis als over een reis van minstens 15 jaar terug in de tijd. Rassenscheiding (concreet: aparte scholen, aparte openbare toiletten, aparte restaurantruimtes) wordt er pas opgeheven met De Wet Op De Burgerrechten van 1964. En het is niet vanzelf gegaan.

image

Hoe Stax records is begonnen? Een blanke broer en zus kopen een theatertje op en in het huis ernaast richten ze een platenwinkel in. Eigenlijk willen ze country opnemen en verkopen, maar omdat het een moeilijke wijk is, en de deur voor iedereen open staat (‘We didn’t see colour, we just saw talent’), wordt het een favoriete hangout, een oase en een melting pot.

Het begint met The Veltones en Rufus en Carla Thomas. Daarna is Stax een bescheiden hitfabriek, één die het commercieel tegen het Detroitse Motownlabel moet afleggen. Maar vooral: al die namen van die Staxartiesten, zeg! Ik kan ze gewoon niet onthouden. Laat ik in één moeite door ook toegeven: ik weet niet wanneer The Mar-Keys veranderen in The MG’s, evenmin of The Mar-Keys later louter de blazerssectie worden, ik vraag me nergens af waar en wanneer er één dan wel twee tenorsaxofonisten meespelen, ik heb er geen flauw benul van wie meedeed in Reddings latere begeleidingsband The Bar-Kays, het woord Kays dit keer niet met een ‘e’ maar met een ‘a’.

image

Wat ik wel weet: Stax-huisorkest The Mar-Keys heeft – onder de naam Booker T. and the MG’s – begin jaren 60 al een hit met ‘Green onions’ als op een dag een lange, struis gebouwde zwarte chauffeur/roadie van een groepje uit Georgia na de opnamen vraagt of hij ook iets mag zingen: ‘These arms of mine’ wordt de eerste Otis Reddinghit.

De meeste Staxsingles van Redding zullen hits worden. Naar Staxsingles van onbekender gebleven anderen luisteren is een paar keer jezelf de vraag horen stellen: ‘Hoezo, géén hit geweest?’

Het land dat als eerste compleet plat gaat voor de traan in Otis Reddings stem is Groot-Brittannië. De naar a deeper shade of soul verlangende anorakjes-op-Vespas die we Mods noemen zijn de schuldigen. Een groter blank tienerpubliek volgt: het koopt in bruin kaftpapier gestoken singletjes waar, behalve titel en uitvoerder, niks op staat. Als er een lp verschijnt is het er één met een blonde vrouw op de hoes. Men weet in Europa gewoon niet hoe Otis Redding eruit ziet.

Voor Redding en gevolg, die – als ze in 1963 en 1964 in het kleine-clubcircuit door de States toeren – op sommige plekken in gescheiden ruimtes hebben moeten eten, worden aan de Londense luchthaven limousines voorgereden: geschenkje van The Beatles. Ook de rest van Europa behandelt hen als sterren. Op Youtube staat een heel concert van de Stax/Volt revue in Noorwegen dat switcht van aandoenlijk naar fenomenaal. Er is op youtube ook een respectvol Parijs in zwartwit, en Londense Otismania in kleur. Voor wie aan vinyl of cd wil blijven plakken: de neerslag op lp die ‘Live in Europe’ heet is zéér goed.

De op nummer 1 belande ‘Ultimate live Otis Redding show’ zit als laatste van vier cd’s in een box die ‘Otis! The definitive Otis Redding’ heet. Ik moet nog iets bekennen: het is zeer lang geleden dat ik nog eens naar de drie cd’s met de studiohits heb geluisterd.

Nog eens: u moet niet per se op zoek naar dié ultieme live-cd in dié box. ‘Ultimate live’ is gewoon een samenraapsel van verschillende optredens. Het plukt uit ‘Live in Europe’, maar evengoed uit 1964- en 1966-concerten in de States. Op ‘Ultimate live’ loopt een songversie uit 1964 over in een bindtekst van 1967. Veel van mijn favoriete opnamen zijn blijkbaar in de Whisky A Go Go gemaakt, in het L.A. van 1966. ‘Otis Redding in person live at the Whisky A Go Go’ is een zéér, zéér goeie plaat. Op Spotify heet een variant erop ‘Live on the Sunset Strip’.

image

Met de vinnige pre-breakbeat en uitdrijvingsmuziek van James Brown heeft Reddings soul niet veel te maken. De tragere songs zijn gospels die met de voetjes op de grond beginnen en trapje voor trapje waanzinniger en waanzinniger worden. Trouwens, snel of traag, als Redding mij nog maar gewoon heel even aanspoort met ‘One more time a little louder’ of ‘Keep it goin, don’t stop’ heeft hij al gewonnen van al de rest. Ik ben dus nogal te vinden voor deze man.

Reddings versies van ‘Daytripper’ van The Beatles en ‘Satisfaction’ van de Stones, die niet meteen overlopen van respect voor de teksten van de originals, zijn voorbeelden van snelle songs. ‘Can’t turn you loose’ is een waanzinnige sprint van ‘Bullet Otis’ die bij wijze van spreken binnen de 10 seconden fotofinisht.

De break van ‘Can’t turn you loose’ is heel kort, Otis zegt erin: ‘I know you think I’m a gonna stop now / ain’t gonna stop / ain’t no stop / we’re goin’ one more time’, als zit hij gevangen tussen complete uitputting en de drang om plichtbewust voort te maken waarmee hij nu eenmaal is geboren… en daarna gaan we opnieuw een gang. Thát’s entertainment!

Meest voorkomende woorden in de sprintsongs: ‘Gotta-gotta-gotta’. Meest opduikende slagzin: ‘Sock it to me’. Op deze cd staan 22 songs, terwijl Redding er op één avond nooit meer dan 10 heeft gedaan. De hele zwik in één keer beluisteren is alleen mogelijk voor wie traint voor een belangrijke bokswedstrijd.

Reddings bindteksten zijn veel meer dan rustmomenten. Ze zijn niet alleen onderhoudend, maar ook essentieel. ‘Let your hair down!’ ‘Get Soulful! Get your shoes on off!’ ‘Just holler loud as you wanna!’ De raarste: ‘We’re gonna eat next week’.

Je hoort ook dat optreden een waar plezier is. Na ‘Right now I’d like to introduce you to a ballad song / a song that what we call Soul’ laat iemand in het publiek een ‘Yeaah’ horen die van heel diep komt en moet Redding lachen. ‘Chained and bound’ wordt ergens aangekondigd met ‘We’re gonna do a song that you’ve never heard before’. Iemand moet terugroepen: ‘Says who?’, want Redding antwoordt ‘Says me’, en lacht opnieuw. Aan het eind van de song zegt Otis: ‘See how hard we have to work to eat?’

Redding heeft zich altijd eerlijk ge-out als entertainer, en als niks meer dan entertainer. Als er één artiest in Honderd staat voor wie ontegensprekelijk geldt wat Tröckener Kecks ooit zongen, namelijk ‘Hij doet het / 1 voor het geld / 2 voor de show / en 3 voor het publiek’, is hij het.

Dat wil niet zeggen dat het geen pijn doet: ‘Just one more day’, in de versie van 9 april 1966 in de Whisky A Go Go, doet enórm veel pijn. Zie ook: ‘I’ve been loving you too long(to stop now)’ en ‘Pain in my heart’.

‘Try a little tenderness’ is in 1967 op veel plaatsen terecht de concertafsluiter. Als het pijn doet in de stem, doet het ook pijn in de blazers van eh, The Mar-Keys, met wie de zanger het meest in gesprek is.

Over die blazers! The MG’s zijn geweldig, Reddings stem ook, maar zonder de blazers stond Redding niet op 1. Mijn argumentatie, kort: de beste blazers ter wereld zijn de blazers van het Staxlabel en dat zijn The Mar-Keys. De beste Staxsingles zijn die van Otis Redding. De beste Reddingblazers zijn die van zijn liveplaten.

Redding & Co zijn in 1967 de enigen die een kostuum dragen op het hippiefestival Monterey: een ware triomf, hoewel de groep de set moet inkorten.

Redding belandt onmiddellijk na dat concert thuis in de sofa, in zijn ranch; Redding is a southern man. Hij heeft serieuze stemproblemen, is in de war van de love crowd, luistert naar ‘Sgt. Pepper’s lonely hearts club band’ van The Beatles en schrijft ‘(Sittin’ on) The dock of the bay’, een klein wonder en een muzikale koerswijziging die niet door iedereen bij Stax records wordt toegejuicht.

Redding stort – samen met zijn begeleidingsgroep The Bar-Kays – neer met z’n privé-propellervliegtuig, en staat overal postuum op 1: ‘Watching the ships roll in / Then I watch ‘em roll away again, yeah’. En ook: ‘Sittin’ here resting my bones / and this loneliness won’t leave me alone / it’s two thousand miles I roamed / Just to make this dock my home’. De door dpfreddy12’s geposte lyric-video is wat dat moet zijn. In het Engels: ‘Excellent job!’

Voor Stax is Reddings dood niet de enige ramp. In de deal met Atlantic records zijn de kleine lettertjes niet goed gelezen. Uitgerekend in het met Staxgeld gerunde Lorraine hotel, een hangout voor de zwarte bovenklasse, wordt Martin Luther King, die naar Memphis afzakt om stakende vuilnismannen een hart onder de riem te steken, doodgeschoten. Een slagschaduw valt over de grote steden. Stax krijgt in de steeds gevaarlijker wordende slechte wijk zeer concrete doodsbedreigingen en moet zware gangsters aanspreken om artiesten te beschermen.

De Staxmuziek wordt ook anders: protodisco op z’n Johnnie Taylors, gepimp à la Isaac Hayes. Het singletje ‘Mr. Big stuff’ van Jean Knight is geweldig: vleugje seventiesfunk, een typisch Staxritme en daarboven die blazers, simpel en toch rauwer en spannender dan heel Motown samen. Memphis, dat Soulsville U.S.A. heet, leeft heel even op en wint nog één keer van Hitsville U.S.A., de Detroitse assemblagelijn die we als Motown kennen.

Maar het gaat verder bergaf: excessen met dure auto’s, bontjassen en veel te veel cash geld leiden tot bankroet. Het is gedaan.

image

Ik ben zo blank als een biggetje, maar met een nummmer 1 als deze moet ik Mos Def wel gelijk geven als hij rapt: ‘When I want some rock and roll / I go to Otis Redding to get some soul’.

Ik had hier nog iets in gedachten met de Memphis Horns die met iedereen hebben gespeeld (als je Elvis Presley, Peter Gabriel, Robert Cray, U2, Rod Stewart én Primal Scream samen op je cv hebt staan, mag je iedereen zeggen), met Sharon Jones, Charles Bradley en vele anderen die de soul uit Soulsville naspelen en ook in de livevorm als Stax/Volt-Revue uit de poppenkast komen, met Elvis Costello die ooit zei dat de Staxsound dé grote soulinspiratie was voor zijn Attractions, met RZA van Wu-Tang Clan die Staxsingles plundert met de pink omhoog terwijl de sample van Jay-Z en Kayne West in ‘Otis’ te veel all over the place is, …

… maar het is gedaan. Es ist aus. Bedankt om te lezen, te luisteren, te reageren, te delen ook. Mijn excuses aan de mensen die – omdat ze in huis een probleem hadden – ‘scheuren in het stucwerk’ googleden en op mijn Rage Against The Machinebericht met die titel zijn beland.

Keep on rockin’ in the free world! ThankYouGoodnight.

image

Met de wratten erbij

 

image
 
Wu-Tang Clan
Wu-Tang forever
1997

 

Welkom in de Top 20!

Eerst een paar recente hiphopfragmenten, die gemaakt lijken om te liken en leuk te vinden. ‘Wieder zien stuntmann / en we stuntn lik dat alleene ne stuntman stuntn kan’. Ook Afrikaans bekt goed: ‘Ek’s original, jy’s gecopy / Ek’s ’n flashdrive, jy’s ’n floppy’. De halve gare Tyler The Creator doet alsof hij een kakkerlak opeet en rapt: ‘I’m a fuckin’ walking paradox / No I’m not’. Leuk, dus.

Rewind naar 1997. Ik herinner me dat ik via Wu-Tang Clans 2e plaat de vijf districten van de 8,5 miljoen mensen tellende stad New York op volgorde van aantal inwoners heb leren leggen: Queens, Manhattan, The Bronx, Brooklyn en babybroertje Staten Island, dat op amper een half miljoen inwoners afklokt, en dus slechts zo groot is als hiêl Antwaerpe. Het hoofdkantoor van Wu-Tang Incorparated lag in die dagen in Staten Island. Vijf van de negen rappers zijn van daar: dat was tot Ol’ Dirty Bastard in 2004 stierf een meerderheid, maar geen 2/3-meerderheid. Denk over Ol’ Dirty wat u wil – ergens op deze plaat noemt hij een bitch die hem een druiper heeft gegeven bij naam – maar hij zou de kakkerlak van Tyler écht doormidden hebben gebeten.
image

De Clan geeft alles en iedereen één of meer bijnamen. Staten Island wordt The slums of Shaolin! Brooklyn heet Medina. Een stuk tekst uit ‘Sunshower’, een monoloog van RZA die als bonustrack aanspoelt, legt aan de hand van een metroplannetje uit hoe de heren Staten Island zien, en waarom ze vinden dat de rest van New York veroverd moet worden: ‘Subway trains run through the city / like blood through the veins / to the heart of Medina / but Shaolin is the brain’.

Shaolin: kan ook gewoon een martialartsfilm zijn, een klooster en een kungfustijl. Wu-platen zitten vól bizarre, soms macabere, soms grappige actiefilmfragmenten. Voorbeeld van een ‘gevaarlijke’ sample: ‘I despise your killing, and raping. You’re despicable. It’s just you should be punished. I’m going to chop off your arm, so are you ready?’ Heel knáppe sample: het zwaardgekletter en de kreten van de duellerende samoerai die heel ‘Hellz wind staff’ dragen.
 

 
Hiphop was in de periode voor Wu-Tang (de Chuck Berry- en Beatlesjaren van het genre) al breakdance, graffiti, beats, samples, scratching en opschepperij in allerlei varianten. Mag ik Public Enemy de Stones vinden? Dank, want ‘Wu-Tang forever’ zou ik de Led Zeppelin III én IV van het genre willen noemen.

De samplekeuze en het gewroet en gewriemel in beats en ruis en onder- en bovenlagen gingen bij de Clan ergens anders naartoe, als u het mij vraagt naar a deeper shade of soul. De teksten gingen ook ‘Stairway to heaven’-ver.

Heel mooi donkerblauw samplevoorbeeld: in het ‘Hellz wind staff’ van hierboven wordt het eerste woord van de eerste zin van ‘Signed D.C.’ van Love (‘Sometimes I get so lonely’) uiteindelijk gesampled, maar het duurt even, want eerst horen we een paar keer alleen ‘s’ en ‘some’ voorbijkomen, daarná pas ‘sometimes’. Geen dragende sample, wel een voortreffelijke. Een detail ook dat je alleen kan thuisbrengen als iemand je erop wijst.

Geldt ook voor King Floyds ‘Don’t leave me lonely’ waaruit Oh baby, for heaven’s sake heliumhoog gepitcht wordt, en voor Skeeter Davis’ wondermooie ‘The end of the world’, waaruit alleen de woorden ‘shining’ en ‘shore’ getrokken worden in ‘Cash still rules’; allebei kíller vocal samples.
 

 
De beginnoot van Beethovens Pathétique-sonate vult heel ‘Impossible’. De stukken song van The O’Jays in ‘The Projects’ en van Gladys Knight & the Pips in ‘Heaterz’ zijn ultrakort, maar: they really tie the songs together. ‘Little ghetto boy’ van Donny Hathaway springt er nadrukkelijker uit.

‘Maria’ is vuile praat over grote zwarte lullen en watermeloenen konten (die slechts hier en daar opduikt, maar dan wel in volle glorie) boven een geweldige drum uit een Lee Dorseysong en een melancholisch opgerekt gitaargeluid van Blood, Sweat & Tears. ‘The city’ is een gelijkaardige botsing van extremen: een ambulancesirene en chaotische raps, daarboven een Stevie Wondersample en de meest trieste violen van deze ruim twee uur durende reis.
 
image
Deze dubbel-cd is amper 10 minuten korter dan ‘Sandinista’ van The Clash, en was dat geen driedubbele? Zowat iedereen is het erover eens dat ‘Sandinista’ te veel niemendalletjes bevat. ‘So?’, was Joe Strummers antwoord: ‘Ik wil ‘em helemaal horen. Warts and all, zoals men zegt.’ De uitdrukking ‘Met de wratten erbij’ verwijst naar 17e-eeuwer Oliver Cromwell, die een portretschilder opdroeg niks te verfraaien en de minder aantrekkelijke delen, Cromwells wratten dus, erop te laten. Op ‘Wu-Tang forever’ staan hooguit zes van die wratten, en ik wil ze er ook niet af.

image

Wu-Tang forever! Mijn mening in 1997 in heel weinig woorden: ‘Zo goed had niet gemoeten’. Mijn mening vandaag: ook zoveel.

De Antwerpenaar Tourist Lemc schreef een korte ode: ‘Oepgegroeid de generase 84 / gin gsm gin mp3 / ’t ware walkman tijden / pillen oep muziek / deur ’t geruis de Wu-Tang forever van buite geliêrd / liêre rappe van de groêtmiesters’. Zelf ken ik ‘em niet helemaal uit het hoofd, maar in het fenomenale eerste halfuur van cd 1 haal ik een belachelijke 60 %. Ook in ‘A better tomorrow’, ‘Triumph’, ‘Impossible’ en ‘Little ghetto boys’ laat ik alleen af en toe een steek vallen, soms ontdek ik net daardoor nieuwe favoriete rhymes. Voor de goede orde: mijn tong is geen hiphopzwaard.

image

‘This is MCing right here / this is hip-hop’, gaat de intro van kant 2 tekeer tegen R&B-sterretjes. Maar hoe gaat het met die lyrics? Uitstekend. Eén voorbeeld uit de 1000: de Ghostface Killahstrofe van ‘Impossible’, over iemands broer die wordt getroffen door een kogel, over de paniek, de geleende mobiele telefoon waarvan de batterij leeg is, de gedachte dat hij moet blijven leven voor zijn dochter die in januari drie wordt, de mensen die zich over het slachtoffer heen buigen terwijl de man al amper lucht heeft, de ambulance die te lang wegblijft, herinneringen aan baseballwedstrijden, aan een chocoladedrankje (Yoohoo), aan een favoriet jeansmerk (Lee), aan de flik die erbij staat te grijnzen, de moeder (Old Earth) die op blote voeten in nachtjapon naar buiten komt gelopen met de handen op de borsten, het bloed op ’s mans Wallaby-schoenen dat er als ketchup uitziet, bloed dat uit zijn mond komt gelopen, de stank van stront die uit het lijk komt, … ‘and finally this closed chapter, comes to an end / He was announced, pronounced dead, y’all, at twelve ten’. Daarna de aankondiging: ‘This is only a story… from the real’.

Een lyric-video was eleganter illustratiemateriaal geweest, maar die staat in die mate vol fouten dat ik het anders moet doen.

‘Call an ambulance, Jamie been shot, word to Kemit
Don’t go Son, nigga you my motherfuckin heart
Stay still Son, don’t move, just think about Keeba
She’ll be three in January, your young God needs you
The ambulance is taking too long
Everybody get the fuck back, excuse me bitch, gimme your jack
One, seven one eight, nine one one, low battery, damn
Blood comin out his mouth, he bleedin badly
Nahhh Jamie, don’t start that shit
Keep your head up, if you escape hell we gettin fucked up
When we was eight, we went to Bat Day to see the Yanks
In Sixty-Nine, his father and mines, they robbed banks
He pointed to the charm on his neck
With his last bit of energy left, told me rock it with respect
I opened it, seen the God holdin his kids
Photogenic, tears just burst out my wig
Plus he dropped one, oh shit, here come his Old Earth
With no shoes on, screamin holdin her breasts with a gown on
She fell and then lightly touched his jaw, kissed him
Rubbed his hair, turned around the ambulance was there
Plus the blue coats, Officer Lough, took it as a joke
Weeks ago he strip-searched the God and gave him back his coke
Bitches yellin, Beenie Man swung on Helen
In the back of a cop car, dirty tarts are tellin
But suddenly a chill came through it was weird
Felt like my man, was cast out my heaven now we share
Laid on the stretcher, blood on his Wally’s like ketchup
Deep like the full assassination with a sketch of it
It can’t be, from Yohoo to Lee’s
Second grade humped the teachers, about to leave
Finally this closed chapter, comes to an end
He was announced, pronounced dead, y’all, at twelve ten’

Ghostface begint eraan vanaf 2’40”:
 

 
De Wu-Tang Clanners zijn op deze plaat volbloed Five Percenters slash Systeembouwers. In de intro van de plaat leidt dat tot niet willen aannemen dat Charles Darwins evolutietheorie steek houdt. Op z’n mooist wordt die hele spirituele 5 percenterszoektocht van naaldje tot draadje verteld in de korte RZA-autobiografie ‘Sunshower’, waarin de man zijn pseudowetenschappelijke kijk op het universum tentoonstelt (maar tegelijk niet hoog oploopt met mensen die in dierenriemen of talismannen geloven) en daarna alle scholen en rapcrews uit zijn leven op een rijtje zet. We leren van RZA ook bij over de periode waarin de Clan nog met drie was: ‘While others played ball, I recall / me and GZA, Dirty hangin in halls, bangin on walls / Kickin rhymes three hours straight with no pause’. RZA pleurt er ook een beschouwing tussen over kerels die in de gevangenis gewichten heffen, de islam bestuderen en spirituele hoogten bereiken, maar die als ze vrijkomen snel merken: ‘Back on the block nobody’s havin’ it’. Iemand heeft ooit gezegd dat de grote denkkleppers van de hiphop alleen beluisterd worden door mensen met veel tijd: studenten en gevangenen. ‘Wu-Tang forever’ moet hét tekstboekvoorbeeld zijn. Dit ‘Sunshower’ is naar mijn gevoel een van de beste hiphoptracks ooit:
 

 
Artistiek brein RZA is vandaag niet meer zo militant is als vroeger. Wat hij wel is gebleven: a man with an eye on the dollar. Hij heeft zijn visie in het boekje ‘The Tao of Wu’ neergeschreven (dat bijna zo goed is als ‘The Tao of Winnie the Pooh’). Hij is acteur en filmmaker, en is er altijd en overal bij: als er ergens gerapt wordt bij James Blake en Kendrick Lamar of scheidsrechter wordt gespeeld in een clip van Vampire Weekend. Ik zie ‘em bij Conan O’Brien perfect talkshowfähig uitleggen waarom hij ooit RulerZigZagAllah heette en daarna pleiten voor schaken op school; daar hoort uiteraard een schaak-app bij met zijn naam erop, want cash rules everything around us. In een christelijke talkshow hoor ik ‘em zijn kernboodschap kort uitleggen: ‘In de projects wilden we alles tegelijk. We wilden een videospeler stelen, of high worden, we dachten niet aan de drie jaar gevangenis die konden volgen. Of we zaten voor we er erg in hadden met tienerzwangerschappen. Van schaken leer je geduld oefenen, omdat je een paar zetten moet vooruit denken voor je handelt, en op die manier leer je je beheersen en doe je minder domme dingen.’

Dat is de RZA van nu. Die van 1997 had nog geen tijd voor een korte boodschap, dus maakte hij met zijn crew een heel lange plaat, vanuit New York, waar die mannen in hun genre ‘king of the hill, head of the list, cream of the crop’ waren en – wat mij betreft – nog steeds zijn, al moet ik het sedert 1997 bij elke Wu-uitgave doen met 3 à 4 goeie songs per plaat. Mijn gedacht.

I’m outta here. Going up the country.

 

 

 

Nothin’

 
image

Townes Van Zandt
The very best of Townes Van Zandt: the Texas troubadour
1968-1978

 

Tijd voor een overzicht van de in Honderd terechtgekomen country-artiesten die ’s nachts hun cowboyhoed ophouden. Op 19 staat ‘The very best of Townes Van Zandt’. Stop!

Eerst dit: in de wereld zoals hij was en is scheppen veel blanke muzikanten met een netje en een dollarcontract de zwarte visvijver leeg. ‘Can a white man sing the blues?’ is soms een terechte vraag. Aan de andere kant: Bill Callahan schreef voor zijn zeer blanke groep Smog in 2005 de moderne countrysong ‘I’m new here’. Gil Scott Heron, niet de minste der zwarte soul-, blues- en funkmannen – hij wordt zelfs volledig terecht een hiphoppionier genoemd – covert niet lang voor zijn dood die rare countrysong van Callahan. Als ik Scott Herons versie van ‘I’m new here’ hoor, denk ik: ’t is niet echt zijn zandbak. Scott Heron is vooral verwonderd en aandoenlijk verrast door de terloopse wijsheden van de song, en hij vat de afstandelijkheid en zelfspot tussen de arrogantie en onverschilligheid van Callahan wel, maar brengt ze niet laconiek genoeg. Conclusie: ‘Can a black man sing country?’ is soms een even terechte vraag.

Blijkbaar kunnen blanke Vlamingen perfect country zingen. ‘If I needed you’ bijvoorbeeld werd een hit dankzij ‘The Broken circle breakdown’. ‘If I needed you’ is een song van Townes Van Zandt.

De song staat op ‘The very best of Townes Van Zandt: the Texas troubadour’, maar eigenlijk staat die best of hier alleen omdat de titel goed klinkt. Ik mis op de verzamelaar bijvoorbeeld een paar essentiële Townessongs zoals ‘Marie’, ‘Tower song’ en ‘You are not needed now’.

image

Punt is: ik ken van Van Zandt (1944 – 1 januari 1997) een paar vrij goeie platen, maar ik ken er geen enkele écht goeie. Ik bedoel daarmee: als hij er wel een echt goeie had gemaakt, stond ze in mijn top 5. De man schreef in stabiele periodes redelijk wat songs, nam ze snel op, en besteedde ze steevast uit aan de eerste de beste rechterhand die hij tegen het lijf liep, en die er iets mee deed dat hem verder weinig interesseerde, bijvoorbeeld er te veel fluit aan toevoegen, of conga’s aan amateurhanden overlaten en drums als paardjehopcountry laten klinken. Er moet wel bij verteld worden: de Nashville Wall Of Sound die Jack Clement optrekt is bij momenten indrukwekkend. Van Zandt was ondertussen alweer op weg naar zijn volgende optreden, motel, bungalow, blondine, brunette, goktent of drank- en drugsmoment.
 

 
‘Live at the Old Quarter, Houston, Texas’ biedt het beste zicht op de ruwe diamanten die ’s mans songs zijn, stand and deliver-ed door Van Zandt, zijn gitaar en het rumoer van het publiek in de kleine club dat ook in de mix zit. Levert een 10 op voor authenticiteit, maar een 6 voor Van A Tot Z Boeiend.

Een vrij coherente plaat is ook ‘The Late Great Townes Van Zandt’. De titel is zelfspot: na een avondje comazuipen belandde hij echt in een coma en bubbelde hij een tijdlang aan de onderkant. De comeback bevat (net als de rest van de discografie) weinig echte lows, een paar highs en vooral veel in betweens.
 

 

Een goeie mop die de man live tussen de tristesse wurmde: ‘What’s white and crawls up your leg? Uncle Ben’s Perverted Rice’. Een mindere: als hij een auto koopt zonder motor is dat niet erg want hij rijdt in het leven toch alleen bergaf. Een ander soort humor zit in de song ‘Brand new companion’: ‘She fits just like my guitar / she’s near as tall as me’. Een gemener stuk tekst? ‘A yellow haired woman brings nothing but pain’.

Tal van songs honkytonken of kleuren anderszins binnen de countrylijnen: ‘I’ve been turnstyled and junkpiled and railroaded too’ wordt alleen gezongen om daarna eeuwige trouw te beloven, met parlando erbij. Als men deze trukendoos opdient, gebeurt bij mij vanbinnen altijd iets dat te maken heeft met de bedrading tussen traanklieren en hersenen: ik krijg foutmelding. Dit soort country belooft three chords and the truth, maar wordt op een halve leugen betrapt, of op aanzwellende violen en mariachigetoeter.

Soms heb je bij TVZ-songs, net als bij hiphop, ondertiteling en hypertext nodig: de Delta Mama uit ‘Delta Mama blues’ was geen moeder en ook geen echtgenote, maar wel een in de jaren 70 in Texas populaire, straffe, bij elke drogist legaal te kopen hoestsiroop.

Ik wil de vraag ‘Wie is Townes Van Zandt?’ beantwoorden met de vraag ‘Wie is Gram Parsons?’ Parsons rekt zijn klinkers soms zo hartverscheurend op dat niemand meer tearjerker kan zeggen. Mocht hij de persoonlijkheidstest Precies versus Slordig hebben ingevuld, hij had overal slordig getest, behalve in zijn muzikale delivery. Parsons’ muziek is een beetje psychedelisch. En hij is van goede komaf, maar leefde aan de zelfkant van countryland en proefde van alle verboden vruchten. Townes Van Zandt? Zeer slordig man, behalve als het gaat om songs schrijven en verhalen vertellen? Check. Kosmische hoogten verkennende country? U gaat nergens straffer vinden, maar hoed u nog meer voor zijn realistische verhalen. Van goede komaf? Townes is evenmin in een trailer park geboren. Hij is de zoon van een hoge pief uit de Texaanse olie-industrie. Hij heeft een bipolaire stoornis. Als tiener springt hij uit een raam op de vierde verdieping. Zijn ouders antwoorden met psychiatrie en elektroshocks. In zijn eerste universiteitsjaar kiest hij voor één vak: ‘Lightnin’ Hopkins beluisteren’. Hij ziet niet meer om. Hij schrijft veel songs. Hij weigert bijna nooit drugs. Hij ziet eruit als Phil IJzerdraad. De Schoppen Aas is zijn stamsaloon.

Van Zandts beste teksten zijn harde, glasheldere documentaires vol ellende, mét empathie voor de mensen aan de onderkant, maar van een afstand. De vertelling is altijd secuur en perfect. Het loopt dikwijls slecht af.
 

 
De zanger zelf eindigde in de buurt van de man die dakloos is in de song ‘Marie’, een schitterend kortverhaal: ‘Summer wasn’t bad below the bridge / A little short on food that’s all / Now I gotta get Marie some kind of coat / We’re headed down into fall’. Op een opname een paar jaar voor zijn dood hoor je een stembereik dat het einde aankondigt, maar ook een songschrijver die zich staande houdt for the sake of the song.

Van Zandts mooiste zin? ‘Days up and down they come / Like rain on a conga drum’.

De gedachte ‘Everything is not enough / And nothin’ is too much to bear’ past beter op zijn graf dan ‘To live is to fly’ dat er nu op staat.

Willie Nelson, een bewonderaar, heeft gezegd: ‘Zijn probleem was: hij was een engel die te laag vloog’.

Van Zandt heeft niet tot het einde gewacht om een man van de herfst te zijn. Zijn meest verloren klinkende songs, ‘Nothin’ en ‘Rake’, zijn geen eindeloopbaanproducten, ze dateren al van 1971.

‘Rake’ is een from riches to rags-verhaal waarin je geen personages meer hoort, je hoort alleen Van Zandt zelf die weet dat het verval eraan komt.
 

 
‘Nothin’ leeft bij 0 graden Fahrenheit: in Celsiusgraden is dat ook bar koud. De song eindigt met ‘Sorrow and solitude / These are the precious things / And the only words / That are worth rememberin’. Dit is geen country meer, dit is een paradox die luidt: ‘Je beluistert ‘Nothin’ best in stabiele periodes, maar je hoort het nog beter op labieler dagen.’

Townes Van Zandt! Bij songs als ‘Kathleen’ (snik), ‘Flyin’ shoes’ (snikker) en ‘Waitin’ around to die’ (snikst) stel ik me de vraag ‘Als het waar is dat trieste muziek empathieverhogend werkt, in wat voor een land leeft dan de mens die voor ons muziek opdiept die zo triest is als deze?’

De Van Zandt die de ‘Nothin’-bergtop op gaat, die laat ik al eens passeren. Ik kijk ‘em dan zelfs niet na. Ik staar naar de avondschemering die van iedereen is en van niemand.