The year that Bill Callahan broke

 
Tijd voor een overzicht van een paar Bill Callahanmomenten die Honderd niet hebben gehaald.

1. ‘Bathysphere’ uit 1995. In ‘Ah! Ah! Ah! Ah!’ wordt onder denkbeeldig water naar adem gehapt. Iemand vraagt op z’n zevende aan zijn moeder om hem in een holle bol diep in zee te laten zakken, en, mocht de stalen kabel knakken, hem daar beneden met rust te laten. Maar dan zegt zijn vader iets… Werd ooit gecovered door Cat Power.
 

 

2. ‘River guard’ uit 1999. Als de verteller de gevangenen meeneemt om te zwemmen, denken ze altijd aan strafvermindering. De bewaker mijmert filosofisch terug: ‘We are constantly on trial / it’s a way to be free’.
 

 

3. De onvertaalbare mop die de man ergens op een concert vertelt: ‘What did the easter egg say to the pot of boiling water? It’s gonna take me a long time to get hard, I just got laid by some chick’. Akkoord, niet dé mop aller tijden, maar wie Callahan een beetje kent, weet ondertussen: elke kwartjoke die zich vertoont is welgekomen.

4. ‘Summer painter’ uit 2013, verrassenderwijs the year that Bill Callahan broke. Een man schildert een zomer lang namen op boten: Rich Man’s Folly en Poor Man’s Dream bijvoorbeeld. Rondom hem bouwen bevers hun dammen. In de herfst is hij weg. Een onweer wordt verbeeld op Gil Scott-Heronfluit en op een gitaar die vlekken maakt die eruit zien als grote plassen, afgeknakte bomen en grondverzakkingen. Na de ravage wordt de man verdacht van voorkennis, alsof al die tijd bij het water hem controle over de regen heeft gegeven. Mocht deze song een whodunnit zijn, de bevers zijn de hoofdverdachten. De sfeer na de storm, in Callahans beknopte stijl: ‘Then came a quiet / No one should know’.