
Charles Ives
‘Central Park in the dark’
1906
Ik worstel met een hardnekkige oorwurm van 1899(!), een aanstekelijke monsterhit uit de tijd van toen zelfs wijlen de presentator van ‘De tijd van toen’ nog niet was geboren. De song heet ‘Hello Ma Baby’. Ze werd eerst via bladmuziek verkocht, en een paar jaar later via papierrollen met gaatjes voor in de pianola. De tekst van het refrein: Hello ma baby / hello ma honey / hello ma ragtime girl.
‘Hello Ma Baby’ is een van de vele coon songs die hits zijn geworden. Een coon song moest over negers gaan. Over negers die gokken, negers die liever stelen dan hun boterham verdienen, negers die geweld gebruiken (gelukkig vooral tegen andere negers), negers die er allemaal hetzelfde uitzien, negers die het enige ras zijn zonder vlag (‘Every race has a flag but the coon’), negers die door discipline, opleiding of geld proberen de status van blanken te bereiken, maar natuurlijk lukt dat alleen in hun dromen, wat had je gedacht, het zijn tenslotte negers.
‘Hello Ma Baby’ is een beschaafde coon song over negers die met elkaar telefoneren. Toen nog een nieuwigheid. Ik bedoel telefoneren in het algemeen.
Er is plaats noch tijd voor een pamflet over raciale vooroordelen van lang geleden. De waarheid is trouwens dat ook zwarten coon songs schreven en dat de populariteit van de ragtimeritmes de weg zou plaveien voor gitzwarte blues en jazz. Concreet: voor Bessie Smith en Louis Armstrong.
Nog één raadsel: coon is een afkorting van raccoon, maar geen enkele van mijn zwarte muzikale helden lijkt op de procyon lotor, de gewone wasbeer. Of zou het te maken hebben met eten uit de vuilbak stelen?
Genoeg. ‘Hello ma baby’ wordt hier vermeld omdat New Yorks componist Charles Ives het een dikke minuut lang citeert / vermaalt / samplet / covert / mash-upt in wat voluit ‘Contemplation of nothing serious or Central Park in the dark’ heet, een compositie van nog geen 10 minuten van begin vorige eeuw.
‘Central Park in the dark’ is een nocturne die begint met zachtmoedige strijkers, maar er ruist al wat in het struikgewas. Na vier minuten speelt een piano een ragtimedeuntje. Vanaf minuut 6 trekt zich een kakofonie van caféliederen op gang die over het park waaien en die Ives nergens met mekaar verkneedt, integendeel: ze blijven elkaar de boventoon betwisten tot er één wint en dat is ‘Hello ma baby’ – achtereenvolgens gespeeld op een piano en op een irritant hoge klarinet (een esklarinet!), waarna ook een fanfaretrommel invalt. Nogal bruusk verdwijnen al die waanzinnige uitgaansgeluiden – denk een plek op Pukkelpop precies tussen zes tenten – en blijven alleen de zachte strijkers over. De laatste nachtraven nemen de laatste paardenkoets naar huis. Central Park wordt opnieuw een minijungle van wormen en muizen en uilen.
Charles Ives’ vader was een bandleider die ooit twee fanfares langs elkaar heen liet marcheren om te horen hoe dat klonk. Zijn zoon speelde orgel in een kerk, en schreef in 1902 een cantate die lovende recensies kreeg, maar een week na de première gaf hij zijn muzikale carrière op (naar verluidt vond hij de klassieke muziekscene een bende sissies) om in zijn onderhoud te voorzien door levensverzekeringen te verkopen. Hij stippelde verkooptechnieken uit voor handelaars in polissen, en was daar zeer succesvol in. Hij leefde niet in een vochtige zolderkamer. Componeren deed hij in zijn vrije tijd.
Pingback: 120 – 116 | Honderd
Pingback: Onbeleefde houtblazers | Honderd