Ik herinner me Henry Rollins op Pukkelpop in 1990 (Aantal podia: 1. Bezoekersaantal: 10.000! Topacts: Faith No More, Nick Cave And The Bad Seeds).
Rollins stond ervan versteld hoe braaf The Buzzcocks in die dagen klonken: ‘Zeker als je het vergelijkt met wat wij met Black Flag deden’, vond de man, en de man had overschot van gelijk. The Buzzcocks mikten even hard op de hitparades als The Who. Black Flag was rauwer en abstracter. Black Flag smaakt naar tomatenconcentraat.
Black Flag elitair? Da’s maar de helft van het verhaal. De evolutie van nieuw, swingend en fris naar moeilijk en tegendraads heeft een keer te veel plaatsgevonden, en in zowat alle mogelijke muziekgenres.
Hardrock trok van Black Sabbath richting Napalm Death. De reggae van The Wailers veranderde in de dub van Lee Scratch Perry. Van de droogleggingfeestjazz uit de serie ‘Boardwalk empire’ wandel je niet in 1-2-3 naar de waanzin van Ornette Coleman en John Zorn. Tussen vroege Detroit techno en ‘Drukqs’ van Aphex Twin lijkt een wereldoorlog te hebben plaatsgevonden, tussen Mozart en Schönberg ligt een eeuwigheid.
Namen al deze vernieuwers zichzelf te veel au sérieux? Zijn het stuk voor stuk elitaire, de wereld met hun eigen navel verwarrende plaaggeesten en blaaskaken die zich boven de massa verheven voelen? Werden al die jaren in het kunstschoolmilieu systematisch wedstrijden Om Ter Raarst Doen gehouden? Hadden sommigen van deze excentriekelingen te kampen met constipatie of breinletsel?
Wie alleen overdag naar Stubru of Klara luistert en ’s avonds verslaafd is aan talkshows op tv, zal misschien geneigd zijn een paar keer ‘Ja’ te antwoorden. Maar wie op de nationale zenders al eens ’s avonds inschakelt voor ‘Select’ en ‘Late night’ – volgend jaar heten die programma’s weer anders, maar the more things change, the more they remain the same – of via internet Antwerpse, Brusselse, Gentse, Leuvense, Vladivostokse ‘studentenradio’s’ weet te vinden, die zal onderkennen: voor veel muzikanten (en luisteraars) heeft het raam van de tegentonen gewoon onherroepelijk open gestaan, en is er geen weg terug.
Onlangs hoorde ik bijvoorbeeld voor het eerst iets van de componist Helmut Lachenmann. Eerste en enige reactie: ‘Wat is me dat weer?’
Voor alle in onderstaande Tegentonenplaylist opgenomen composities geldt wél: vind ik uitstekend.
De hoogtepunten komen uit de tweede helft:
– ‘Atlantis’ is de beste Sun Raplaat die ik ken.
– Moondog maakt een toccata voor een sleepboot.
– Als ‘Rae’ van Autechre 3’00” ver naar een lager toerental switcht, verzamelt zich bij mij altijd een beetje traanvocht dat eruit wil.
– The Haxan Cloak is een jonge Brit die zijn slagschaduw laat vallen op een verlaten dubstepdansvloer. De celesta is ‘The shining’ versie 2011.
– Arvo Pärts vroege werk ‘Credo’ (uit 1968) treedt redelijk spectaculair uit de oevers van een barokprelude om poldervelden van dolheid op te zoeken middels collectieve koor- en orkestchaos. Waarna je bijna 10 minuten ver de zaadjes kan horen kiemen van Pärts minder atonale, veel minimalere werk van later. Ik las ook ergens dat pianiste Hélène Grimaud een paar wolven persoonlijk kent.
– György Ligeti’s ‘Requiem’ is in 1965 af, maar eind jaren 60 levert Stanley Kubrick er beeld bij. Sindsdien ziet iedereen ze keurig op één rij staan: maan, zon en zwarte monoliet.
