De krokodil uit Donkey Kong

 

image
 
King Krule
King Krule EP
2011

 

Als Honderd nu eens het domein is dat ik pacht? In dat geval: wij komen aan bij het perceel met de jongste aanplant.

Ik leerde de in 2011 amper 17-jarige King Krule kennen toen hij nog Zoo Kid heette en de single ‘Out getting ribs’ uitbracht. Op Youtube staat Zoo Kid met zijn rosse kuif in een lege exporuimte, vlakbij een hond. Als een blik kon spreken: ‘Mijn enige vriend is een jonge, gewonde valk’. Is dat trouwens zijn (groot)moeder of gewoon de suppoost op die stoel? En vooral: wat vindt zíj ervan dat hij een knoert van een vetvlek op zijn witte trui heeft?
 

 

De vijf songs tellende mini-lp die volgt zit vol Chet Baker- en Ronny Jordanjazz die uit het lood hangt, Gang Starrhiphop in een soort ontbinding, en tegelijk is het 100% Zoo Kid en nieuw en fris en geweldig.

Alleen heet Archie Marshall plots King Krule, naar King K. Rool, een krokodil/slechterik in de game ‘Donkey Kong’. Het enige dat mij aan games verbindt is de tijdsbeperking die ik mijn kind ooit heb opgelegd, maar enig 1 minuut-opzoekwerk omtrent ‘Donkey Kong’ leert dat de in 1994 geboren Marshall evengoed de artiestennaam Bluster Kong, Stanley The Bugman of Kaptain Curvy had kunnen kiezen. ‘Mijn artiestennaam komt van King Creole’, zegt hij later in interviews, dus moet ik deze alinea eigenlijk schrappen.

Ter zake: ‘The noose of Jah city’ heeft een elektrische piano, is ergens in het verleden een emotioneel moment uit de dubreggaecatalogus gaan ratten en trekt haast onmerkbaar, en toch omvattend voorbij.

‘Portrait in black and blue’ begint met ‘Spastic gyrations and abbreviated bathing suits’ (top!) en zit vol reverb op gitaar en lage croonstem. Sfeer, accent, ontgoocheling en realisme, ja zelfs houtsnedekunst op de hoes doen denken aan ‘Life’s a riot with spy versus spy’ van Billy Bragg en aan trieste punkplant Patrik Fitzgerald. Stukje tekst uit ‘Bleak bake’, lijflied voor de rusteloze depressieveling: ‘And everything hits you in the end / and spoils your thought stream / My heart got a hold of my head / and ripped it to its seams.’

De rest van de ep bevat schetsen die mij, als ik een ticket koop voor ’s mans concert in de Rotonde van de Botanique, doen denken: hij zal wel een lp meebrengen, maar er is in mei 2012 alleen de nieuwe single ‘Rock bottom’: meer uptempo, weerstrevig, woelachtig. Aan het eind worden The Streets lang geciteerd in ‘The end of something I did not want to end / Beginning of hard times to come’.

King Krule ergens midden in zijn Botaniqueconcert: ‘This is an old song’. Iemand in het publiek: ‘Like you.’
 

 

De illusie dat de piepjonge kunstenaar al allerlei dingen weet die jij pas veel later hebt geleerd (in het ergste geval: nog moét leren) is noodzakelijk. Anders ga je gewoon bij anderen en ouderen bijtanken. Niet nodig.

Krules grote debuut ‘Six feet beneath the moon’ verschijnt uiteindelijk op zijn 19e verjaardag, op 24 augustus 2013. De vooruitgeschoven track ‘Easy easy’ heeft-ie op z’n 12e geschreven, beweert Archie Marshall, die zingt dat hij zijn bonnetje had moeten bijhouden, want van het broodje dat hij in de Tesco-supermarkt heeft gekocht is de versheidsdatum overschreden. Welaan!

’s Mans tweede level is bijna nergens een erop-, ernaast- of eroverdebuut. Weinig hits, weinig missers. Een gedesillusioneerde jonge man met een korte lont neemt na elk gevecht met zichzelf zijn tijd om triest te zijn, na te denken, een biertje te drinken en een joint te veel te roken. Ik hoor een grootstedelijke onderkant, een onaffe wereld, een grove borstel en tegelijk een ambachtelijkheid en een precisie… iets anders, quoi!

‘Komt wel goed’, zou ik kunnen zeggen, maar beter is: ‘We zullen zien’. Voorlopig geldt vooral: er volgen nog 13 platen van 2005 en later, maar alle makers ervan zijn voor 1994 geboren, dus Generatiër Nu wordt het hier niet meer.
 

 

Nicht mehr dabei

 

Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten zingt in het Noah-gestrand-op-de-berg-Ararat-lied ‘Ein seltener Vogel’: ‘Nach dem Regen sind nicht mehr alle dabei’. Vandaag honderd platen van honderd artiesten die er na de regen niet meer bij zijn. De platen zouden op 216 kunnen staan, of op 121.

’t Gaat in deze playlist op en neer. Ik moet bij het maken ervan ergens gedacht hebben: na Abba past The Gun Club heel goed. U bent gewaarschuwd.

In verband met Spotify. Ik betaal er 10 euro per maand voor, maar als u dat niet wil doen, zal u gewoon om de vier, vijf songs reclame horen. Die is, zoals alle reclame, irritant. En natuurlijk komt die ellende er harder uit dan de muziek. Spotify is wat dat betreft overigens geen pionier. Maar hé, er worden geen songs onderbroken, ook niet als ze 15 minuten duren. Da’s al iets. Er is ook geen verkeersinformatie.

Mocht u betalen voor Spotify, een advies: bij ‘Instellingen’ klikken op ‘Afspelen’ en ‘Muziek laten doorlopen’ naar 5 seconden schuiven.

 

 

120 – 116

 

image
 
Minutemen
‘Double nickles on the dime’
1984

 
Double nickles is truckersslang voor 55 mijl per uur, de maximumsnelheid die in 1984 in Californië pas was ingevoerd. The dime is Interstate 10. Op de hoesfoto rijdt de groep met de van op de dime, en de snelheidsmeter toont precies 55 mijl per uur ter hoogte van de afslag naar home town San Pedro. Deze mensen vonden het belangrijker om hun eigen, wilde muziek te maken dan om verkeersreglementen te overtreden.

 
image
 

Minutemen betekent niet dat dit trio songs van een minuut speelde. Spreek integendeel uit: [mainjoet], klein. In de betekenis van: geen stadiongroep. Minutemen werd later fIREHOSE. Nu ik erover nadenk, Minutemen en fIREHOSE zijn punkers die eruit zien als truckers.
 

 

Minutemen stopte toen zanger/gitarist D. Boon overleed in een auto-ongeval.
 

 

fIREHOSE begon toen Ed Crawford na lang aandringen bassist Mike Watt en drummer George Hurley zo ver kreeg om de draad weer op te pikken. Ze geloofden opnieuw in hard werk, in goedkope ticketprijzen, in zelf het afgetrapte VW-busje besturen, in de abstractie en de bondigheid van Wire en in de machtige songs van Creedence Clearwater Revival, in de jazzhaiku’s die ze als vanzelf bleven schrijven, in punk als ze niet te orthodox was en er een Afrikaans gitaartje in mocht, en in funk en jazz als je erop kon pogoën.
 
 
image
 
 

image
 
Boudewijn de Groot
‘Waar ik woon en wie ik ben’
1975

 

Er staat één plaat van Boudewijn de Groot écht in Honderd. Mijn twee favoriete de Grootsongs staan daar niet op. Ze komen uit ‘Waar ik woon en wie ik ben’, plaat die de Groot maakt zonder tekstschrijver Lennaert Nijgh: moet iets geweest zijn als Sonic Youth wier prepared gitaren werden gestolen.

1. De song ‘Waar ik woon’ is een man die de voordeur van het huisje in het straatje achter zich dicht slaat, heimwee heeft naar een vergezicht en asfalt zand voelt worden. Als hij zich ver van huis waant, wijzen mensen hem de Piramide van Austerliz aan (die staat in Utrecht), ligt het Venetië van het Noorden vlakbij (kan Brugge zijn, maar ook Amsterdam), verwart hij de Sahara met een zandverstuiving en loopt hij rond in de heuvels van Klein-Zwitserland (ik heb in Nederland ooit een onnozele duinenrij met die naam gezien). In een café zingt hij mee met ‘Yesterday’, ‘Je t’aime moi non plus’ en ‘Die Gitarren und das Meer’. ‘Waar ik woon’ sluit af met de geur van erwtensoep.
 

 

2. Er is ook ‘Moeder’, dat begint met vijf seconden gamelanpercussie. De zanger denkt aan het land van herkomst, Nederlands-Indië, waar hij zijn moeder in een jappenkamp achterliet. Op de schoorsteenmantel een portret van haar, als verstilde danseres. Javaanse danseressen drukken zich vooral met hun handen uit. Je moet dat eens meemaken in Jogjakarta, terwijl dat gehamer op rare kookpotjes als warme, onophoudelijke regen over je heen komt.

Het verre carillon dat Boudewijn de Groot hoort vanuit het herenhuis doet hem aan gamelan denken: ‘Nederlands Indië / Mijn moeder / ik mis ze soms / maar ik weet er weinig van’. Van een afstand. Er middenin. Persoonlijk leed. Professionaliteit. Klasse!
 

 

 
 

image
 
 

image
 
Saturday Night Fish Fry: New Orleans Funk And Soul
Muziek van Eddie Bo, Irma Thomas, Lee Dorsey, Huey Piano Smith, Dr. John, …

 
image
 
Het heet hier Honderd, maar De Nukkige Negenennegentig was ooit een werktitel. Een Sus-en-Wisalliteratie moest en zou het zijn, en nukkig, dacht ik, past alliteratief even goed bij 99 als hardnekkig bij 100. Met dat verschil: de betekenis klopte.

Synoniemen.net zegt bijvoorbeeld: nukkig (bn): bokkig, capricieus, chagrijnig, eigenzinnig, grillig, kribbig, kronkelend, nurks, onvoorspelbaar, sikkeneurig, snibbig, vinnig, wispelturig, wrevelig.

Als ik die adjectieven keurig in alfabetische volgorde zie staan, word ik al blij. Dus! Nukkige negenennegentig! Klaar! Aan de slag!

Maar.

Af en toe komen een paar ongenode vrolijke gasten binnen, langs de achterdeur dan nog, om het nukkige feestje met een smile van hier tot ginder te gate-crashen.

Voorbeelden?

Favoriete New Orleanstracks van lang geleden. Lee Dorsey’s ‘Sitting here la la / Waiting for my Ya Ya’ bijvoorbeeld. Of ‘Iko Iko’ van The Dixie Cups: percussie met kleine stokjes, en daarboven drie vrouwenstemmen: ‘My grandma and your grandma were sittin’ by the fire / My grandma told your grandma: I’m gonna set your flag on fire.’ De verschillende kleuren waar de vrouwen het in ‘Iko Iko’ over hebben, zijn die van de Mardi Gras-indianenpakken van hún chief van hún wijk. Moeilijkste stuk uit het refrein: ‘Jack-a-mo fee-nai ne’.
 

 

Daar hoort een hele moeilijke uitleg bij, één over talen en volksverhuizingen.
 

 

De middelmatige popkwisser in mij wist tot voor kort alleen dat The Belle Stars ‘Iko iko’ hebben gecovered in de jaren 80, en ontdekt nu dat er veel covers zijn; helaas ook veel zeer slechte.

Ik herinner me ook een afwas uit 2003 en een one hit wonder uit datzelfde jaar. Andere kleuren. Andere vlaggen. Andere stad. Moeilijkste stuk tekst: ‘Uh oooh, Uh oooh!’

 

 
 

image
 

image
 
Charles Ives
‘Central Park in the dark’
1906

 

Voor de wat rare, visionaire, minder dan 10 minuten durende (en een sample van een hit uit 1899 bevattende) compositie van Charles Ives moet u naar hier.

 
 
image

 

image
 
Billy Bragg
‘Life’s a riot with spy versus spy’
1983

 

Toen Billy Bragg in 1983 de wereld bestormde met de mini-lp ‘Life’s a riot with spy versus spy’ beschikte hij over een beperkt arsenaal wapens: zijn gitaar die een elektrisch broertje was van de Woodie Guthriemachine die fascisten doodde, een voorliefde voor de debuutplaat van The Clash (in het bijzonder de song ‘Garageland’ die hij toen coverde), een paar Dr. Martensschoenen, een gewoon kapsel (in die jaren een rariteit), zijn lef in het algemeen en zijn lef in het bijzonder om de belangrijkste radio-dj van toen, John Peel, te beloven een kip-Biryani van bij de Indiër naar de radiostudio te brengen als hij zijn plaat zou draaien.

Dat laatste lukte: Bragg wérd gedraaid, iedereen kon horen dat hij geen Nieuw Engeland wilde, maar wel een Nieuw Lief, en John Peel is die avond niet met honger in de auto gestapt.