I care because you do

 
image
 
Aphex Twin
I care because you do
1995

 

Wie als artiest zijn goesting wil doen, moet van in het prille begin geen zier, moer of fuck geven om de mening van anderen. Richard D. James, een man van veel aliassen, maar vooral bekend als Aphex Twin, heeft er zelfs nooit aan gedácht dat anderen een mening zouden kunnen hebben.

Weetje n° 1: ΔMi⁻¹ = −αΣn=1NDi[n][Σj∈C[i]Fji[n − 1] + Fexti[n⁻¹]] is de titel van de B-kant van ‘Windowlicker’, Aphex’ bekendste single.

Weetje n° 2: de roepnamen van de tracks van het fantastische ‘I care because you do’ uit 1995 zijn omzeggens allemaal anagrammen: van Aphex Twin (‘Wax the nip’), van The Aphex Twin (‘The Waxen pith’, ‘Next heap with’ en ‘Wet tip hen ax’), van Richard David James (‘Acrid Avid Jam Shred’) en van nom de plume Caustic Window (‘Cow cud is a twin’).

Weetje n° 3: op de dubbel-cd ‘Drukqs’ (die ik ooit als knettergekq heb omschreven, maar je zou Drukqs ook als Druguse kunnen lezen), staan een paar zeer mooie rustige tracks (die perfect illustreren hoe ontroerend een prepared piano kan klinken), maar ook veel van Aphex’ meest geflipte werk, met titels in het Cornisch – Richard D. James is geboren bij de steile krijtrotsen van het schiereiland Cornwall. Dat er ook gelachen mag worden ontdekte een polyglot die ‘Scullyas lyf a dhagrow’ vertaald kreeg: ‘Zij stootte mijn pint om’.

Het zegt uiteraard iets over de stijl van Richard D. James: moeilijk doen, een mini-enigma zijn, maar er tegen de deadline aan niet té lang over nadenken. ’s Mans schetsen zijn sublieme elektronicaminiatuurtjes, de eindmix is meestal zo slordig als de snel en met een stift op de hoes neergekwakte anagrammende songtitels van hierboven.

image
 

De cd ‘I care because you do’ is veruit de beste kennismaking met Aphex Twin omdat hier zowel het zijdezachtste (‘Alberto balsalm’) als het hardemetaalhardste op staat (in ‘Ventolin’ zijn de hoofdingrediënten niet de pffffffff’s van de astmaventilator, maar wel de neveneffecten van het pufmedicijn: de sis en de fluit van tinnitus).
 

 

 

 
 

Een belangrijk opstapje naar iets anders

 
image
 
Nine Inch Nails
The fragile
1999

 

Voor Humo recenseerde ik in de herfst van 1999 de tweede grote plaat van de industrialgroep Nine Inch Nails. Ik was nogal lovend.

De ‘muzikale’ context? Ik hoorde een groep die beter was dan Marilyn Manson; in die tijd alomtegenwoordig. Marilyn was een bijzonder slimme en een zeer interessante opiniemaker (zijn essay over de houding van Amerikaanse media na het drama in de Columbine highschool is meesterlijk), maar muzikaal kwam hij niet verder dan Gary Glitter huldigen en met onderscheiding zijn bachelordiploma David Bowie (minor gothic) halen; meer dan één MM-song klinkt ook als Alice Coopers ‘Ballad Of Dwight Fry’ in een reclamefilmpjesdoorslag.

Een fragment uit mijn Nine Inch Nails-recensie: ‘The fragile’ begint, nadat de zwartjas in ons vijf jaar op z’n nagels heeft moeten bijten, waar voorganger ‘The downward spiral’ eindigde. We bedoelen: ‘The fragile’ begint op de bodem. Neem dat gerust letterlijk: in opener ‘Somewhat damaged’ staat Trent Reznor thuis op zijn stoel, de koord hangt rond zijn nek, en voor hij de grond onder zijn voeten wegtrapt, start als bij wonder de metronoom. Van dan af zal hij twee jaar om zo te zeggen vakantie nemen, en tussendoor werken aan een plaat. Het gevolg is dat wij met een schitterende dubbel-cd zitten, die langer duurt dan ‘The wall’, onveiliger aanvoelt dan een Aeroflot-vlucht naar Grozny, en een geest uit de machine tovert die ons god weet waar naartoe voert. Er zijn songs bij die hoop en redding brengen, er zijn evenveel andere die zeggen dat dat zo makkelijk niet gaat, en fluisteren dat de scheermesjes in de badkamer liggen. That’s entertainment!’

Op mijn 34e was ik dus zo zot om compleet zot te zijn van een zanger met een zwart, leeg, koud hart. Een beetje zoals Prince bedenkt hij alles alleen in zijn studio, en die studio bevindt zich – denk ik – in een achtergelaten Tim Burton-decor. Ik lach er nu mee, en Trent Reznor vraagt er ook om: nérgens op deze dubbel-cd kan je hem betrappen op één van de ons allen bekende humorvormen. De muziek? Hard, eentonig, bloedloos, im rhythmus bleibend zoals het door Front 242, Nitzer Ebb, Skinny Puppy of Test Department was voorgedaan; in de nineties zou dit genre ook via Ministry en Rammstein de wereld veroveren.
 
image
 
Wat ik vandaag in Nine Inch Nails hoor? Euh (Euh is uit de mode, in de echte ‘Honderd’ wil ik het niet meer tegenkomen, is dat afgesproken?, red.) Wat ik dus hoor: een ambitieus, pretentieus, emotioneel, onzeker en vooral eervol gevecht tegen depressie, maar ik raadpleeg tegenwoordig andere specialisten. Ook alles behalve een ‘bijzonder clevere geluidstrip die z’n gelijke niet kent’, zoals ik toen vond: ik ben integendeel de testosteronriffs in de harde passages ontgroeid, evenals de soundtrack-van-Jaws-sfeer die regelmatig over ‘The fragile’ hangt. Ik ken ondertussen een hoop betere journeys into sound, waarin ook minder ideeën van Aphex Twin en Claude Debussy worden gestolen.

Van de teksten begrijp ik evenmin dat ze ooit glans hebben gehad. Alleen al de zin met de rijmwoorden ‘Pleading and / Needing and / Bleeding and / Breeding and / Feeding / Exceeding’ geeft me zin om ‘The fragile’ belachelijk te maken. Ik zou u daarmee kunnen vermaken of irriteren, maar waarom? NIN is Trent Reznor plus veel personeel, een hoop rekwisieten en een plan om de wereld te veroveren. Ik zie hem in 2013 in een promotievideo zijn verdiende miljoenen in een nieuwe, professionele miljoenenshow investeren en met muzikanten, technici, podiumbouwers, cameramannen, LED-lampen en Kraftwerk-ideeën een festivaltournee in mekaar boksen. Deze man hééft zich gegeven en gesmeten, en geeft en smijt zich opnieuw; he’s in business. Mijn verstand zegt Waw! en Respect, maar de muzikale wereld van NIN ketst steeds meer op me af.

Wat het is? Voor NIN geldt wat ook voor de lucht geldt die via identiek dezelfde wetten van de geluidsfysica in trilling wordt gebracht door The Smiths (‘The Smiths’), Radiohead (‘OK Computer’), The Triffids (‘Born Sandy Devotional’), Lauryn Hill (‘The miseducation of Lauryn Hill’), R.E.M. (‘Reckoning’), Elvis Costello (‘King of America’), Fugazi (’13 songs’), The Afghan Whigs (‘Gentlemen’), Come (‘Gently down the stream’), DJ Shadow (‘Endtroducing’), Massive Attack (‘Blue lines’), Public Enemy (‘It Takes A Nation Of Millions To Hold Us Back’) en Sonic Youth (‘Evol’ én ‘Goo’): ik vind die lucht óók niet meer even fascinerend als vroeger, periode waarin al deze platen een tijdlang het enige kunstwerk ter wereld waren. De muziek van deze mensen is een (zeer belangrijk) opstapje geweest naar iets anders.

 

 

‘I shot a dog that didn’t need shooting’

 
image

Sparklehorse
‘Vivadixiesubmarine
transmissionplot’
1995

 

Als Mark Linkous in 1995 via ‘Vivadixiesubmarinetransmissionplot’ voor het eerst succes krijgt met Sparklehorse, combineert hij in een Londense hotelkamer valium met antidepressiva en alcohol. Hij zakt door zijn benen en blijft 14 uur lang opgevouwen op de grond liggen. Een dag voor hij uit het ziekenhuis mag, ziet hij zijn eerste film in maanden: ‘Dead man walking’. Hij gelooft in slecht karma.

In de catacomben van Vorst Nationaal interview ik Linkous in 1997, een paar uur voor hij in het voorprogramma van Radiohead optreedt. Hij vertelt over een gewonde valk, die hij tijdens een motorrit vond. Het beest keek hem zo indringend aan dat hij er niet naar durfde te kijken. Hij bracht de vogel naar het asiel, en belde later om te horen of-ie het had gered; ja dus.

Linkous zei ook: ‘Ik heb eens een hond doodgeschoten die moest worden afgemaakt – dacht ik toen. Ik heb er veel wroeging over gehad. Ik voorvoelde zelfs dat me daarom iets ergs zou overkomen. Te veel slecht karma. Ik denk dat ik mijn ongeluk aan die hond te danken heb. Het zit in de familie. In de week van mijn ongeval is mijn grootmoeder elke nacht wakker geworden. Ze belde elke nacht mijn vader op. Er is iets met een van de kinderen, zei ze. Ze wist het gewoon.’

Ik luister naar de song ‘I shot a dog’: ‘All these deeds of mine / They snook up behind / I shot a dog that didn’t need shooting’. Tweede couplet: ‘I tried to be kind / I saved a bird one time but / I shot a dog that didn’t need shooting’.

Ook ik was er ooit van overtuigd dat ergens dwalende, voorbestemmende krachten aan het werk zijn, die ons doen oogsten wat we ooit zaaiden, of we die krachten nu karma noemen of iets anders. Vandaag geloof ik er steeds minder van. De ogen van een roofvogel zijn bijvoorbeeld het belangrijkste hulpmiddel om een prooi op te sporen, en roofvogels hebben waarschijnlijk de allerbeste ogen van alle dieren. Als zo’n valk op de grond smakt, is hij even hulpeloos als de door bemanningsleden van een schip gevangen en op het dek rondhuppelende albatros uit het gedicht van Baudelaire. De albatros van de dichter heeft vleugels die ‘als werkloze riemen langs de romp hangen’. De door Linkous gevonden valk heeft ook ogen die werkloos zijn geworden. Uit die ogen komt niks welwillends. Akelig is het juiste woord.

En Linkous’ grootmoeder! Is zij het die aan het eind van ‘Spirit ditch’ aan de telefoon vertelt over een droom die ze had waarin Linkous op z’n zevende van een heuvel viel en gewond raakte? Die telefoonstem spookt op waarlijk sublieme manier door de song, maar misschien was de grootmoeder altíjd ongerust. Of was ze het met reden: de vrouw heeft Mark Linkous opgevoed. Linkous kon ook in de periode voor Sparklehorse moeilijk van de drugs blijven. Wie weet herinnerde grootmoeder zich de tijd waarin de jonge Mark een keer een hele fles hoestsiroop heeft opgedronken.

Maar dé reden waarom ik het bullshit vind dat er clairvoyante oma’s en spokende hondenlijken bij betrokken worden, is: er zal in 1995 wel iemand aan Mark Linkous gevraagd hebben om veel op te treden en te veel promo-interviews te doen, dat kan allemaal wat onwennig en onwezenlijk hebben aangevoeld, maar waarschijnlijk heeft niemand ‘em gezegd dat hij valium met antidepressiva en alcohol moest mixen. Ongeluk en ongeval zijn géén accurate omschrijving.

Mark Linkous schoot zichzelf in 2010 dood. Dat laatste was met 100% zekerheid zelfmoord.

Mooie plaat trouwens, dat ‘Vivadixiesubmarinetransmissionplot’. Klinkt depri én broeierig, berustend én als massa’s horzels en motten die bij het vliegenraam spartelen, tot in de vierde song een regenmaker langskomt, één die ontwaakt met spinnen op de oogleden.

Ik weet nog altijd niet wat ik van ‘Vivadixieenzovoort’ moet maken. ‘A horse / a horse / my kingdom for a horse’ in opener ‘Homecoming queen’ is natuurlijk van Shakespeare. De ‘La la la la laaa’ in het meteen volgende ‘Weird sisters’ is dan weer van Nonkel Van Grauwel. Het in de verte opdoemende decaporgel, de boodschappen op antwoordapparaten, de achteruitgespeelde banden, de treinen, de klokken, de oneindige magnetische velden, de ‘van de trap rollende miljonairs’, ‘het paardengelach dat piano’s in de oceaan sleurt’, ‘de keyboards van paardentanden’, de verteller die zichzelf slapend terugvindt in een uitgebrande kelder met metalen handen, dat krijg je zelfs aan een Andalusische hond niet uitgelegd.
 
image
 
Er wordt een keer naast ‘Pale blue eyes’ van The Velvet Underground gelopen, Dinosaur Jr. is soms niet ver af, Grandaddy baatte later een gelijkaardige winkel uit, en ik hoor Tom Waits en Polly Harvey al meespelen zoals later in de Sparklehorse-carrière. ‘Cow’ begint als ‘Heart of gold’ van Neil Young. Iemand schreef over ‘Vivadixie’: ‘Neil Young door een filter van David Lynch’. Ik weet niet meer waar ik het heb gelezen. Ik denk in The Guardian. Of bij iemand die het uit The Guardian heeft gestolen. Zo gaat dat.

Ik luister voor een zoveelste keer naar deze droomplaat en zou u best willen vertellen wat er allemaal aan bizarre beelden langskomt in the windmills of my mind, maar ik ben in de war door een bizarre samenloop van haast Celestijnse toevalligheden. Mijn vrouw meldt eerst dat ik beloofd had de meterstanden door te sturen. Bijna terzelfder tijd tikt een mailbericht tegen het raam: ‘Voetjesopdegrond just started following you. They will receive an email every time you publish a post. Congratulations.’