Een vakantie met Reisbureau De Wolkbreuk

 
image
 
Joan Armatrading
Back to the night
1975

 
 
(alsook André van Duin
André 2
1973
)

‘Geachte platendraai(er)(ster), Ik vind het heel fijn dat U deze plaat heeft gekocht, ik had het nog leuker gevonden als u er twee had gekocht, maar ik ben met het feit dat u er één heeft gekocht ook heel blij, hoewel ik, indien u er twee had gekocht, nog blijer was geweest, maar ja…’ Zo beginnen de hoesnota’s van de eerste langspeelplaat die ik mijn bezit mocht noemen. De plaat dateert van 1973, heet ‘André 2’, werd gemaakt door André van Duin en door een koor en een orkest onder leiding van Harry van Hoof, en is – voor zover ik er zicht op heb – een curiosum in de carrière van André van Duin.
 
image
 

Peter Pech van de rubriek ‘Geluk bij een ongeluk’ staat bijvoorbeeld met de microfoon op de straat en wacht tot er een ongeluk gebeurt, en als er een ongeluk gebeurt, gaat hij er met de microfoon op af. ‘We staan hier in de grote stad en op het ogenblik is er nog helemaal niets gebeurd, maar ja, hoe gaat dat, het ene ogenblik gebeurt er iets en het andere ogenblik gebeurt er niets en op dit ogenblik gebeurt er dus niets, en we staan hier voor een groot flatgebouw, en wacht eens even: daarboven zie ik wat… We hebben geluk, luisteraars, er valt daar net iemand uit het raam. Whaaaaaaaaaaaaaaah…’

Waarna Peter Pech aan de gelukkige vraagt of hij wel eens meer uit een raam is gevallen en het gekreun voor de luisteraars thuis vertaalt in ‘O, zelfs van een dak’.

Verder wordt wie onderweg pech heeft steevast geholpen door Piet Konijn. Zo, u bent weer op weg met Piet Konijn, op weg naar pechgevallen. Peter Selie maakt in zijn rubriek Kokerellen korte metten. Hij vindt korte metten persoonlijk lekkerder dan lange metten. Lange metten zijn hem net iets te lang. Korte metten zijn ook makkelijker klaar te maken dan lange metten.

Wie op zoek is naar een vaste vloerbedekking die lang meegaat, leert dat asfalt een leven lang mee gaat, dat de huiskamer in een handomdraai van voor tot achter kan worden geasfalteerd en dat er voor iedere 10e klant een gratis vluchtheuvel midden in de kamer wordt bij geleverd.

Mijn absolute favoriet? ‘Dag Jansen. En vertel eens, hoe was je vakantie?’ – ‘Nou enorm, Chef, ik heb nog nooit zo’n mooi weer gehad.’ – ‘Eigen schuld, Jansen. Had dan geboekt bij Reisbureau De Wolkbreuk.’ De wervende slogan? ‘Een vakantie met Reisbureau De Wolkbreuk valt gegarandeerd in het water.’

Er staan ook liedjes op ‘André 2’. Die zijn minder goed. ‘Samen in bad, ja gezellig is dat’ kan ermee door. ‘Het hek van de buurvrouw’ doet me vandaag heel even aan ‘The singing detective’ denken: ‘Het hek van de buurvrouw staat open / Het hek van de buurvrouw is niet dicht / En ieder kan er zomaar binnenlopen / Het tocht en het is geen gezicht’. Ik weet niet in hoeverre van Duin het melancholisch bedoeld heeft.

‘La Lala La Lala La’ en ‘Family story’ zijn bedenkelijke dijenkletsers die respectievelijk beginnen met ‘Als ik lekker douchen wil, is het warme water op / Loop ik onder vogels door, krijg ik altijd wat op mijn kop’ en ‘Nou mensen, nu gaan we lachen hoor, nu zijn we er helemaal klaar voor’. Verderop kijkt een suikeroom altijd zuur en zit een rokende broer zelfs zonder vuur.

Gelukkig gaan we er weer uit voor ster en reclame. De laxeermiddelen zijn van De Doorspoelunie. De Fricades is dé auto van 10 jaar geleden, met ruime instap via het dak: de felle ééncilinder is de ideale gezinswagen voor 1, 2 of zelfs 3 personen, en wordt geleverd met sleepkabel en luxeduwhandschoenen.

Nog twee om het af te leren.

1. ‘Wie onver… wie onver… wie onverklaa… wie onverklaarbaar wil wonen, koopt nu Onverklaarbaar Wonen. Deze week met: Vaste vloerbedekking in het kippenhok, een tuinhek dat niet open kan, soep eten met een vork en bouw uw tafel om tot stoel. Koop nu Onverklaarbaar Wonen en doe er uw achterdeel mee.’

2. ‘Geef uw was een witte glans met Bionlogisch Ans. Bionlogisch Ans, voor een werkelijk witte was. Bionlogisch Ans wast witter dan wit. Witter kan niet. Zelfs uw gekleurde weefsel komt wit uit de was met Bionlogisch Ans.’

 

 

In 1973 ben ik acht jaar oud. Ik heb al een single van Middle Of The Road, ‘Samson and Delilah’. Daar komt nu een heuse lp bij. Eén uit van Duins eh, late provo(?)-periode. De onzin laat alleszins sporen na. Als ik op de braderie een kip win door te vogelpikken, vraagt de slager: ‘Een dode of een levende?’, en ik zeg een levende. Ik laat de kip in ons appartement los. Tot op de staande klok vliegt ze, en natuurlijk schijt ze alles onder. Ik draai de reclameslogan van Smarties, ‘Smelt in de mond, niet in de hand’, om tot ‘Smelt in de hand, niet in de mond’.

Mijnheer van Duin wordt dus bedankt!
 

 

 
In de jaren die volgen ga ik iets minder frequent op citytrip naar comedyland. Eén van dé stemmen die er van mijn 14e tot mijn 17e toe doen is die van Joan Armatrading. Ik hou na een opruimbeurt één plaat van haar over: ‘Back to the night’ uit 1975. Om Armatrading in vijf woorden te vatten moet ik iets van Véronique Sanson stelen: ‘Elle est de nulle part’.
 
image
 

 

 

Condorhoog en stoptreinlaag

 
image
 
The Rolling Stones
Exile on main street
1972

 

‘Exile on main street’ is een dubbelaar.

De namen Nellcôte (het domein) en Villefranche-sur-Mer (het Zuid-Franse stadje) moet ik gaan opzoeken, ik heb de onlangs uit de vaults opgediepte extra’s niet gehoord, en de film over de making of niet gezien.

Ik ken ondertussen wel de sleutelwoorden: belastingontduiking en vochtige opnamekelder. Op de verdiepingen daarboven: waarschijnlijk een m’as-tu vu, en een drugleverancier te veel. Wie niet aan de overschot van Keith Richards’ heroïne wil zitten staat erbij en kijkt ernaar, of verdwijnt richting een Pastisterras in het nabijgelegen Nice; het is trouwens zomer.

Zijn in het begin nog op tijd als om 8 u ’s avonds de bandopnemer van de mobiele studio in Richards’ kelder op rec. wordt gezet, maar daarna een keer te veel werkloos: Mick Jagger en ritmetandem Bill Wyman/Charlie Watts. Zitten wel aan de drugs: al de rest, de blazers die af en toe ook drummen en bassen, de twee gitaristen Richards en Taylor, en bezoekers uit de periferie: William Burroughs (die voor zover ik hoor niet in de opnameruimte is geweest) en country-upperclasskind Gram Parsons die zich als een gevallen engel gedraagt en wordt buitengezet, want de Gerdarmes de Saint-Tropez zijn gesignaleerd. Misschien is hij het die een countryspoor achterlaat in ‘Sweet Virginia’: prachtige song, die ofwel over een vrouw kan gaan, ofwel over een Amerikaanse staat. Geen van beide partijen zal hebben gelachen met de tekst: ‘Come on down you got it in you / Got to scrape that shit right off your shoes’.

Een zin die mij aan het begin van de plaat opvalt: ‘The sunshine bores the daylight out of me’. Sfeer: er ondanks alles tegen aan! Een meer tot inkeer aansporend moment aan het einde van de rit: ‘May the good lord / shine a light on you / make every song / your favorite tune’. Sfeer: het is wel geweest.

‘Exile’ is gemaakt in twee stappen. Keith Richards doet zijn blues-, rock-, gospel- en countrygoesting in Frankrijk, en Jagger neemt daarna de leiding in een studio in L.A. Gaan uitvissen in hoeverre songs in Frankrijk af waren en wie wat waar inspeelde: nee bedankt. Hoe blazerslagen en een rock’n’roll-piano hier over mekaar rollen in de machtige openers ‘Rocks off’ en ‘Rip this joint’: dat zal niet louter in Nellcôte gebeurd zijn. Maar tegelijk, overal worden in de eindmix uitschuivers behouden: van gitaar, orgel, zelfs de backing vocals aan het slot van ‘Let it loose’ gaan alle kanten op. Iemand moet gehoord hebben dat het je ne sais quoi van de basistracks niet kapot mocht.

Je hebt lp’s en singles, en dit is een lp waar ik geen single kan uithalen. Is niet altijd een compliment, maar hier wel. Is Jagger een fantastisch zanger? Ja. Een betere dan Richards op ‘Happy’? Absoluut. Maar ik hoor hem liever omringd door al deze mannelijke en vrouwelijke stemmen, waarna blazers overnemen en de stemmen de achtergrond in gedrukt worden, dan een piano erover, fade out, volgende song een tempo hoger of lager, of een Slim Harpo-cover, of een song die vanop een Dr. Johnplaat lijkt overgeschreven,… terwijl toch alles in de plooi valt, en over alle songs een gelijkaardige vibe hangt. En dan, daar ergens tussen, Keith Richards die ‘Happy’ zingt, a song so nice I mention it twice.

Als er in de jaren 80 al Youtube had bestaan, had ik bij pakweg ‘Happy’ (3e keer) of ‘All down the line’ kunnen schrijven: ‘The Replacements sent me here’. Als ik vandaag benieuwd ben waar precies Primal Scream op ‘More light’ te slordig zal zijn en waar briljant, waar condorhoog en waar stoptreinlaag, is dat om dezelfde reden. Heroïne als verklaring voor dit soort losvastmuziek is een reductie, maar de drug speelt onmiskenbaar een rol.

Ik weet niet wie of wat Keith Richards en C° gered heeft (Richards heeft het tenslotte tot een bijrol in ‘Pirates of the Carribean’ geschopt). De laatste zin van afsluiter ‘Soul survivor’ (‘You’re gonna be the death of me’) en een paar andere, over de plaat verspreide aanwijzingen doen mij gokken: niet de flikken, niet de drugsdouane, niet de vrouwen (hier wordt er ergens één bezongen met ‘All dressed up to do harm’), maar wel die niet te onderschatten motherfuckers die altijd op de loer liggen: plicht en geweten, die op de duur zijn gaan vergaderen met vakmanschap en discipline. My guess!

Mogen ze mij deze plaat afpakken? Nee. Wil ik er een volledige Stonesbox en een t-shirt met een tong bij? Nee en nog eens nee.
 

 

 

De krokodil uit Donkey Kong

 

image
 
King Krule
King Krule EP
2011

 

Als Honderd nu eens het domein is dat ik pacht? In dat geval: wij komen aan bij het perceel met de jongste aanplant.

Ik leerde de in 2011 amper 17-jarige King Krule kennen toen hij nog Zoo Kid heette en de single ‘Out getting ribs’ uitbracht. Op Youtube staat Zoo Kid met zijn rosse kuif in een lege exporuimte, vlakbij een hond. Als een blik kon spreken: ‘Mijn enige vriend is een jonge, gewonde valk’. Is dat trouwens zijn (groot)moeder of gewoon de suppoost op die stoel? En vooral: wat vindt zíj ervan dat hij een knoert van een vetvlek op zijn witte trui heeft?
 

 

De vijf songs tellende mini-lp die volgt zit vol Chet Baker- en Ronny Jordanjazz die uit het lood hangt, Gang Starrhiphop in een soort ontbinding, en tegelijk is het 100% Zoo Kid en nieuw en fris en geweldig.

Alleen heet Archie Marshall plots King Krule, naar King K. Rool, een krokodil/slechterik in de game ‘Donkey Kong’. Het enige dat mij aan games verbindt is de tijdsbeperking die ik mijn kind ooit heb opgelegd, maar enig 1 minuut-opzoekwerk omtrent ‘Donkey Kong’ leert dat de in 1994 geboren Marshall evengoed de artiestennaam Bluster Kong, Stanley The Bugman of Kaptain Curvy had kunnen kiezen. ‘Mijn artiestennaam komt van King Creole’, zegt hij later in interviews, dus moet ik deze alinea eigenlijk schrappen.

Ter zake: ‘The noose of Jah city’ heeft een elektrische piano, is ergens in het verleden een emotioneel moment uit de dubreggaecatalogus gaan ratten en trekt haast onmerkbaar, en toch omvattend voorbij.

‘Portrait in black and blue’ begint met ‘Spastic gyrations and abbreviated bathing suits’ (top!) en zit vol reverb op gitaar en lage croonstem. Sfeer, accent, ontgoocheling en realisme, ja zelfs houtsnedekunst op de hoes doen denken aan ‘Life’s a riot with spy versus spy’ van Billy Bragg en aan trieste punkplant Patrik Fitzgerald. Stukje tekst uit ‘Bleak bake’, lijflied voor de rusteloze depressieveling: ‘And everything hits you in the end / and spoils your thought stream / My heart got a hold of my head / and ripped it to its seams.’

De rest van de ep bevat schetsen die mij, als ik een ticket koop voor ’s mans concert in de Rotonde van de Botanique, doen denken: hij zal wel een lp meebrengen, maar er is in mei 2012 alleen de nieuwe single ‘Rock bottom’: meer uptempo, weerstrevig, woelachtig. Aan het eind worden The Streets lang geciteerd in ‘The end of something I did not want to end / Beginning of hard times to come’.

King Krule ergens midden in zijn Botaniqueconcert: ‘This is an old song’. Iemand in het publiek: ‘Like you.’
 

 

De illusie dat de piepjonge kunstenaar al allerlei dingen weet die jij pas veel later hebt geleerd (in het ergste geval: nog moét leren) is noodzakelijk. Anders ga je gewoon bij anderen en ouderen bijtanken. Niet nodig.

Krules grote debuut ‘Six feet beneath the moon’ verschijnt uiteindelijk op zijn 19e verjaardag, op 24 augustus 2013. De vooruitgeschoven track ‘Easy easy’ heeft-ie op z’n 12e geschreven, beweert Archie Marshall, die zingt dat hij zijn bonnetje had moeten bijhouden, want van het broodje dat hij in de Tesco-supermarkt heeft gekocht is de versheidsdatum overschreden. Welaan!

’s Mans tweede level is bijna nergens een erop-, ernaast- of eroverdebuut. Weinig hits, weinig missers. Een gedesillusioneerde jonge man met een korte lont neemt na elk gevecht met zichzelf zijn tijd om triest te zijn, na te denken, een biertje te drinken en een joint te veel te roken. Ik hoor een grootstedelijke onderkant, een onaffe wereld, een grove borstel en tegelijk een ambachtelijkheid en een precisie… iets anders, quoi!

‘Komt wel goed’, zou ik kunnen zeggen, maar beter is: ‘We zullen zien’. Voorlopig geldt vooral: er volgen nog 13 platen van 2005 en later, maar alle makers ervan zijn voor 1994 geboren, dus Generatiër Nu wordt het hier niet meer.