De verdoemde microfoon

 
GetAttachment-13.aspx
 
Eric B. and Rakim
Alle 13 goed
1986-1992

 

De eerste ode aan de rapper Rakim die me te binnen schiet is van Saul Williams, een rapper/acteur die in de meeste van zijn songs spirituele inzichten tot macramépatronen knoopt: ‘Not until you’ve listened to Rakim on a rocky mountain top / have you heard hip hop / extract the urban element which created it / and let an open wide country side illustrate it’. Heel goed, maar let’s bring it back to earth, so people can understand it. En laten we hiphop eventjes binnen de kantelen van de grootstad New York opsluiten, want daar komt het genre tenslotte vandaan.

‘Alle 13 goed’ is een zelf samengestelde best of van Eric B. en Rakim (en producer Marley Marl) met daarop o.a. ‘I know you got soul’, ‘Know the legde’, ‘Eric B is president’ en ‘Don’t sweat the technique’.
 

 

 

In de tweede helft van de jaren 80 was Eric B. een uitzonderlijk beats-, samples- en scratchesleverancier, maar vooral: was Rakim mijn favoriete MC. De concurrentie werd aan stukken gereten. De man herleidde de ene na de andere top act tot minderen en kinderen: de Beastie Boys tot schelle tekenfilmstemmen, Public Enemy tot een muur van vermoeiende Malcolm X-inzichten, Schoolly D. tot iemand die zich te veel opwond, Slick Rick tot een man die niet meer deed dan goeie verhaaltjes vertellen, en KRS-One tot veel te hoekig.

Overdreven? Natuurlijk, maar Rakims teksten waren wel een raid tegen alles en iedereen, terwijl zijn flow de kalmte zelve bleef. Vanuit het getto-oog van de storm leek hij te rappen als een jazzinstrument, en ik weet nog altijd niet welk.

De erven Gang Starr leerden veel van hem (moet eigenlijk zijn: GURU luisterde heel goed naar hém, DJ Premier naar Eric B.), de economiestudent slash revolutionair Paris gebruikte twee carbonnetjes (één onder Public Enemy en één onder Rakims flow), en Nas zou zoveel stelen dat hij zich verplicht voelde het via de track ‘Unauthorized biography of Rakim’ goed te maken. RZA en GZA begonnen, voor ze een clan rond zich verzamelden, als Rakimleerlingen.

‘I melted microphones instead of cones of ice cream’, rapt Rakim, en hij draagt in 1986 de ‘Hotel / Motel / Holiday Inn’-onderbroekenlol van Sugarhill Gang and the like voor goed ten grave.

‘Microphone fiend’ is niet de enige song waarin Rakim de truc bovenhaalt met de verdoemde microfoon waar hij niet kan afblijven. Een microfoonverslaafde Rakim gaat in zijn metaforen van sigarettenverslaafd naar heroïne-afhankelijk en dus van kwaad naar erger: ‘You see a part of me that you’ve never seen’. Even later wordt de microfoon met Drano vergeleken, een product dan ik als Destop ken. Rakim zegt nog dat hij na middernacht gevaarlijker wordt dan een Gremlin.
 

 

Rakims invloed als tekstschrijver is immens. ‘It’s not where you’re from / It’s where you’re at’: van hem. ‘In this journey / you’re the journal / I’m the journalist’: ook. Dollarbilljetten, vooral die van 100, dead presidents noemen zoals Wu-Tang Clan, Nas en Jay-Z hebben gedaan, of beter: zoals die term nu in het hiphopwoordenboek staat, Rakim heeft dat idee als eerste van de straat opgeraapt.

Hij introduceerde in het genre ook de dubbele bodem: ‘Be still, don’t nothing move but the money’ betekent, in het kader van een bankoverval: als je niet beweegt, neem ik alleen je geld. Maar in real life betekent het voor een rapper ook: je mag zoveel geld verdienen als je wil, je blijft van het getto!

Twee duizelingwekkende voorbeelden. 1: Rakim heeft een Aziatische moordgriet naar zijn appartement gelokt en moet zich een beetje inhouden: ‘She asked how come I don’t smile / I said: Everything’s fine, but I’m in a New York state of mind’. Inderdaad, ook Nas’ beginselverklaring. 2. Deze mag u zelf naar een van Eminems bekendste songs brengen: ‘I’m the R the A to the K-I-M / If I wasn’t, then why would I say I am’.

U mag naar de hiphopplaylist hieronder als u het wachtwoord kent. Dat is ‘Ruth Brown’. Zij is Rakims tante. In de playlist krijgen vooral de geweldige KRS-One en zijn Boogie Down Productions eerherstel voor de diss(respect) van hierboven.
 

 

 

 

Vrouwen met vissenstaarten

 
image
 
Dirty Projectors
Swing Lo Magellan
2012

 

Het naar een trendy hotspot in Brooklyn (en dus naar vele soorten koffie en kaneel en muffins) ruikende Dirty Projectors van de periode voor de platen ‘Bitte Orca’ en ‘Swing Lo Magellan’ kwam hier al aan bod.

De wereldsong ‘Stillness is the move’ uit ‘Bitte Orca’ ben ik een lijflied van een hele nieuwe generatie gaan vinden, maar qua vinger aan de pols moet ik me zwaar vergist hebben. Als ik in 2012 de AB binnenstap 1. zit die nog niet voor de helft vol 2. kom ik er leeftijdgenoten tegen en 3. (maar dat heeft met 1. en 2. en ‘Stillness is the move’ niks te maken) is een van de drie vrouwen met vissenstaarten en zéér rekkelijke stembanden vervangen door een andere.

De titeltrack ‘Swing Lo Magellan’ opent het concert. Met de ogen dicht had ik geloofd dat Stephen Malkmus was begonnen.
 

 

‘Offspring are blank’ volgt: als een drummer keihard moet werken, voel ik me bij een kunstschoolgroep altijd meer op mijn gemak.

‘Just from Chevron’ biedt de Afrikaanse speelgoedgitaartjes die ook Vampire Weekend gebruiken en een knap ingehouden Tourette-aanval van stemmen.

‘Dance for you’ is een liefdeslied dat Brian Wilson vergat te schrijven en dat met elektrische tegengitaar, klaphandjes en een rare synthesizeravondzon helemaal verProjectord wordt.

‘The socialites’ doet het met rare microdrums, een paar zeehondgeluidjes, de schuchterste handjes van de plaat en de ondertussen via Major Lazer wereldbekende stem van Amber Coffman.

‘Impregnable question’ is nog minder: een paar harmonies, en een over kleine lettergrepen struikelende Longstreth.
 

 

Er staan ook twee rare, aan vroegere DP herinnerende songs op de plaat: in ‘See what she seeing’ spelen Mexicaanse springbonen iets van Aphex Twin, in ‘Unto Caesar’ stellen de vrouwen de vragen aan een gansch zijn ziel uitlatende zot van een zanger: ‘When should we bust into harmony?’ en een vraag recht uit het hart: ‘Whát are we singing?’

Besluit: een plaat uit 2012 – ik had nog niet verteld dat platen uit 2013 en 2014 niet mogen meedoen – maakt juist méér kans dan een andere om in Honderd te staan. Tenslotte is eerbied voor wie voorafgaat toegelaten, maar de ambitie om van niks of niemand een duplicaat te willlen zijn, die is verplicht.

Het hoogtepunt van hun AB-concert, ‘Beautiful mother’, is op papier niet meer dan ‘Hand clapping’ van Steve Reich, drie getalenteerde sirenes van wie er één de ah-ah-ah’s van Laurie Andersons ‘O Superman’ doet en een pompende bas stijl ‘Psycho killer’, maar telkens als een stemmencluster de hoogte in schiet, is het het nieuwste en het mooiste geluid ter wereld.
 

 

De topsongs ‘About to die’ en ‘Gun has no trigger’ zijn nóg anders: hier houdt de wereld der vergelijkingen gewoon op.
 

 

In ‘Irresponsible tune’ worden de laatste avant-gardeverworvenheden weggetrapt. Longstreth zingt over platenopnamen, wereldvrede en een vogeltje dat tikt tegen het raam. Achter hem begint een bewolkte dag.

De machinekamer van de crossover

 
image
 
fIREHOSE
fROMOHIO
1989

 

De geksten, dappersten en meest op de oergoden lijkende artiesten moeien zich al eens in deze lijst, dus lezen veel platen als post uit de hemel. Mike Watt van fIREHOSE is een van de allergeksten en allerdappersten. Hij lijkt op een god van vuur en ambacht. Hij speelt bas, al staat in de liner notes van ‘fROMOHIO’: ‘Mike Watt did ironing board (ok, bass)’.

Het maakt mij niet uit of hij strijkplankt dan wel bast. Het kan me ook niet veel schelen met wie hij dat doet: eerst met Minutemen, later met Dos of onder eigen vlag… hoewel ik een kléine voorliefde heb voor de periode daar tussenin, die van het wonderlijke fIREHOSE, en voor de cd ‘fROMOHIO’, zo getiteld omdat ze op 30 uur tijd in Ohio werd opgenomen.
 

 

‘fROMOHIO’ staat op de tijdslijn tussen de fIREHOSE-platen ‘If’n’ en ‘Flyin’ the flannel’.
 
image
 
In 1986 kende ik fIREHOSE en Minutemen niet goed, maar Red Hot Chili Peppers hadden een uplift mofo party plan dat erin bestond de solide, onverwoestbare fundamenten van de funk voor te stellen aan rockliefhebbers die bereid waren om te vechten voor hun recht op feesten. Niet gehinderd door bewustzijn of wijsheid nam ik mijn toen vijftienjarige zus mee. Verwarrerende leeftijd, verwarrende familietoestanden er bovenop.

Mijn zus hield aan het concert een rare slag van de bassende Fleamolen over, die van pas zou komen omdat het grote crossoverfeestje nog moest beginnen. Het was een molenslag die – toegegeven – ook zou leiden tot een hersenschudding tijdens een concert van Urban Dance Squad in de Brielpoort. Gelukkig was zij toen al aanhangster van de filosoof Henry Rollins, die in verband met dergelijke schrammen zegt: ‘It puts lines in your face’.

Mijn zus leerde als tiener mensen kennen die alles van het Dischord- en het SST-label in huis hadden: een deel van die muziek was naar mijn smaak te hardcore. Maar alles went – ik herinner me de klik op een fIREHOSE-concert – en toen Flea van de Peppers in 1991 op ‘Blood Sugar Sex Magik’ bassist Mike Watt voor inspiratie bedankte, hoorde ik eindelijk heel goed wat aan ondergrondse muziek verslaafde mensen al lang wisten: Minutemen en fIREHOSE hadden al die jaren gezwoegd in de machinekamer van de crossover.
 

 

Mike Watt was er daarna bij in de aanloop naar Sonic Youths ‘Goo’, een glijbaan die bij Nirvana uitkwam, en toen dát verhaal in 1994 voorbij was, liet hij op ‘Ball-hog or tugboat’ (vertaling: man die de bal niet wil passen of sleepboot) iedereen meedoen die ooit een houthakkershemd had gedragen. ‘Come along and ride my big train’, gromde Watt, en de helft van alle Amerikaanse artiesten die in jaren 90 op Pukkelpop hebben gestaan deden prompt mee.

Watt baste en zong aan het begin van de 21e eeuw ook tijdens de eerste Stoogesreünie, tot Iggy Pop het niet meer hield en zelf het podium op sprong – toen begon de tweede Stoogesreünie. Mike Watt heeft dus, net als Brian Eno, John Cale, David Bowie en Steve Albini, antennes die veel signalen oppikken.
 

 

Als bassist van The Stooges speelde hij voor veel meer volk dan hij kon lokken naar zijn eigen econojam, DIY minimal punk of spiel for the dudes. Dié thunderspiel is met het ouder worden een tijd verjazzt en verdonkerd; het springerige was eruit. Watts wereld klonk eerder verhard dan verkalmd. De man was met de jaren zeker niet verleunstoeld, ’t was eerder iemand die voor en na het fietsen ’s ochtends naar John Coltrane luisterde of al met de kano de zee op was gevaren voor de meesten hun wekker hoorden afgaan. Ik beluister zijn recente cd ‘Hyphenated man’, die zelfs wat van Minutemen heeft… en ik denk: …

Wat ik denk? Dat Watts muziek fond heeft. Dat zijn ondergrondse aantekeningen Watter dan Watt blijven. Dat een commentaar op Youtube alles beter samenvat: ‘This man just pisses excellence’.