Op zoek naar de plot

 
image
 
Nick Cave And The Bad Seeds
No more shall we part
2001

 

‘No more shall we part’ van Nick Cave And The Bad Seeds!

Over de grappige kant van de song ‘God is in the house’ berichtte ik hier al.

‘Oh my lord’, dat vol muzikale groeispurten zit die aan ‘The mercy seat’ doen denken, is ook goed. Man sluipt het huis uit, op zoek naar de plot, zit bij de kapper, belt naar zijn vrouw die zegt: ‘Laat ons met rust’, zit mentaal op handen en knieën, en wat pikt zijn netvlies van in de kappersstoel op? Een gast met een plastieken gewei op z’n kop! Die zijn bloot gat tegen de venster drukt! Had een student met een lint kunnen zijn, een voetbalsupporter met een halve liter, een vakbondsman in een rode of groene vuilzak, een raver met een pil op de tong, een gay paradedeelnemer in een kilt, maar ’t is een man met een plastieken rood gewei geworden – al dan niet lichtgevend, daar hebben we het raden naar.
 

 

Nick Cave heeft aan het begin van de plaat een conversatie met zijn vrouw die een kat op de schoot heeft. Hij kijkt naar buiten en praat over het leed van andere mensen, die hij ziet strompelen. Zij zegt: ‘God heeft je maar één hart gegeven: ‘You are not a home for the hearts of your brothers’. Ze draait haar hoofd in tranen weg. Hij kan de lach niet van zijn gezicht krijgen, terwijl hij triest naast haar zit. Wat een tafereel!

Elders schrijft hij brieven in plaats van e-mails. Er zijn songs bij die Hallelujah zingen en eeuwige trouw beloven. Daarna begint een dwaaltocht waarin kerkklokken de zanger moeten melden hoe laat het is; de man draagt zelfs geen horloge. In een bijna-overspelig moment wisselt hij met een vrouw hearty salutations uit alsof het niet 2001 maar 1901 is geworden.

Cave trouwt op de dag van de eclips: ‘Our friends awarded her courage with gifts’. Ik denk trouwens: dat moet zijn vrouw zijn die hij ergens verpleegster noemt. De plaat eindigt met een kerkhofmeditatie en een kerkbezoek. Consumententip: koop ‘No more shall we part’ eerder voor uzelf dan als middel om iemand eeuwige trouw te beloven!
 

 

De muziek? In het cd-boekje had onder Nick Cave: Vocals & Piano meteen Warren Ellis: Violin moeten staan; nu staat Ellis als 7e gerangschikt, en da’s geen correcte productomschrijving.

‘No more shall we part’ kwam 4 jaar na ‘The boatman’s call’, een goeie, en twee jaar voor ‘Nocturama’, een mindere Cave, maar zeker geen stinker. Heeft Cave eigenlijk iets gemaakt in de afdeling Beneden Alle Peil? Bwah. In het boek ‘And the ass saw the angel’ (waarin I als Ah wordt geschreven) ben ik niet verder dan bladzijde 15 geraakt, en ook de coverplaat ‘Kicking against the pricks’ – ooit een goudmijn – is vandaag naar mijn mening geklooi. Cave zelf zal de schouders eens ophalen. Voor hem was het midden jaren 80 gewoon een aanloop naar een periode waarin hij bij elke nieuwe plaat met de mensen in de concertzalen deed wat Jezus Christus maar één keer is gelukt (met een onnozel paar broden en vissen dan nog): ze vermenigvuldigen.

Totaal overbodige prognose: de man zal ooit ook een derde avond op een groot Gents plein uitverkopen. Tickets online alleen met Mastercard betaalbaar en de voorste 50 rijen vips, het behoort tot de mogelijkheden.

 

 

Vocale, instrumentale, degoutante en pietepeuterige samples

 
I. De visionair-revolutionaire sample

De single ‘Paid in full’ van het hiphopduo Eric B en Rakim werd een dikke discotheekhit in de 7 minutes of madness-remix van het fenomenale Coldcut, die uit een andere Eric B en Rakim-single de zinnetjes ‘Dance to the record’ en ‘Pump up the volume’ jatten, een sample van Ofra Haza’s ‘Im nin’alu’ en een radiostem (‘This is a journey into sound’) toevoegden, roerden, en hop: zelfs tv kreeg in de video een geweldige remix. Quantumsprong!
 

 
Niet alles van Coldcut is even straf, maar dit is een heel mooie bluessingle uit 1997:
 

 

II. De pietepeuterige kunstschoolsample

In zijn compositie ’54 cymru beats’ samplet Aphex Twin zichzelf. Hij samplet het woordje ‘Puk’ (dat hij wellicht ook zelf heeft ingesproken). Is het belangrijk dat het woordje 33 sekonden ver in ’54 cymru beats’ wordt geplakt nadat het ter hoogte van 4’08” uit de compositie ‘ΔMi⁻¹ = −αΣn=1NDi[n][Σj∈C[i]Fji[n − 1] + Fexti[n⁻¹]]’ werd gekopieerd? Nee, maar het levert wel een mooie en bizarre URL op van de plek waar de mensen van de whosampled.com-bibliotheek u desgewenst verder helpen:
 
http://www.whosampled.com/sample/108420/Aphex-Twin-54-Cymru-Beats-Aphex-Twin-ΔMi%5E−1%3D−αΣn%3D1NDi%5Bn%5D%5BΣj∈C%7Bi%7DFji%5Bn-−-1%5D%2BFexti%5B(n%5E−1)%5D/
 

III. De degoutante sample

In 1991 vat de schrijver Douglas Coupland in ‘Generatie X’ vanachter zijn bureau de tijdsgeest van westelijk Amerika en Canada. Het hoofdpersonage heeft een McJob, een baantje in de dienstensector met weinig eer, weinig profijt en geen toekomst. Hij woont in een arme-mensen-bungalow, naast rijkere buren. Hij maakt zich zorgen om zijn honden: ‘Bijvoorbeeld, ik zit een fletsgele kwarkachtige smurrie van hun snuit te plukken, een beetje als kaas op een pizza uit de magnetron, en ik heb een vreselijk gevoel, want ik vermoed dat ze de afvalcontainers achter de kliniek voor cosmetische chirurgie weer hebben afgestroopt, en hun snuit zit onder het afgezogen yuppie-vet, naar ik aanneem.’

Het krakpiepknor-duo Matmos – vooral bekend van een samenwerking met Björk – stelde bij het maken van de cd ‘A chance to cut is a chance to cure’ de microfoons op in operatieruimtes. Ondermeer tijdens een oogoperatie en tijdens een – jawel – liposuctie werd er naar rare geluiden gegraven.
 

 

IV. De precieze, elegante, uitstekend gemikte en ronduit briljante sample

‘Otis’, de ode van Jay-Z en Kayne West aan Otis Redding, lonkt overal, maar die sample is me te veel all over the place. Dan liever dat pianootje dat ik in Reddings ‘Try a little tenderness’ zelfs niet gehoord had, en dat een elegante houding aanneemt in Gravediggaz’ ‘Hidden emotions’. Is het werk van RZA, een man die onnoemelijk veel Stax-platen heeft geplunderd, dit keer met de pink omhoog. Ik kom op RZA en Wu-Tang Clan nog een paar keer terug. Ik bedoel hiermee: deze persoonlijke hitlijst is soms een kwestie van ‘Wu-Tang again? Again and again and again’.

http://www.whosampled.com/sample/139053/Gravediggaz-True-Master-Hidden-Emotions-Otis-Redding-Try-a-Little-Tenderness/

Otis Redding zelf nog eens? Uiteraard.
 

 

De hordenloper

 

De Utrechtenaar Jaap Fischer maakt in de periode 1960-1963 klatergouden kleinkunst. Vanaf 1961 heeft hij behoorlijk wat succes.

Hoestekst van zijn tweede ep, uitgebracht op Studenten Grammofoonplaten Industrie: ‘Sommige ouderwetsen meenden dat de tint van deze chansons soms ongezond was. Maar vrijwel iedereen was het erover eens dat Jaap Fischer het Nederlandse lied op een nieuwe manier benaderd heeft. De brieven die vertelden over het enthousiasme van de hoorders kwamen in groten getale binnen. Zij kwamen van teenagers en ouderen, zelfs van een ambassadeur.’
 

 

En nu het slechte nieuws. In 1964 al hangt Fischer zijn lier aan de wilgen en ‘verdwijnt van de aardbodem’, zij het niet op de wijze van Syd Barrett of Jozef van den Berg. Jaap Fischer wordt Joop Visser, gaat studeren, werkt vanuit Italië, Thailand en Egypte voor de landbouworganisatie van de Verenigde Naties, keert terug naar Nederland, promoveert tot doctor in de sociale wetenschappen op een proefschrift over betekenis en invloed van lokale kranten, werkt als leraar maatschappijleer, is actief in de coulissen van de politiek, schrijft een paar kinderboeken en een ‘gids voor jonge mensen die niet weten wat ze zullen gaan doen’.

Samen met Jessica van Noord brengt Visser zelfs cd’s uit in eigen beheer, en hij treedt op in binnen- en buitenland, maar in intieme sfeer en voor wie het wachtwoord kent. Het werk van Joop Visser zegt mij niet veel. Songs als ‘Heineken is een harddrugdealer’, ‘Ah je in Utrecht geboren ben, dan kèn je daar niks an doen’ en ‘De Volkskrant is een kutkrant’ zijn giftiger en bedoeleriger dan zijn vroege werk. Een song die ‘Huilversum’ heet wil ik zelfs niet horen.

Van subtielere schetsen als ‘Onze Jan is manager geworden’ (omdat hij nooit een vak heeft geleerd, natuurlijk) en ‘Embryoselectie is het goede’ begrijp en beaam ik de inhoud, maar de te nauw zittende predikantenjas stoort me. De hilarische liveversie van ‘Manager Jan’ is gezelliger vitriool, stel ik in 2014 vast in een Mechelse boekhandel, ter gelegenheid van de voorstelling van een stuk van de biografie van de dichter Herman de Coninck, een Fischerfan.

In de zomer van 2013 kondigen Visser en van Noord aan dat ze nog minder gaan optreden, en alleen op afspraak. Maar in november 2013 gebeurt er plots iets heel raars. ‘Bekend chansonnier Jaap Fischer was zaterdagavond te zien in Holland’s Got Talent’, lees ik, ‘maar werd niet herkend door de juryleden’.

Even inzoomen. We belanden meteen op het grote podium van deze talentenjacht. Van Noord: ‘Wij zingen een liedje van Joop. Het heet ‘De hordenloper’. Jurylid: ‘De hordenloper!’ Visser: ‘Ja, de hordenloper. ’t Gaat over een hordenloper’.

Een backstage-interview wordt ertussen gemonteerd. ‘Wij doen een liedje over ‘De hordenloper’, uit de musical ‘De hordenloper’. Interviewer: ‘De musical?’ Visser: ‘Ja, ‘De hordenloper’.

En we zijn vertrokken. ‘Hij was een hordenloper / hij liep alleen maar horden’. De stemmen van Visser en van Noord zijn respectievelijk schel en hoog, spelen café chantant en botsautootje tegelijk, en doen mij denken: ‘Hé, ander licht, andere lucht’. Ze zaaien instant verwarring bij de driekoppige jury.

De tekst is goed: ‘Een vrouw kon hij niet krijgen / Geen vrouw die om hem gaf / Aan mijn lijf geen hordenloper / Blijf van me af’. De tekst wordt vintage Fischer: ‘Ze zeiden dat het kwam / omdat z’n ouders waren gescheiden / Wat een onzin / Dat zegt natuurlijk niets / Kinderen genoeg van gescheiden ouders / die er niet aan denken horden te gaan lopen’.

Eén jurylid heeft hen al weggegongd, een ander staarde van bij zin 1 naar het plafond, nummer 3 zegt: ‘Schiet me dood’.

Het eindoordeel: ‘De tekst vind ik nog wel redelijk leuk verzonnen, maar eh, ik vind het afbreuk doen aan elkaar. De stemmen zijn vreselijk, het klinkt niet lekker om naar te luisteren.’ Van Noord hoort het met een gespeeld verbouwereerde ‘O’ aan, Visser met een bevestigend ‘Ja, dat is wel zo.’ De vrouwelijke touch kan in een jury-oordeel dezer dagen niet ontbreken: ‘Volgens mij hebben jullie heel veel plezier samen, stiekem’. Uiteraard zit ook een internationale stem in het panel: ‘Was this supposed to be funny?’ – ‘Hahaha-funny?’

Visser blijft kalm: ‘Ik ben het ermee eens’. Wat een old school-hart onder de riem voor de ontevredenen! Wat een sneer naar de bezadigden! Wat een weerstandsboodschap van Algemeen Nut! En dáár inbreken, zeg, op die plek!

Eén klein minpunt aan deze lange uitleg: ik kan het hele fragment gewoon via youtube tonen en nu heb ik alles al verklapt. Toch maar aanklikken en bijvoorbeeld letten op de juryleden, mediamensen die mij doen overwegen toch eens naar ‘Huilversum’ te luisteren.