10 vermoorde appelsienen

 
image
 
John Cale
Fragments of a rainy season
1992

 

De live-cd ‘Fragments of a rainy season’ uit 1992 is John Cale op z’n eentje, en is, samen met het wat melige ‘Paris 1919′, zowat de gezelligste introductie tot ’s mans universum.

Akkoord, aan het eind van ‘Guts’ (‘In the end, in the end, in the end, in the end’) slaat Cales piano even op hol; de song die begint met ‘The bugger in the short sleeves fucked my wife’ staat niet bekend om z’n uitnodigende glimlach.

In ‘Fear (is a man’s best friend)’ is Cale het aan deze blootliggende zenuw van een lied (‘We’re already dead, just not yet in the ground’) verplicht om te schreeuwen en collagegewijs in het middenstuk twee, drie deuntjes in te lassen, anders zouden we ons geld terugeisen.

‘Darling I need you’ stelt klassiek minimaal gehamer aan Jerry Lee Lewis-rock’n’roll voor en is daardoor inderdaad niet-zó-easy listening.

En toch blijft ‘Fragments’ naar John Calenormen een wandeling in het park: de drie uit ‘Music for a new society’ gelichte songs bijvoorbeeld zijn vlotte entertainers vergeleken bij de huiveringwekkende originelen.

Cale omgordt na zeven songs de gitaar, last covers in, houdt het allemaal keurig gevarieerd, draagt een strik, buigt op tijd en stond en zingt zowat al zijn bekendste werk. De cd werd op verschillende plaatsen opgenomen, de dvd-versie in Bozar, toen dat gebouw nog gewoon Paleis voor Schone Kunsten heette.
 

 

Niet dat je langs daar moét, maar er staan op ‘Fragments’ zeker drie wegwijzers naar fellow-Welshman Dylan Thomas. Natuurlijk de twee gedichten ‘Lie still, sleep becalmed’ en ‘Do not go gentle into that good night’: het ene bedaard, gelaten en zachtmoedig, het andere een gevecht tegen het wegdeemsterende licht; op deze plaat de twee hoogtepunten.
 

 

 

Er is ook de song die dezelfde roepnaam heeft als een hoorspel van Dylan Thomas: ‘A child’s christmas in Wales’. Daarover dit: aan het begin van een reeks jeugdherinneringen aan pakken sneeuw, aan naar katten gegooide sneeuwballen, aan een bijna-brand bij de buren, aan nuttige en nutteloze kerstgeschenken en aan liedjes van zatte nonkels, mijmert Dylan Thomas: ‘I can never remember whether it snowed for six days and six nights when I was twelve or whether it snowed for twelve days and twelve nights when I was six’. Thomas’ hoorspeltekst is voor mij vandaag nieuw, is op een paar details na perfect verstaanbaar, en ik vind de vertelling nog uitstekend ook.

Dan is er Cales geheel eigen hermetische ‘A child’s christmas in Wales’: ‘Ten murdered oranges’, iemand? Moet trouwens zijn: vermoorde appelsienen die aan boord van het schip zijn doodgebloed! Ik weet het wel: een song is iets anders dan een tekst, en Captain Beefheart en Beck maken evenmin realistische kunst. John Cales favoriete schilder is trouwens René Magritte. Plus: de man staat hier in de categorie ‘2 maal genoteerd’, én we komen hem als songschrijver, producer en gelegenheidsmuzikant nóg een paar keer tegen. Ik ben dus een liefhebber. Wat niet wegneemt: als het wringt en tegen wriemelt, dan wringt het en wriemelt het tegen, en dat gebeurt ter hoogte van de tekst van ‘A child’s christmas in Wales’.

Daarom een superkorte Spotify-playlist van twee recente Calesongs met een pompwaterheldere tekst. In ‘Woman’ gaat het: ‘A woman in my past / a woman in my present’. In ‘Perfect’ dan weer: ‘In pyjamas / You’re perfect for me’. Dat lucht op.

 

 

‘Spotlight on James Brown now’

 

image
 
James Brown
‘Live At The Apollo’
1962

 
 
 
Fantastische song, die met ‘Do you like good music? / That sweet soul music’ van Arthur Conley. Dateert van 1967, Otis Reddings laatste en beste jaar. Conley zet eerst de spots op Lou Rawls, Sam and Dave en Wilson Pickett, en daarna op Otis Redding: ‘Singing fa fa fa fa fa fa fa fa / Fa fa fa fa fa fa fa fa’. Laatste strofe, die hij in 1967 vaak zong in het voorprogramma van Redding op de Stax/Volt Revue-avonden: ‘Spotlight on James Brown now / He’s the king of them all, yeah’.
 

 

James Brown is de koning, laat dat duidelijk zijn. Hij is bijvoorbeeld eerst. Al vanaf 1956 kan Brown indrukwekkend singletje na indrukwekkend singletje inkaderen. Van ‘I got you (I feel good)’, ‘Try me’, ‘Papa’s got a brand new bag’ en ‘It’s a man’s man’s man’s world’ – we zouden er 10 andere kunnen opsommen – weet je nooit wat je eerst moet denken: ‘Ugh!’ of ‘Hit me!’. Die schijven zijn een serieuze aangelegenheid en een kwestie van angstzweet controleren, liefst on the good foot, tevergeefs proberend ‘Get up offa that thing’ even snel te zeggen als de godfather.

Hét scharniermoment uit Browns carrière moet ‘Live at the Apollo’ uit 1962 zijn: kale funk, rauwe blues, zeer impressionant allemaal. De instrumenten klinken verknipt zoals jazz, de trompet heeft bijvoorbeeld naar Miles Davis geluisterd, daar ben ik zeker van. Alle kopers zijn zeer scherp.

Brown zelf heerst werkelijk over de 1500 mensen die naar Harlem zijn afgezakt. Zoals bij liveopnames van The Beatles denk je al eens: waren er eigenlijk jongens in de zaal? Komt daarbij: niemand in de industrie wilde van een liveplaat weten, dus moest Brown zelf de Apollo en de smokings en de opnameapparatuur huren.

De eerste dagen wordt er nog niks opgenomen en staat er avond na avond een vrouw vooraan ‘Sing it to me, motherfucker’ te roepen. De vrouw wordt op de opnamedag als een soort ceremoniemeester gebruikt om de fans nog meer op te peppen, maar tegelijk wordt er geen microfoon bij haar in de buurt opgesteld; bien joué.

Als ‘Live at the Apollo’ uitkomt, wordt het in z’n geheel op de radio gedraaid, met commercials tussen de A- en de B-kant, en het verkoopt enorm goed. Brown kan het zwarte chitlin’ circuit voorgoed vaarwel zeggen: de stadions lonken, evenals de recepties met de president erbij, de optredens in Vietnam (voor de troepen) en in Kinshasa (een paar dagen voor de legendarische kamp Ali-Foreman).

Essentiële livebom uit 1962: het 10 minuten durende ‘Lost Someone’, een fantastisch op en neer van emoties. In de schreeuwdialoog tussen publiek en artiest zet iedereen overal perfect z’n leestekens.

De context van ‘Lost someone’? 24 oktober 1962. The Beatles wonen in Hamburg, The Apollo Theater bevindt zich op 253 West 125th Street en de song zit tussen een introductie en een medley in.

‘Don’t just say ‘Aaw’, say ‘Aaaaaaww’!

 

 

Scheuren in het stucwerk

image

Rage Against The Machine
Rage Against The Machine
1992

 

We moeten eerst even langs de Afdeling Uiterlijkheden en Trivia: Rage Against The Machine gebruikt lettertype Typemachine Trixie Plain: MTV en vele anderen kleurden er in de jaren 90 onze dag mee.

image

Rage hing ook opnieuw het portret van Che Guevara op. Omdat ik wist wie Che was (en ook dat Billy Bragg ooit zong: ‘The revolution is just a t-shirt away’), toonde ik voor een krantenartikel in een jongerencafé het Che-prentje aan 10 minderjarige Ragefans. Ze wisten alle 10 dat de groep de foto gebruikte. Amper drie kenden Che Guevara bij naam. Slechts één die wist dat hij naast Fidel Castro had gevochten in Cuba en daarna in Bolivië was gesneuveld. Vandaag weten meer tieners iets over Che. Hangt er ouderwetse revolutie in de lucht? In de verste verten niet. ‘The motorcycle diaries’ is op tv geweest.

Sony Music, niet meteen de minst kapitalistische platenfirma, bracht ‘Rage Against The Machine’ in 1993 uit. In 1995 interview ik do it yourselfpunker Mike Watt die met ‘Ball-hog or tugboat’ zijn eerste grote firmaplaat maakt: ‘Ik stond in de lift in de Sonykantoren in L.A. en ik hoorde marketingmanagers over mijn plaat praten. Ze konden het net zo goed over mijn sokken hebben. Als communisme hip was, zouden ze dát verkopen.’ In 1996 ga ik Rage in home town L.A. interviewen en neem ik in de kantoren van Sony dezelfde lift als Mike Watt. Ik leer dat inleidingen van interviews zich soms vanzelf schrijven, want dat communisme in die dagen gewoon écht hip was geworden, omdat het vervolg op het Rode Boekje op cd stond: ‘Evil empire’ was de een beetje tegenvallende tweede Rageplaat.

Ergens in 1993 rapt Zack De La Rocha: ‘You know they murdered X / and tried to blame it on Islam’. Op de vraag of Malcolm X door de C.I.A. dan wel door radicale elementen binnen de Nation Of Islam-beweging is vermoord, kan en wil ik geen sluitend antwoord geven. De La Rocha natuurlijk wel. Hij mist die overtuiging niet. Hij is een echte guerrillero, één met twee r-ren en twee l-len. Geen grap: de man deed echt praktijkervaring op bij de Zapatistas.

Toen ik bassist Timmy C. interviewde, kwam eruit dat die van Rage niet de beste vrienden waren, en dat elk z’n eigen gangetje ging. De beste omschrijving was ‘een microcosmosversie van L.A.’: intens leven, af en toe spanningen, veel liefde, maar toch ook: ze hadden net bij wijze van spreken hun bloedeigen L.A. Riots achter de rug.

Timmy C. bood een interessante blik op de groep. ‘Gitarist Tom Morello en Zack De La Rocha zijn opgevoed in een eenoudergezin’, zei hij. ‘Ze kennen de problemen en de pijn van dichterbij’. Hij vertelde dat hij jazz had leren spelen, maar die werd er door de anderen uit gekieperd; niet functioneel genoeg. Toen ik vroeg of de muziek voor sommige groepsleden een vehikel was voor de revolutie, knikte hij kort, want het met zoveel woorden zeggen mocht hij niet. En toen begon hij te vertellen dat hij een AK-47 had gekocht, waarmee hij dagelijks oefende, en dat elke Amerikaanse president van de tweede helft van de 20e eeuw een oorlogsmisdadiger is die voor zijn daden opgehangen zou moeten worden.

Wat vandaag het meest opvalt aan ‘Rage Against The Machine’? Niet de onmiskenbaar enthousiast slappende bas in ‘Take the power back’. Niet dat alle 10 tracks zich als bombtracks present geven. Niet dat De La Rocha een elitesoldaat is met een overgave en een loyauteit die we sinds 1993 nergens meer gehoord hebben in de categorie Meer Dan 500.000 cd’s Verkocht. Niet dat de ritmesectie Brad Wilk-Timmy C. telkens schitterend werk levert in de stilte-voor-de-slotstormmomenten. Nee, de man die vandaag mijn aandacht heeft is gitarist Tom Morello. Op de cd staat ‘No samples, keyboards or synthesizers used in the making of this recording’, en dat staat daar omdat je denkt dat al die geluiden die Morello maakt niet uit een gitaar kúnnen komen. Akkoord, als een stukje ‘Kashmir’ van Led Zeppelin nodig is, speelt Morello het gewoon. Maar met pedaaltjes, hendel en wat rode verf waarmee hij ‘Arm the homeless’ op zijn machine kladt, laat hij dat ding rond zijn nek achtereenvolgens ook klinken als een modem, een synthesizer, een sirene, de Vietnamvliegtuigjes van Hendrix, een cirkelzaag, een speelautomaat, een paar orgels tegelijk, de fuuuuuuu van Public Enemy, de piiiing van House Of Pain, de iiiiiiiiii van Cypress Hill en een pie-tie-wietvogel.

Hoogtepunt van ‘Rage Against The Machine’: de ‘Motherfucker’ na de laatste ‘Fuck you, I won’t do what you tell me’. Hoogtepunt op de schaal van Richter: ‘Bullet in the head’ vanaf 4’04”. Hoogtepunt der Hoogtepunten: het als iets uit de hoogdagen van Fugazi aanzettende en in de stijl van Rollins Band hoger klimmende ‘Settle for nothing’, waarin – beeld ik me in – de 16-jarige Zack de La Rocha nadenkt over afkomst en keuzes, zelfmoord en genocide, determinisme en karakter. Hij trapt tegen steentjes en blikjes, raapt onderweg een boekje over marxisme op, en vindt z’n roeping. Mooiste zin uit zijn revolutionaire motorfietsdagboek: ‘If ignorance is bliss / Then knock the smile off my face’. Met heel even een Minutemengitaartje; van Morello natuurlijk.

Rage na deze plaat? Het vol Helmetachtige gaten zittende ‘Vietnow’ (heel straf) en de revolutionaire immunoglobuline van ‘Sleep now in the fire’ (nog straffer) zijn de enige twee momenten die het niveau van 1993 halen. Ook de coverplaat ‘Renegades’ uit 2000 is dat ietsje te oud om nog echt laaiend loeiend kwaad te zijn op kapitalistische bloedzuigers en op al wie in de media en op café over die schurken gematigder denkt dan Noam Chomsky en Peter Mertens.

Beste cover: ‘Microphone fiend’ van Eric B. en Rakim. Geen wonder dat die song wordt gecoverd: als Rage z’n crossover eventjes stiller zet en De La Rocha quasi a capella begint aan ‘Music orientated so when hip-hop originated / Fitted like pieces of puzzles, complicated’, en die zin een paar keer herhaalt, zit ik geen klein beetje saliverend in de woonkamer, want de bas en de drums tergen en dreigen al, de typische Ragefinale komt eraan, gaat nu elk moment losbarsten, en godverdomme: die finale is in het geval van ‘Microphone fiend’ even waanzinnig goed als die van – ik pik er een knaller uit – ‘Fistful of steel’. Zack de la Rocha met schuim op de lippen en Charles Mansonoogjes echt kwaad? Check! Gitarist Tom Morello een Marc Ribot voor de massa? Yep! Oké dan. Lichte paniek mag nu uitbreken. Tafels en stoelen zullen bewegen. Voorwerpen vallen al om. Klokken blijven stilstaan. Fuck, er zitten dit keer na afloop zelfs scheuren in het stucwerk. Deze mannen woonden in de earthquake state, dát is wat ik zocht.

Venceremos!