Brahms en whosampled.com

 
Natuurlijk kent u Johannes Brahms. Noot: als u ’s mans oeuvre écht kent, voel u eventjes niet aangesproken.

Opnieuw. Natuurlijk kent u Johannes Brahms. U kent zijn Hongaarse dans nummer 5 via Charlie Chaplin. Die plakt in ‘The great dictator’ twee keer zijn tandenborstelsnor op: voor zijn rol van dictator Hynkel, maar ook voor die van een joodse barbier die een klant inzeept en scheert op het ritme van deze wonderlijke, naar het schijnt onbewust van ene Béla Kéler gestolen dans; Brahms dacht dat hij gewoon een traditional plunderde.

Wie weet staat u wel eens te hupsen op de lichtste toets van het Werchterpakket of op Tomorrowland-dj’s van eigen bodem? Dan bestaat de kans dat u ‘Phat Brahms’ van (Steve Aoki), Dimitri Vegas & Like Mike kent. (Aoki), Vegas en Mike maken Botsautookesbrahms, die alvast eerlijk is in de bronvermelding.

Bent u vertrouwd met ‘Baby alone in Babylone’ van Jane Birkin? Serge Gainsbourg stal voor haar het Poco Alegretto uit Brahms’ 3e symfonie. Mooi stuk, trouwens.

Nu we toch bezig zijn: wat jatte Gainsbourg in ‘Initials B.B.’? Inderdaad, de symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’ van Antonín Dvořák. Ik snuister gewoon wat rond op whosampled.com. Stuk dat Gainsbourg gebruikte begint op 1’59”, staat er bij de Nieuwe Wereld. Maar na 1 minuut, als de symfonie bescheiden losbarst, denk ik: waar ken ik dit van? Antwoord: ‘Same old thing’ van The Streets.

http://www.whosampled.com/sample/26080/Serge-Gainsbourg-Initials-B.B.-Anton%C3%ADn-Dvořák-Symphony-No.-9,-From-the-New-World,-1st-Movement-(Adagio,-Allegro-Molto)/

Rechts onderaan op mijn scherm, ondertussen, in het ‘U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd’-deel: Henry Purcells ‘Music for the funeral of Queen Mary’, zoals gesampled door Woodkid. De hele song leunt op die sample. Maar waar ken ik die begrafenismars van Purcell vooral van? Juist, van de begingeneriek van de Kubrickfilm ‘A clockwork orange’.

Ik kan uren in zo’n sampleketting verdwalen. Een der leukste encyclopedieën op internet, dat whosampled.com. De conclusie is saai maar waar: we kennen meer klassieke muziek dan we denken dankzij stelende popmuzikanten en filmsoundtracks.

Eurohop

 

Begin 2012. Ik weet niet dat het week van eigen kweek is bij Stubru en evenmin dat de krant De Standaard voor een relletje zorgt met de kop ‘Vlaamse hiphop, niet goed genoeg?’ als ik een eenvoudige maaltijd (en extra’s om in te vriezen) sta te koken en ‘Herinner mij’ van Safi en Spreej opnieuw en opnieuw en opnieuw wordt aangevraagd.

Na een Tiens! en een Damn! denk ik in een zeer korte, bijna-revolutionaire bui: ‘Zouden het deze mannen zijn die het behang met één welgemeende snok van de muur naar beneden trekken, of is dit gewoon de stoptrein tussen Gent (Spreej) en Mechelen (Safi), in redelijk beeld (Youtube, er werd in sneltempo tot 100.000 geteld) en in goeie klank (Stop de persen! Vlaamse hiphop, voor een keer niet uit de grootstad Izzehem, en toch zomaar op de fileradio!)?

 

 

Zomer 2013. ‘Ik lig niet aan de zee, nee / ik ben aan ’t knokke / zodat de kust veilig is voor mijn kinderen’: Safi en Spreej betrekken een stilaan riante woning in het grensgebied tussen Stubru en MNM, maken poppy hiphop met een licht undergroundbovenlaagje, kennen en relativeren zichzelf (in een interview verschillen ze al schertsend van mening over welke boy band uit hun jeugd de beste is: ‘N Sync of Backstreet Boys), maken bijna-hit na bijna-hit en zijn de eerste Vlamingen die kans maken om ooit concurrentie te worden voor ’t Hof van Commerce, met voorsprong de beste Beastie Boys van België.

Ik ben iemand die de Vlaamse rapscene (die tegenwoordig Eigen Makelij heet) mondjesmaat en van ver waarneemt, en doorgaans vind ik dat ze niet hoger reikt dan de enkels van het Nederlandse equivalent (Typhoon, Opgezwolle, De Jeugd, Osdorp Posse…), en door Safi en Spreej hooguit zal worden opgetild tot aan het scheenbeen van deze snel te verlaten metafoor.

En dan moeten we de Duitse en de Franse grens nog over.

Eerst de kerels met goeie schoolrapporten.

Parijs samplet Serge Gainsbourgs ‘Bonnie and Clyde’:
 

 

Berlijn samplet Dmtri Sjostakovitsj’ 7e symfonie:
 

 

Op slag van rust 1-0 voor Frankrijk. Doelpunt van Solaar. De tweede helft is een pak grimmiger. De gelijkmaker van Duitsland staat op naam van Haftbefehl, de spits van Offenbach. Een pletwals, een bruut, een wilde, een barbaar, een gevaarlijke gek, een ongeletterde, een kannibaal. Allemaal waar. Maar wel 1-1.

 

 

 

 

De tekst van het Haftbefehl-refrein? ‘Cho, woher kommt der Benz, von wo? / Woher kommt das Geld, von wo?’. Ik denk dat de Mercedes uit de winkel komt, en het geld van voltijds zwartwerk.

Nog een spotify-playlist erbıj? Nog een spotify-playlist erbıj:
 

 

Een plek op Pukkelpop tussen zes tenten

 
image
 
Charles Ives
‘Central Park in the dark’
1906

 

Ik worstel met een hardnekkige oorwurm van 1899(!), een aanstekelijke monsterhit uit de tijd van toen zelfs wijlen de presentator van ‘De tijd van toen’ nog niet was geboren. De song heet ‘Hello Ma Baby’. Ze werd eerst via bladmuziek verkocht, en een paar jaar later via papierrollen met gaatjes voor in de pianola. De tekst van het refrein: Hello ma baby / hello ma honey / hello ma ragtime girl.
 

 

‘Hello Ma Baby’ is een van de vele coon songs die hits zijn geworden. Een coon song moest over negers gaan. Over negers die gokken, negers die liever stelen dan hun boterham verdienen, negers die geweld gebruiken (gelukkig vooral tegen andere negers), negers die er allemaal hetzelfde uitzien, negers die het enige ras zijn zonder vlag (‘Every race has a flag but the coon’), negers die door discipline, opleiding of geld proberen de status van blanken te bereiken, maar natuurlijk lukt dat alleen in hun dromen, wat had je gedacht, het zijn tenslotte negers.

‘Hello Ma Baby’ is een beschaafde coon song over negers die met elkaar telefoneren. Toen nog een nieuwigheid. Ik bedoel telefoneren in het algemeen.

Er is plaats noch tijd voor een pamflet over raciale vooroordelen van lang geleden. De waarheid is trouwens dat ook zwarten coon songs schreven en dat de populariteit van de ragtimeritmes de weg zou plaveien voor gitzwarte blues en jazz. Concreet: voor Bessie Smith en Louis Armstrong.

Nog één raadsel: coon is een afkorting van raccoon, maar geen enkele van mijn zwarte muzikale helden lijkt op de procyon lotor, de gewone wasbeer. Of zou het te maken hebben met eten uit de vuilbak stelen?

Genoeg. ‘Hello ma baby’ wordt hier vermeld omdat New Yorks componist Charles Ives het een dikke minuut lang citeert / vermaalt / samplet / covert / mash-upt in wat voluit ‘Contemplation of nothing serious or Central Park in the dark’ heet, een compositie van nog geen 10 minuten van begin vorige eeuw.

‘Central Park in the dark’ is een nocturne die begint met zachtmoedige strijkers, maar er ruist al wat in het struikgewas. Na vier minuten speelt een piano een ragtimedeuntje. Vanaf minuut 6 trekt zich een kakofonie van caféliederen op gang die over het park waaien en die Ives nergens met mekaar verkneedt, integendeel: ze blijven elkaar de boventoon betwisten tot er één wint en dat is ‘Hello ma baby’ – achtereenvolgens gespeeld op een piano en op een irritant hoge klarinet (een esklarinet!), waarna ook een fanfaretrommel invalt. Nogal bruusk verdwijnen al die waanzinnige uitgaansgeluiden – denk een plek op Pukkelpop precies tussen zes tenten – en blijven alleen de zachte strijkers over. De laatste nachtraven nemen de laatste paardenkoets naar huis. Central Park wordt opnieuw een minijungle van wormen en muizen en uilen.
 

 

Charles Ives’ vader was een bandleider die ooit twee fanfares langs elkaar heen liet marcheren om te horen hoe dat klonk. Zijn zoon speelde orgel in een kerk, en schreef in 1902 een cantate die lovende recensies kreeg, maar een week na de première gaf hij zijn muzikale carrière op (naar verluidt vond hij de klassieke muziekscene een bende sissies) om in zijn onderhoud te voorzien door levensverzekeringen te verkopen. Hij stippelde verkooptechnieken uit voor handelaars in polissen, en was daar zeer succesvol in. Hij leefde niet in een vochtige zolderkamer. Componeren deed hij in zijn vrije tijd.