Voorbij de bovengrens

 
image
 
The xx
XX
2009

 

In 2009 draait iemand The xx in de late Stubru-uurtjes. Het is alsof aan mijn muur vier minuten lang een scheurkalender hangt van 1983, jaar waarin ik via iemand met twee X-chromosomen Young Marble Giants ontdekte.

Beginindruk: de cd ‘XX’ klinkt als via de scanner gedigitaliseerde, en daarna opgeleukte momentopnamen van de jonge marmeren giganten. Het kleurenpalet van zwart, grijs en wit is hetzelfde, en beide groepen hebben muzikanten in de rangen die heel goed weten wanneer ze niet moeten spelen. Mijn eerste indruk blijkt een oppervlakkige ouwezakkenindruk.
 

 
Ik neem mijn dochter – toen jonger dan ik was toen ik een eerste keer ‘A forest’ van The Cure hoorde – mee naar The xx in de AB. Achter in de zaal klapt en stampvoet men en wil men ambiance. Wij staan op de 10e rij en staren een poos langer naar getwijfel, bedeesdheid en verzuchting voor we ook meeklappen. Meisje zingt, jongen antwoordt met halfparlando, terwijl galmgitaar, brombas en al dan niet voorgeprogrammeerde beats aanzwellen; The xx waren toen overigens nog met 4.
 

 

Chris Isaaks ‘Blue hotel’ wordt geciteerd in ‘Infinity’. De jaren 80 krijgen zoveel gloednieuwe R&B-tinten dat ik mijn nostalgietrip voor goed stopzet. Vooral de gons in de bas is zeer bijzonder: not on the side of the apes, but on the side of the angels!

Het concert was fantastisch, maar als je me aan de uitgang had verteld dat The xx sportpaleizen ging aandoen en festivaldriedaagses ging afsluiten, door Rihanna gesampled zou worden en zou opduiken in Olympische Spelenceremonies en verkiezingsshows op de NBC’s en BBC’s dezer wereld, ik had je verteld: ‘Ze hebben ternauwernood deze zaal overleefd, ze zitten aan de bovengrens’. Opnieuw fout!

De opvolger ‘Coexist’ zou daarna veel minder goed worden dan de verwachtingen hoog waren, maar ook die kaap werd gerond. Je moet altijd vergelijken: ‘Coexist’ is beter dan de tweede worpen van Violent Femmes en The Jesus And Mary Chain samen. De tweede van Television heb ik zelfs nooit gehoord, en die van Young Marble Giants is er nooit gekomen. Wat wel waar is: Hoe klink je volstrekt nieuw en anders na zó’n debuut? Dát mag een nóg betere popgroep komen tonen.

Mijn dochter ziet ondertussen niet om: ‘Beste concert ooit’, krijg ik via sms vanop Werchter 2012. Als ik in 2013 verbaasd vraag: ‘The xx hoofdact op Pukkelpop, of wat?’, volgt een nog korter bericht: ‘Wie anders?’

Dus The xx staat op nummer 1 in de hitparade. Toen de in het grijs schilderende jaren 80-groepen als The Cure en Young Marble Giants goed op twee benen konden lopen, wilden de mensen misschien meer, en terwijl de wereld ging newbeaten en raven, grunge uitvond, hiphop groot maakte, en zelfs metal een oplapbeurt gaf, probeerde ook de schuchterste jaren 80-muziek op te klaren, het hinderlijke uit te drijven en valse afgronden te negeren.

The xx leerde via de op de radio alomtegenwoordige R&B op handen lopen, via trage dubstep die ze op de speelplaats in Londen oppikten op een koord dansen en via de zwart-wit-Cure-achtigen op één been rondjes draaien. Ze kwamen ook bij een wonderlijk singletje uit dat ze allemaal goed vonden: ‘Teardrops’ van Womack & Womack.

En kijk, op een dag kon The xx in een kleine zaal op een koord op één hand rondjes draaien, en iedereen wilde erbij zijn. Er moest naar een groter podium worden uitgeweken, en daarvoor moest de groep – ook al om de zenuwen te overwinnen – opnieuw veel meer oefenen dan anderen, maar dat waren ze gewoon.

Goeie groepsnaam ook.
 

 

Change your mind

 
Tijd voor een overzicht van de 30 (naar mijn smaak) minst goeie platen van Honderd. U mag die platen ook de septemberplaten noemen.

100. James Brown ‘Live At The Apollo’ – 1962
99. Johann Sebastian Bach ‘Goldbergvariaties’ (door Glenn Gould) 1955 & 1981
98. The Fall ‘Hex enduction hour’ – 1982
97. Nick Cave and the Bad Seeds ‘No more shall we part’ – 2001
96. Tourist ‘Antwerps testament’ – 2010
95. Heitor Villa-Lobos ‘Bachianas Brasileiras’ – 1930-1945
94. Swans ‘The seer’ – 2012
93. The Specials ‘The Specials’ – 1979
92. Rage Against The Machine ‘Rage Against The Machine’ – 1993
91. King Krule ‘King Krule EP’ – 2011
90. Smog ‘Red apple falls’ – 1997
89. Franz Schubert ‘Der Tod und das Mädchen’ – 1824
88. John Cale ‘Fragments of a rainy season’ – 1992
87. Béla Bartók ‘De zes strijkkwartetten’ – 1909-1939
86. Orbital ‘In sides’ – 1996
85. Spinvis ‘Spinvis’ – 2002
84. Scraping Foetus Off The Wheel ‘Hole’ (1984) en ‘Nail’ (1985)
83. Titus Andronicus ‘The airing of grievances’ – 2009
82. Robert Schumann ‘Dichterliebe’ – 1840
81. The Rolling Stones ‘Exile on main street’ – 1972
80. Charles Ives ‘The unanswered question’ – 1906
79. Arctic Monkeys ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ – 2006
78. fIREHOSE ‘fROMOHIO’ – 1989
77. Gavin Bryars ‘Jesus’ blood never failed me yet’ – 1971/1993
76. Nick Cave And The Bad Seeds ‘The firstborn is dead’ – 1985
75. Joan Armatrading ‘Back to the night’ – 1975
74. Dire Straits ‘Dire Straits’ – 1978
73. Ludwig van Beethoven ‘Piano sonate nr. 23 in f’ (‘Appassionata’) – 1803-1806
72. Wu-Tang Clan ‘Enter the Wu-Tang (36 Chambers)’ – 1993
71. David Byrne & Brian Eno ‘My life in the bush of ghosts’ – 1981

De snelste weg naar een van bovenstaande platen is die via de tags met artiesten.

En nu, back to business.
 

GetAttachment-3.aspx
 
Neil Young and Crazy Horse
Sleeps with angels
1994

 

In 1991 neemt Neil Young tijdens een Amerikaanse tournee in zijn voorprogramma Sonic Youth mee. Hoofdreden: hij vindt ‘Expressway to yr skull’ een uitstekende song, en als hij zin heeft wil hij daarnaar luisteren voor hij zelf op moet. Fair enough. Maar stel: u bent in 1991 50 jaar oud, u woont in Albuquerque, ’s middags barbecuet u wat met een biertje erbij, en u kijkt uit naar ‘Hey hey, my my’, ‘Cinnamon girl’ en ‘Like a hurricane’. U wurmt zich tot op de 25e rij. Dan krijgt u dit:
 

 

De officiële uitleg is dat het Amerikaanse Neil Youngpubliek ofwel hevig voor was, ofwel hevig tegen. Het verslag van Sonic Youth zelf: ‘Mensen verveelden zich niet, Neil Young vond ons goed, zijn groep vond ons goed en we vonden onszelf goed’.

Het kan Neil Young naar verluidt weinig schelen wat mensen van zijn muziek vinden. Het kan hem dus ook niet schelen dat iemand onlangs in een tijdschrift ‘Sleeps with angels’ een heel saaie, slaapverwekkende N.Y. & Crazy Horseplaat vond. Het kan hem evenmin schelen dat ik het de beste Neil Youngplaat van allemaal vind.

Neil Young gaat in ’94 opnieuw voor Crazy Horse, mijmert in april van dat jaar over Kurt Cobains zelfmoord en lijkt bij het componeren de begrafenisdeadline net niet gehaald te hebben: ‘Sleeps with angels’ ligt al in augustus van dat jaar in de winkel. De waarheid is: de meeste songs staan al voor Cobains zelfmoord in de steigers.

Een beetje een doorslag van ‘Tonight’s the night’, ‘Harvest’ en ‘After the goldrush’, zeggen sommigen over de plaat, en dat is niet bezijden de waarheid: melancholie overheerst en Young zit via Cobain weer in een soort needle and the damage done-sfeer die lang niet over al zijn werk hangt.

De grove korrel van Crazy Horse is anders dan anders omdat de groep de opdracht kreeg heerlijk slordig, maar ook ingehouden te spelen.

Het is een moe klinkende Neil Young die ik uit het doosje haal. De plaat opent met het heel voorzichtige optimistisme van ‘My heart’ (‘It’s not too late / I’ve got to keep my heart’).
 

 

‘Western hero’ en ‘Train of love’ zijn dezelfde song (en dus twee keer niks voor wie niet van sterke countrykoffie houdt). ‘Prime of life’ en ‘Driveby’ zijn op het eerste gezicht yin- en yangtegenpolen, maar Young werkt niet met zwart naast wit: de eerste song voelt zich goed, maar weet dat het niet gaat duren, de tweede berust na een aangerichte drive by shooting, hier droogweg omschreven als a random kind of thing.

‘Safeway cart’ is een andere weemoedige wandeling door een minder stadsdeel. De 16 minuten van ‘Change your mind’ zijn mijn favoriete lange Neil Youngrit: beter nog dan neef ‘Ordinary people’ en tante ‘Like a hurricane’. De song is een af en aan van wijsheid en irritatie en van afstand en betrokkenheid. Het speelt zich allemaal af binnen het universum van de liefde: soms een bitch, soms gewoon dagelijkse sleur en de macht der gewoonte, maar elke dag ook een waterkansje op een klein beetje magie, en heel af en toe natuurlijk een klap van de molen. Mijn interpretatie van de tekst bevindt zich waarschijnlijk aan de klote-realistische kant.

‘Change your mind’ wordt door ‘Blue eden’ achternagezeten: hier veruit de meest bewolkte Crazy Horsehemel, maar net geen plensbui.

Neil Young brengt in 1994 overschotten van ervaringen van een oude wereld (studentenrellen in Ohio, de vervreemding van een zich te vroeg oud voelende loner, en vooral: tot de dood lijdend drugsgebruik in de sixties en seventies) naar een nieuw, eveneens hard en eveneens koud tijdperk. Hij doet dat wel meer op z’n platen. Deze ken ik gewoon het best, en daarom vind ik ‘em de beste.

Naar de tekst van de titelsong, die over Cobain en Courtney Love gaat, luister ik al lang niet meer. Deze plaat is voor 90% een sonoriteitskwestie geworden.

Ik zou gerust ‘Piece of crap’ mogen vergeten te vermelden: een vuile rocker tegen de dwangneurose genaamd consumentisme, maar ook mijn enige ‘het zal wel’-moment van ‘Sleeps with angels’. Maar ik vermeld ‘Piece of crap’ wel. En ik skip de song ook nooit.

‘Sleeps with angels’ is vooral grijs. Grijs is het nieuwe zwartwit.

 

 

 

A bigger room

 
image
 
image
 
The White Stripes
‘White blood cells’
2001

 
 
Jack Whites favoriete song is stokoud: ‘Grinnin’ in your face’ van Son House bevat alleen handclaps en zang: ‘You know your mother will talk about you / Your own sisters and your brothers too… Don’t you mind people grinnin’ in your face’.
 

 

De White Stripessong die volgens mij het best Whites carrière samenvat heet ‘Little room’ en duurt net geen minuut. In de tweede helft zingt White iets dat lijkt op Dada daa dadadaaah da…. Nana na nananaaah ya… Nana iiii nana naiee… dita yona anna dita andaah… Instrumenten zijn in ‘Little room’ bijna even schaars als in de Son Houseklassieker: Meg White imiteert een metronoom, Jack White doet alleen zijn eigen stotterpunkblues. Eerste van twee coupletten: ‘Well you’re in your little room / And you’re working on something good / But if it’s really good / You’re gonna need a bigger room’.

In 2001 maakte ik de in rood, wit en een mespuntje zwart gestoken Jack en Meg White mee in de AB-club. In die tijd dacht ik dat ze broer en zus waren; hún verwarringsstrategie. Hun kamer was nog vrij klein. In de jaren daarvoor was ze in de garagerocksien van Detroit nog veel kleiner geweest: ‘White blood cells’ was al hun derde plaat.

In de AB allemaal mensen die dachten: ’t is van Led Zeppelin geleden dat rock nog als zo’n rauwe blues klonk. Een paar jaar later doken massa’s voetballiefhebbers op die nog nooit van The White Stripes gehoord hadden, en die dachten: ’t is van ‘Olé! Olé! Olé! Oléee!’ geleden dat het stadion nog zo daverde.

Via het onwaarschijnlijke ‘Seven nation army’ waren The White Stripes inderdaad in a bigger room beland, maar de verplichte kleuren bleven rood, wit en zwart; liveopnamen op Youtube tonen hoe hard The White Stripes in alle details met die kleurbeperking bezig waren.

Jack White heeft ooit een lucratieve deal met een firma afgewezen omdat die hun label in een ándere kleur op de hoes wilden: ‘Als ze over zoiets niet toegeven, zullen ze ons nergens willen begrijpen’.

Toegeven is niet Whites sterkste punt, inbinden ook niet. Met ProTools kan en wil hij niet werken, zegt hij: ‘Mijn collega’s doen het, waarschijnlijk hoort geen hond het verschil, maar ik moet gewoon op mijn manier van a naar b. En als dat op een oude gitaar is die moeilijker te bespelen is, of zonder alles keurig bij te schaven, is dat maar zo.’

Het tweede couplet van ‘Little room’ gaat als volgt: ‘And when you’re in the bigger room / You might not know what to do / You might have to think of / How you got started / Sitting in your little room’. White is steenrijk, en wat doet hij? Hij koopt een gigantisch pand. Basisidee: vinyl bij persen en verkopen. Komen erbij: een platenlabel, een opnamestudio, een zaal voor optredens, een ruimte waar ter plekke vinyl geperst wordt van het liveoptreden dat je hebt meegemaakt. Dat alles – ruimte waarin je staat en plaat die je koopt – in een beperkt kleurenpalet.
 

 
image