Tandartsen die willen rollerskaten

 
image
 
Björk
Post
1995

 

 
image
 

Het interview dat volgt verscheen in Het Nieuwsblad van 16 juni 1995. Het verscheen onder de titel ‘Dansen bij volle maan: over faxen, dinosaurussen en de haartjes op een kokosnoot’. Ik heb de titel – zonder overigens goed te weten waarom – veranderd in ‘Tandartsen die willen rollerskaten’. Ik heb ook een paar dus-sen en ik-heb-zoiets-vans weggelaten, omdat die uit de mode zijn.

Twee dingen verbazen me vandaag:

1. Mijn favoriete tekstfragment komt in het artikel niet ter sprake: ‘Tahiiiiiii / Engin fylgist alveg medh / Tahiiiiiii / S’olin sekkur’.

2. Er wordt ook met geen woord gerept over een van dé Björksongs ‘Hyperballad’. In ‘Hyperballad’ woont de hoofdpersoon boven op een berg. Elke ochtend staat ze vroeg op, ondermeer om auto-onderdelen, flessen en bestek in de afgrond te gooien, ja zelfs een keer te mijmeren bij het eventuele vallen van het eigen lichaam, met ergens een ver verlangen ingebouwd om te luisteren naar de geluiden die dat lichaam zal maken als het tegen de rotsen stukslaat. Dat allemaal om zich, als de geliefde opstaat, veiliger te voelen daarboven, samen met hem: ‘I go through all this / Before you wake up / So I can feel happier / To be safe up here with you’. Mooi!
 

 

Even kort dit punt ‘Post’ in de geschiedeniszee situeren: Björk is bevallen van plaat 2, die – zo blijkt hier en daar – gemaakt is in de epoque van het pshhhkkkkkkrrrrkakingkakingkakingtshchchchchchch van niet altijd even vlot connecterende modems. Ze heeft nog geen gevaarlijke stalkers achter zich aan (die haar terecht mediaschuw zullen maken) en zit nog vol grootstedelijk enthousiasme. Björk is ook nog niet gaan acteren bij überpsychiater slash risicopatiënt Lars von Trier. Tijdens het gesprek krabt ze overal waar het jeukt. Here we go!

Haar zoontje Sindri heeft paasvakantie als we Björk ontmoeten. Zijn vader zorgt 12 dagen voor hem. Moeder Björk werkt ondertussen. Ze praat over haar tweede cd ‘Post’. Ze doet dat in een poepchique kasteel 100 kilometer bezuiden Parijs. ‘Mijn hotelkamer hier heet The holy room. Mensen komen hier van de rust genieten. Dat hadden ze me gisteravond al mogen vertellen. Het was volle maan en ik ben tot 4 uur ’s ochtends op het tennisveld gaan dansen. Ik had mijn gettoblaster mee. Om 4 uur ging ik bij de receptie een nieuwe fles sterke drank vragen. Ze bleken geen alcohol te hebben. Ik denk dat ze me hier al kennen.’

Björk Guðmundsdóttir heet ze voluit. Ze groeide op bij haar IJslandse hippiemoeder, versleet haar tienerjaren bij anarcho-punkgroepjes als Tappi Tikarras en Kukl, en verscheen acht maanden zwanger met blote buik op de nationale televisie. De grap was als parodie bedoeld op Madonna die toen net ‘Like a virgin’ had gemaakt. Het maakte haar wereldberoemd in IJsland.
 

 

Later vervoegde ze de Sugarcubes, wier single ‘Deus’ het snoepje van de maand werd van een journalist van Melody Maker, en dus bij uitbreiding van de hele hippe rockwereld.

Björks ster begon pas echt te schijnen toen ze haar soloplaat ‘Debut’ maakte. Wat wil je? Schitterende muziek (‘De ene maand luister ik naar jazz, dan weer naar salsa, dan weer alleen naar rock of naar techno, dus die mix van stijlen komt als vanzelf’) in combinatie met een alles behalve klassiek imago dat toch goed was voor 12 pagina’s foto’s in een modemagazine als Vogue. (‘Er waren geen goeie kleren te krijgen in IJsland, dus moest ik als tiener vindingrijk zijn. Kon ik het helpen dat recycling en tweedehandskledij in de mode raakten!’)

Björk! Vragen stellen hoeft amper. ‘Veel geld hebben, het betekent dat ik met een Braziliaans strijkorkest kan werken als ik dat wil. Dat ik 10 harpen kan gebruiken in plaats van één. Maar als ik morgen platzak ben, kan ik nog altijd een meesterwerk schrijven voor drie theelepels. Hmm, nu ik erover nadenk…’

‘Ik kan best leven met beroemd zijn. Omdat ik op mijn elfde al een ster was in IJsland. Ik zong toen liedjes die ik niet zelf had geschreven, en plots ging die plaat multi-platinum in IJsland. Er werden dus 4000 exemplaren van verkocht. (lacht). Ik vond dat ik al die aandacht niet verdiende. In IJsland vonden ze dat ik er een beetje Chinees uit zag. Toen ik later in Europa kwam, ging het de hele tijd: ‘Dat is typisch IJslands’.

‘Toen ik interviews gaf voor ‘Debut’, begon ik met een waarschuwing: denk niet dat je iets over mijn persoontje aan de weet gaat komen. Nu weet ik beter. Ik zie mijn songs als mijn kinderen. Dat klinkt een beetje saai uit de mond van een vrouw. (lacht) Maar je kan een kind niet gewoon op de wereld zetten en zeggen: ik zie je wel over 20 jaar, veel geluk. Nee, je moet ervoor zorgen dat het een goeie opvoeding geniet, op tijd te eten krijgt en gezond is. Tot het sterk genoeg is om zichzelf te verdedigen.’

Aan ‘Post’ werkte opnieuw Nellie Hooper mee. ‘Aanvankelijk zei hij: Björk, je kan het zonder mij. Ik begreep er eerst niks van. Ik zei hem dat hij de pot op kon. Pas toen ik veel later tot 10 uur ’s ochtends met hem op stap ben geweest, zei hij: oké, ik help mee. Toen begreep ik pas dat hij dat stapje achteruit deed precies om mij te helpen. Dat hij zelfs vereerd was om met mij te werken. ‘Cover me’ heb ik voor hem gemaakt. While I crawl into the unknown, cover me. Ik ben de duiker die aan een lange slang de zee in gaat, en als het te moeilijk wordt, geef ik een seintje en haalt hij me op.’
 

 

Tricky en Howie B. werkten ook mee. ‘Ik word graag muzikaal verliefd op iemand. En ik hou ervan samen te werken met mensen. Iets creëren is iets dat je nog nooit eerder hebt gedaan, en dat moet je samen doen. Je moet de moed hebben om 100 % gelukkig, gek, dwaas, onschuldig en intelligent te zijn samen met anderen. Hoe je dat doet, spontaan samenwerken? Als je vrijt doe je dat ook spontaan, dan denk je ook niet: nu leg ik mijn arm zo en zo. Wel, alles zou moeten zijn als vrijen.’

‘Ik heb voor het eerst muzikanten opgebeld: een harpiste, een saxofoonkwartet… Eerst dacht ik: die gast is jazzmuzikant, wil die wel met mij werken? Nu weet ik dat de wereld vol loopt met tandartsen die willen rollerskaten. Met verpleegsters die piloot willen zijn. Mensen houden van opwindende, nieuwe ervaringen.’

‘Ik beschouw mijn muziek niet als dansmuziek. Techno is voor clubs, zoals filmmuziek bij een film hoort. Mijn muziek is voor de koptelefoon. Goeie muziek en goeie boeken hebben – echt waar – mijn leven gered. Er zijn momenten waarop je totaal in de put zit, en dan kan muziek helpen. Zo’n plaat wilde ik maken, eerder dan een technoplaatje om op te zweven en te zweten.’

‘Tegelijk ben ik dapper genoeg om in 1995 te leven. Auto’s, faxmachines, de telefoon, computers, het zit in mijn muziek. Als je die geluiden vandaag ontkent lieg je, vind ik. Computers zijn voor mij perfect om de wereld van de verbeelding en de fantasie te verklanken.

Stel je een ‘perfecte’ vrouw voor: hoe ze gekleed gaat, haar humor, haar borsten. Wedden dat je bij een cartoon zoals in de tekenfilm ‘Roger Rabbit’ belandt. Dat doen computers voor mij: die perfecte fantasiewereld oproepen. Ik vroeg iemand om het geluid na te bootsen van de haartjes die bovenop een kokosnoot bewegen in de wind. Hij kon dat. Maar als ik echte emoties wil horen, echt verdriet en echte vreugde, dan gebruik ik een strijkorkest of mijn stem. Mijn muziek is half realiteit-half fantasiewereld.’

Björk kijkt, vertelde ze ooit, graag naar de natuurdocumentaires van David Attenborough. Vandaag begint ze over IJsland dat ‘geografisch nog erg jong’ is, en ze legt uit waarom ze ‘Modern things’ schreef, een song over koffiezetapparaten en microgolfovens die altijd al bestaan hebben, maar die zich miljoenen jaren lang verborgen in de bergen, irrrrritated by the noises of dinosaurs.

‘Ik heb vrienden die vinden dat auto’s en computers slecht zijn. Als ik hen bezig hoor, word ik eraan herinnerd dat er, sinds enkele apen ooit besloten om mensen te worden, altijd een paar zijn gebleven die die stap in de evolutie hebben betreurd. Ik denk niet dat we beter zijn dan de apen, maar hé: we hebben een keuze gemaakt. We hebben de auto, de walkman, de spaceshuttle en de atoombom uitgevonden, allemaal in 100 jaar tijd. Dat we uitgeput zijn en een beetje moeten rusten, die redenering kan ik nog volgen. Maar we moeten zeker niet, zoals die mensen die terug apen willen worden, denken dat we allemaal gaan sterven. Dat soort onheilsprofeten heeft altijd bestaan. Eerst was er de ark van Noah. Aan mijn ouders werd verteld dat ze altijd genoeg voedsel moesten opslaan in de kelder, mij hebben ze op school geleerd dat ik bij een nucleaire explosie onder tafel moest kruipen. Maar als ik dat aan mijn zoon vertel, weet hij niet waarover ik het heb.’

‘De ozonlaag, daar jagen ze nu mensen de stuipen mee op het lijf. Eigenlijk zeggen ze opnieuw: we zijn zo slecht, zo corrupt, we zouden ons moeten schamen, en zeker niet van de auto en de mobiele telefoon genieten. Maar een auto kan ook op water rijden. We blijven gewoon mensen die fouten maken en daaruit leren. We zijn dezelfde idioten die we altijd geweest zijn, we hebben te veel gevoelens, we handelen soms dwaas, maar we zijn ook inventief. En we vinden een oplossing. Geloof me, we redden het wel.’
 

 

Het Nieuwsbladinterview is afgelopen. Vandaag de door Spike Jonze geregisseerde clip van ‘It’s oh so quiet’ bekijken is al een beetje de sfeer vatten van het een paar jaar later gedraaide ‘Dancer in the dark’.
 

 

In 2000 laat Björk zich inderdaad verkneden door regisseur Lars von Trier. ‘Ze acteerde niet, ze voelde alles gewoon’, laat von Trier optekenen.

De film gaat over niet goed zien: de machines in de fabriek niet zien, verraad niet zien aankomen. Hoofdpersoon Selma wil haar eigen executie niet zien, want ook dan luistert ze alleen naar haar hart van waaruit ze de ene musicalsong na de andere componeert. Gevolg: prijzen in Cannes en de geboorte van een van Björks beste songs, ‘I’ve seen it all’, niet in de versie van ‘Selmasongs’, maar in die van de film zelf, met parlando van de acteur naast haar en met treingeluiden als beats.

Een (lang) tekstfragment:

‘I’ve seen what I was – I know what I’ll be
I’ve seen it all – there is no more to see!

You haven’t seen elephants, kings or Peru!
I’m happy to say I had better to do
What about China? Have you seen the Great Wall?
All walls are great, if the roof doesn’t fall!

And the man you will marry?
The home you will share?

To be honest, I really don’t care…

You’ve never been to Niagara Falls?
I have seen water, it’s water, that’s all…
The Eiffel Tower, the Empire State?
My pulse was as high on my very first date!
Your grandson’s hand as he plays with your hair?
To be honest, I really don’t care…’

Waarna in de film de realiteit tussenkomt.
 

 

Een rattenplaag

 
image
 
Krysztof Penderecki
Van alles wat

 

Tijd voor een overzicht van… de mij bekende Poolse componisten wier naam op -recki eindigt: Henryk Górecki (waarover binnenkort meer) en Krysztof Penderecki.

De -recki’s (spreek uit: [retzskis]) zijn alle twee diepgelovige mensen die al eens een paus eren via een muziekstuk; geen grap. Dat leverde toen de communisten aan de macht waren trouwens geen bonuspunten op. Ook als u in verband met Krzysztof Penderecki denkt: ‘Huh?’, wees gerust: u kent zijn muziek. Wees nog geruster: niet via de paus.

Zijn ‘Polymorphia’ zit in ‘The exorcist’ en ‘The shining’, de ‘Klaagzang voor de slachtoffers van Hiroshima’ (‘Threnody for the Victims of Hiroshima for 52 stringed instruments’) in datzelfde ‘The shining’ en in ‘Children of men’, en de meer recente Passacaglia uit ’s mans 3e symfonie is door Robbie Robertson van The Band geselecteerd voor de soundtrack van ‘Shutter Island’. Allemaal goeie, voor de grote zalen bestemde Hollywoodfilms die de schaduwkant van de mens belichten. De muziek, die is kei-, snoei- en bikkelhard tegelijk.
 

 
Kei-, snoei- en bikkelhard is een beetje overdreven, want naar Penderecki’s normen is het Passacaglia eigenlijk een vrij kabbelende zee. Wie werkelijk een rattenplaag wil horen, of een abattoir vol bloed, of op z’n minst een supergeschikte concertintro van een blackmetalband, die moet ‘Polymorphia’ eens ondergaan: muziek die ook in ‘The shining’ en ‘The exorcist’ wordt gebruikt.
 

 
Penderecki introduceert ook een nieuw notatiesysteem. In ‘Klaagzang voor de slachtoffers van Hiroshima’ worden de 24 violen bijvoorbeeld genoteerd in clusters variërend van 4 tot 12.

Er zijn pictogrammen voor hoogst mogelijke noot, voor fingerpickin’ en voor tussen kam en staartstuk op het hout strijken. De golven van het vibrato zijn breder en minder hoog dan die van het molto vibrato.

De youtubetranscriptie is van Gerubach (die overigens ook ‘Clapping song’ van Steve Reich bewerkte). Good job!
 

 
Penderecki’s muziek van rond 1960 lijkt soms een epiloog bij de 2e wereldoorlog die het land teisterde, en is overal van de hand van een kunstenaar met een zesde zintuig voor het oorlogsleed van anderen.

Niet onlogisch. Auschwitz heet in Polen Oświęcim. Wie alle uithoeken van het kampterrein van Auschwitz-Birkenau wil verkennen – heb ik zelf ooit vastgesteld – moet een parcours ter grootte van een ring rond een Vlaamse centrumstad afstappen.

Ach, Polen. Ooit kreeg het van iemand de prijs voor lelijkste land ter wereld. Ik herinner me dat België verdienstelijk tweede werd.

In ‘De geverfde vogel’ van Jerzy Kosinski wordt geen fraai beeld opgehangen van de Poolse antisemitische plattelandsbevolking. In de graphic novel ‘Maus’ zijn Polen zelfs varkens tussen katten en muizen.

In 1939 zit het land als vanouds gekneld tussen Pruisen en Rusland, dat nu Hitler- en Stalinland heet. Als die twee mogendheden risk spelen en een pakt breken, leven de Polen in een Shot by both sides-achtige situatie.

In het midden van het land weten de mensen niet wie hen gaat komen ‘bevrijden’, en ook niet van wat. Er bestaat een verschrikkelijke, alleszeggende foto van een armtierige welkomsboog met tussen twee swastika’s een hamer en een sikkel. Dié tragedie hoor ik.
 
image
 
Penderecki schreef ook de soundtrack van de film ‘Katyn’. 22.000 Poolse officieren en intellectuelen werden in 1940 vermoord door Stalin, die de schuld in de schoenen van de klotenazi’s schoof.

Katyn-epiloog.

In april 2010 vliegt de Poolse president Lech Kaczyński met een groot gevolg naar Smolensk om vandaaruit naar een herdenkingsplechtigheid in Katyn te reizen. Het vliegtuig stort neer en alle inzittenden komen om.

In november 2010 keurt de Russische Doema eindelijk een verklaring goed waarin wordt erkend dat Stalin persoonlijk het bloedbad bevolen heeft. De klotecommunisten stemmen natuurlijk tegen.

Muziekepiloog.

Radioheadgitarist Jonny Greenwood is Pendereckifan. Greenwood heeft ondermeer de goeie soundtrack bij de goeie film ‘There will be blood’ geschreven.
 

 

Brahms en whosampled.com

 
Natuurlijk kent u Johannes Brahms. Noot: als u ’s mans oeuvre écht kent, voel u eventjes niet aangesproken.

Opnieuw. Natuurlijk kent u Johannes Brahms. U kent zijn Hongaarse dans nummer 5 via Charlie Chaplin. Die plakt in ‘The great dictator’ twee keer zijn tandenborstelsnor op: voor zijn rol van dictator Hynkel, maar ook voor die van een joodse barbier die een klant inzeept en scheert op het ritme van deze wonderlijke, naar het schijnt onbewust van ene Béla Kéler gestolen dans; Brahms dacht dat hij gewoon een traditional plunderde.

Wie weet staat u wel eens te hupsen op de lichtste toets van het Werchterpakket of op Tomorrowland-dj’s van eigen bodem? Dan bestaat de kans dat u ‘Phat Brahms’ van (Steve Aoki), Dimitri Vegas & Like Mike kent. (Aoki), Vegas en Mike maken Botsautookesbrahms, die alvast eerlijk is in de bronvermelding.

Bent u vertrouwd met ‘Baby alone in Babylone’ van Jane Birkin? Serge Gainsbourg stal voor haar het Poco Alegretto uit Brahms’ 3e symfonie. Mooi stuk, trouwens.

Nu we toch bezig zijn: wat jatte Gainsbourg in ‘Initials B.B.’? Inderdaad, de symfonie ‘Uit de Nieuwe Wereld’ van Antonín Dvořák. Ik snuister gewoon wat rond op whosampled.com. Stuk dat Gainsbourg gebruikte begint op 1’59”, staat er bij de Nieuwe Wereld. Maar na 1 minuut, als de symfonie bescheiden losbarst, denk ik: waar ken ik dit van? Antwoord: ‘Same old thing’ van The Streets.

http://www.whosampled.com/sample/26080/Serge-Gainsbourg-Initials-B.B.-Anton%C3%ADn-Dvořák-Symphony-No.-9,-From-the-New-World,-1st-Movement-(Adagio,-Allegro-Molto)/

Rechts onderaan op mijn scherm, ondertussen, in het ‘U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd’-deel: Henry Purcells ‘Music for the funeral of Queen Mary’, zoals gesampled door Woodkid. De hele song leunt op die sample. Maar waar ken ik die begrafenismars van Purcell vooral van? Juist, van de begingeneriek van de Kubrickfilm ‘A clockwork orange’.

Ik kan uren in zo’n sampleketting verdwalen. Een der leukste encyclopedieën op internet, dat whosampled.com. De conclusie is saai maar waar: we kennen meer klassieke muziek dan we denken dankzij stelende popmuzikanten en filmsoundtracks.