‘If there’s hell below, we’re all going to go’

 
image
 
Curtis Mayfield
Curtis
1970

 

Curtis Mayfield is in de tweede helft van de jaren 60 een zwarte popster met een bril die close harmony zingt bij The Impressions.

We bevinden ons in Chicago, in de slechte buurt, in een eenoudergezin, on the other side of the tracks. Mayfield schrijft de meeste hits van The Impressions zelf. Die songs zeggen in de loop der jaren steeds minder ‘It’s all right / have a good time’, ze beloven steeds meer ‘Power to the people’. Op de radio wil men van dat engagement niks weten: te subversief.

Er gebeurt nog iets: Mayfield, die een indrukwekkende falsetto heeft, gitaar heeft leren spelen van een linkshandige en naar verluidt zijn instrument gelijkstemde op de hoge toetsen van zijn piano, krijgt er met de beste wil van de wereld geen drieminutendoowop en -gospel meer uit. Hij gaat solo, en wil moddervette funk laten horen, maar ook tussen blazers en strijkers een harp opstellen. Het leidt tot briljante orkestraties op zijn debuut ‘Curtis’, plaat die hij min of meer zelf producet en op zijn eigen label uitbrengt. In 1970 nog wel! Een jaar voor ‘What’s going on’ van Marvin Gaye. Drie jaar voor ‘Innervisions’ van Stevie Wonder.

De Mayfieldteksten scanderen soms ‘Move on up’ en ‘Keep on pushin’. Meestal zijn ze harder. Mooiste omschrijving van de gettowanhoop: ‘We the people who are darker than blue’. In die song valt halfweg een ritme binnen waarin stoot- en trekblazers een belangrijke bijrol spelen (en het niveau van een Fela Kutiplaat halen). Dat ritme wordt daarna opgehapt door een harp en door een tekst die in die jaren al waarschuwt voor brothers die mekaar naar het leven staan: ‘When the time comes and we are really free / There’ll be no brothers left you see’.
 

 
Op ‘Curtis’ staat ook een treffende, realistische omschrijving van de andere kant van de stad, waar het moeilijk is om nog iets goeds voor mekaar te krijgen: ‘I’m from the other side of town / I never learned to share or how to care / I never had no teachings about being fair / Depression is part of my mind / The sun never shines / On the other side of town’. Ook ervaringsdeskundig waargenomen: ‘The need here is always for more / There’s nothing good in store’. Mayfield zingt het met die prachtige hoge stem van ‘em. De muziek kruipt vanuit een sprookjesharp en een donderregen naar boven, waar een soulmuziekje van strijkers geweldige tegenritmes krijgt. Daarna blazers. Conga’s alweer. Mijn favoriet!
 

 
‘Move on up’ is het funky dansbeest van de plaat en zit vol Gotta keep on pushin’-hoop. Mayfield is als zeer geëngageerde mens altijd aan de gematigde kant van Martin Luther King en Black Power blijven staan en nooit overgezwommen naar de radicale oever van Malcolm X en de Black Panthers. Dat hoefde ook niet, want hij wás al z’n eigen losgeslagen projectiel! De man bracht bijvoorbeeld opener ‘(Don’t worry) If there’s hell below, we’re all going to go’ als single uit: een van de donkerste funksongs ooit. In de intro zegt een depressieve vrouw dat ze heeft zitten lezen in ‘De openbaring van Johannes’, en de muziek klinkt de hele tijd als de stem die ons in die apocalyps toespreekt met de kracht van een bazuin. De overbekende intro luidt: ‘Sisters, niggas, whities, jews, crackers! / Don’t worry, if there’s hell below, we’re all going to go!’
 

 
Mayfield is enorm veel door hiphoppers gesampled, lees ik ergens, maar na wat opzoekwerk blijkt helaas dat de meesten hem een keer te veel op dezelfde plaats bestelen, en slechts één seconde lang. Ultramagnetic MC’s, N.W.A., Tupac, Nas, Kanye West, The Notorious B.I.G., Jay-Z, Del Tha Funky Homosapien: allemaal samplen ze ‘Don’t worry’ op seconde 37, maar alleen om dat woordje ‘niggas’ te jatten. Beetje triest. De Mayfieldcovers van Bran Van 3000, Lauryn Hill, zelfs die van The Jam en Mark Eitzel, ze steken bij mij nergens het licht aan. En wat maken Angélique Kidjo, Bono en John Legend eigenlijk van ‘Move on up’? Om nog te zwijgen van die all over the place-sample van ‘The makings of you’ in een song van Kanye West en Jay-Z.

Ik begin dus stilletjes aan te denken dat echt niemand in de buurt komt van Curtis ter hoogte van ‘Curtis’. Maar dan kom ik bij ‘Pusherman’ uit, een song die Mayfield in 1972 voor de film ‘Super Fly’ maakte. Hij had de rushes van de film al bekeken en vond dat gangsters en pooiers er te nadrukkelijk in verheerlijkt werden, dus gaf hij tegengas in harde lyrics die iedereen op z’n verantwoordelijheid wijzen, ook de potentiële drugsklant: ‘I’m your momma, I’m your daddy / I’m that nigga in the alley / I’m your doctor when in need / Want some coke? Have some weed / You know me, I’m your friend / Your main boy, thick and thin / I’m your pusherman’.

Het beste eresaluut aan de man komt van – of all people – Eminem, die in ‘I’m Shady’ rapt: ‘I got mushrooms, I got acid, I got tabs and aspirin tablets / I’m your brother when you need, some good weed to set you free / You know me, I’m your friend, when you need a minithin / I’m Shady’. Minithin blijkt een in die tijd populair vitaminepreparaat dat overal te krijgen was en dat deed wat die andere drugs ook deden. Hoe verdomd goed was die Eminem, zeg, van aan zíjn andere kant van de sporen, in het blanke trailerpark waar veel mensen op hun eigen manier darker than blue waren!

Eminem wist wellicht ook: áls er al een hel bestaat, dan gaan we er met z’n allen naartoe, so don’t worry! En ondertussen: keep it gangsta!
 

 

 

Kostbare nachttijd

 
image
 
Burial
Truant / Rough sleeper
2012

 

In collecties van zijn oudere broers ontdekte de Londenaar Burial jungle- en garageplaten als ze al lang uit de mode waren.

Wanneer waren ook nieuwe tunes goed? a) als ze donker klonken b) als ze Burials hoofd niet wilden verlaten c) als hij weinig of niets wist over de makers d) als hij ze in ideale omstandigheden kon ondergaan: achteraan in de club, om niets tussen de tune en zichzelf te laten komen e) als drums en bassen rond een vocale sample cirkelden.

Dié drums wilde hij nadoen, als zó’n tune in zijn hoofd zat, dat was voor hem telkens opnieuw het laatste fuckin’ geheim in de muziek dat moest en zou ontrafeld worden. Omdat zijn software ondermaats was, kreeg hij nooit de goeie hoeveelheid drums opgenomen, dus klonken ze niet zwaar genoeg, en dus begon hij ze in gekraak te begraven. Het gekraak van vinyl evengoed als dat van een slecht ontvangen piratenradio, en daar kwamen geluiden van een aansteker bij, of van sleutels, of van regen en vuur. Quote: ‘Ik heb opnames van regen en vuur gemaakt die sommige elektronicaproducers het schaamrood op de wangen brengen’.
 

 

Ik ben hier de twee, drie interviews aan het samenvatten die je met Burial terugvindt. Ze zijn niet toevallig allemaal van 2007. Hij moest toen z’n identiteitskaart tonen omdat de Britse critici hem op handen droegen en hij prijzen begon te winnen. Hij dacht: ik leg het één keer uit, en dan nooit meer.

Burial zei toen: ‘Ik zit te wachten tot het nacht wordt. Ik ga het liefst de stad in als iedereen slaapt. Voelt aan als overwinteren. Soms zie ik mensen rond me wakker worden. Dan word ik een beetje kregelig, want ze stappen zomaar mijn kostbare nachttijd binnen. Ik hou ervan in de regen, in de storm te lopen, de rilling te voelen aan de rand van mijn brein, de sfeer waarin ik eindelijk kan inloggen in dat trieste, verre geluid, dat soms dichterbij komt. Die schreeuw die van ver komt moet ik hebben.’
 

 

Op de beginplaten ‘Burial’ en ‘Untrue’ zijn de referenties ingehouden house en de kop ingedrukte jungle (uitgevoerd, zo lijkt het, op twee metalen staafjes). Prachttracks als ‘Archangel’, ‘Untrue’ en ‘Nite train’ klinken soms een heel klein beetje als Massive Attack, en vonden mee dubstep uit. De muziek was – zeker in zijn geval – geen fuifgeknal, de sfeer was eerder die van de minicab of de nachtbus naar huis.
 

 

Op de ep’s die daarna mondjesmaat verschijnen zijn de dubstep- en minicabreferenties gewoon op. De in 2012 verschenen parels ‘Kindred EP’ en ‘Truant / Rough sleeper’ gaan te voet. Voor mijn part had er naast het Hyperdub-logo op het ‘Truant / Rough sleeper’-vinyl mogen staan: side a. Een blik op hoe de wereld aan het worden is, side b. Een blik op de mutaties die die toekomst weer opheffen.
 

 

Ik hoor ‘Loner’, met ‘Kindred’ het halfdansbare 2/3 van ‘Kindred EP’, eindigen met een weet ik veel waar vandaan gehaalde sample: ‘When you’re alone / hold on / When you’re feeling cold… / hold on’. Wat daarna komt, da’s een boldly going where no man et cetera-kwestie.

Haperingen door beschadigd digitaal signaal hip? Burial last stiltes in die klinken als stadsstroom die uitvalt. Een staande bas, koeienbellen, een fuif die vanuit het toilet lijkt opgenomen, een sax die door een tunnel wordt getrokken, een echo van een popsingle die snel vervliegt, de flarden tekst ‘May you stay forever young’ en ‘The lights surrounding you’: ze kunnen allemaal naar een bijna-rave leiden, maar voor hetzelfde geld staat alles opnieuw lang stil. Een track die ik voor de zoveelste keer beluister gaat na acht minuten een richting uit die ik die track nog nooit heb horen uitgaan.

Burials muziek draaft nooit ter plekke door, maar twijfelt en zoekt. De samples komen uit werelden die nooit de mijne zijn geweest (R&B van het nieuwe millennium, games, een serie als ‘Sons of anarchy’), maar ze kleuren allemaal de mooiste en donkerste tot leven komende stadssoundtrack sinds… even wikken, … wegen … sinds Martin Hannett Joy Division producete.

Fans vullen posts op Youtube met een treinrit doorheen Tokio, met stukken uit een ‘Memento’-achtige film waarin iemand in slaap valt met het boek ‘De idioot’ op schoot, met een zwart-wittekenfilm van een jongen zonder armen:
 

 

Mooie reactie van een liefhebber: ‘Ik woon niet in de stad, ik kom er zelfs niet graag, maar dit klinkt als een goeie omschrijving ervan.’ Ik zweef voor een zoveelste keer met deze muziek over Zuid-Londen. Lichtjes in de verte. Nog meer lichtjes in de verte. Er is in wezen eigenlijk nooit iets veranderd in Burials muziek: hij maakt tunes die moeten klinken zoals zijn favoriete tunes vroeger klonken, en die hoorde hij in afzondering, dus maakt hij ze in afzondering.

Hoogtepunt: vandaag de bas die aan het eind van ‘Truant’ vanop de jungle-, dubstep- en elekronica-oprit sierlijk inritst op de snelweg van de toekomst. Volgende keer weer wat anders, mogelijk de indrukwekkende Aziatische pingpong in de tweede helft van b-kant ‘Rough sleeper’. Iemand is hieronder zo lief de EP om te draaien, want laat op Spotify net ‘Truant/Rough sleeper’ de grote afwezige zijn.
 

 
Ik heb heel lang moeten wachten doorheen Kruder, Dorfmeister, Fennesz, Boards Of Canada, Four Tet e tutti quanti vooraleer ik in de elektronica iemand hoorde die evenveel piept, krakt, knort, herhaalt, varieert, voortzet, kruist en opnieuw dwarst als Aphex Twin, en om het nog beter te maken: voor wie Aphex Twin waarschijnlijk amper een invloed is. Ondertussen hebben we er nog steeds het raden naar wie Burial is. De man dj’t zelfs nooit. In een tijd waarin iedereen dag na dag, ochtend na ochtend, avond aan avond wil weten wie het gedaan heeft, is deze man in de kantlijn verdwenen. Vind ik leuk.

 

 

In brand vliegende strijkstokken

 
image
 
John Adams
On the transmigration of souls
2002

 

Twee waarschuwingen:

1. Met de zeer goeie DVD-serie over John Adams, de 2e president van de Verenigde Staten, heeft ‘On the transmigration of souls’ niks te maken.
 
image
 
2. Spoiler alert! Ik verklap veel, om niet te zeggen alles, over ‘On the transmigration of souls’ van de componist John Adams.

Aan het begin horen we straatlawaai. Ik heb amper x keer in de VS geslapen, maar de sirenes in de verte klinken onmiskenbaar als wat je in een Amerikaanse stad hoort, en die stad is hier Manhattan.

‘Missing’, ‘Missing’, ‘Missing’ klinkt het op het ritme van een hartslag. Oogleden worden al zwaarder. De intercomvrouwenstem doet denken aan de opera’s van Philip Glass en de stemexperimenten van Laurie Anderson.

Strijkers zijn nog aan het opwarmen. Een koor begint heel stil. Een mannenstem noemt John Florio, Christina Flannery en Lucy Fishman zachtjes bij naam. John Florio wordt nog eens vermeld. Richard Fitzsimmons komt erbij. Opnieuw: ‘Missing’.

Onregelmatig vallen namen na en door mekaar, de vrouwen- en de mannenstem worden willekeurig afgewisseld. De laag die erbij komt is die van de boodschappen ‘Remember me, please don’t ever forget me’ en ‘It was a beautiful day’.

Na vier minuten laat John Adams een trompet ‘The unanswered question’ van Charles Ives stelen, schaamtelozer dan Interpol van Joy Division jatte. Natuurlijk heet een sample hier een ode. Het koor zingt voluit ‘We will miss you. We all love you’. Nog meer mensen worden verzocht op het appél te verschijnen, maar superdringend is het kennelijk niet. Lagen lawaai hopen zich op. Het koor gaat ritmisch verder: ‘She. Looks. So. Full. Of. Life. In. That. Picture.’ Engelenstemmen vechten tegen oprukkende chaos tot het een paar seconden stil wordt, en één boodschap alle aandacht krijgt: ‘Eye color: hazel. Hair colour: brown. Date of birth: July ninth, 1963. Weight: 180.’

Meer namen volgen. ‘Jeff was my uncle’ ook. Het koor zingt: ‘The mother says: ‘He used to call me every day. I’m just waiting’. En ook: ‘The man’s wife says: ‘I loved him from the start. I wanted to dig him out. I know just where he is. ‘

In verband met de muzikale uitbarsting die volgt: denk een operaclimax, of iets van Glenn Branca. Denk John Adams’ eigen ‘Shaker loops’. Denk in brand vliegende strijkstokken.

Waarna alles eindelijk stil wordt, zoals in het hoofd van iemand die 30 keer na mekaar ‘Koyaanisquatsi’ zegt, of zoals in ‘Central park in the dark’ van – daar is hij weer – Charles Ives. Alleen is het niet donker en bevinden we ons niet in het mooiste stadspark ter wereld. We zijn afgezakt naar ergens diep downtown in Manhattan, en staren in een immer met spots verlichte immense krater, een gat geslagen tussen hoge kantoorgebouwen. Nog meer namen rollen uit de speakers. Het zijn natuurlijk de namen van mensen die hun graf vonden in Ground Zero, op 9/11/2001.
 
image
 

John Adams is in 2002 een man met een deadline: de première met de New York Philharmonic vindt in Brooklyn plaats op 9/19/2002. Net als iedereen heeft hij de meest herhaalde beelden uit de geschiedenis van het beeld bekeken. Hij focust op berichten van nabestaanden, herdenkings- of vermisttekstjes die overal rond Ground Zero ophangen. Die berichten zijn nergens ingewikkeld: ‘You will never be forgotten’, ‘I love you’, ‘Louis, come home’… Geconfronteerd met essentie reageert een mens kort, direct en to the point. Adams denkt aan de kantoorpapieren die – dit is trouwens echt gebeurd – naar beneden dwarrelden bij de eerste inslag, en ziet de berichten beneden als een soort neerslag ervan. Mooie gedachte.
 

 

In 2001 woon ik korte tijd in de Lemonnierlaan in Brussel, niet ver van het Zuidstation. Als ik op 11 september naar de nachtwinkel ga, staan een paar jonge gasten hun down USA-feestje te vieren. In een snackbar luister ik in die dagen bij een sandwich-Merguez een filosofische conversatie af die gaat over martelaren. Het pitarestaurant op 100 meter van ons appartement, waar we kort daarvoor nog zijn gaan eten, wordt verzegeld: er is genoeg zwavel en oplosmiddel gevonden voor een krachtige bom. Op amper 30 meter blijkt een man met de bedenkelijke geuzennaam Shoebomber een kamer te hebben gehuurd.

Eind oktober 2001 reis ik voor een paar dagen naar Manhattan, om De La Soul te interviewen. In mijn hotelkamer ligt een brief van de burgemeester: ‘Your trip to New York is part of a healing proces’. Ik bezoek de memory space rond Ground Zero met de ‘I miss you’-berichten, en ik wil vooral ramptoerisme, sensatie en sentiment zien. Ik werp waarschijnlijk een keer te veel op dat de Amerikaanse invasie in Panama van 1989 meer doden heeft geëist. Ik ben het eens met een 26-jarige inwoner van Macedonië die zegt: ‘Als zij iemand bombarderen, kraait er geen haan naar, maar als zij geraakt worden, moeten wij allemaal huilen.’

Wu-Tang Clan biedt in 2002 ook al geen hulp: ‘Mr. Bush, step down / We’re in charge of the war’ klinkt nogal warrig; wellicht hebben ze een clanoorlog met Shaolin kung fuzwaarden tijdens de Zhoudynastie onder controle. Bruce Springsteens ‘The rising’ is te beleefd, betuttelend en opvoederig, Jonathan Safran Foers ‘Extreem luid en ongelooflijk dichtbij’ te klef. John Adams’ werk is het eerste 9/11-kunstwerk dat me diep heeft geraakt. Het heeft me doen inzien dat mijn eerste lezing een beperkte, bijna-extremistische lezing van de feiten is.

Iets anders. Mijn compagnon de route op mijn trip naar het Manhattan van oktober 2001 was Ivo Victoria, die in die tijd op het punt stond naar Amsterdam te emigreren en ondertussen een man van een paar romans is. Hij deed ook verslag van onze reis. Dat verslag in z’n geheel is langs hier.

Een fragment eruit:

‘We wandelden helemaal om Ground Zero heen. We zagen steeds minder mensen, steeds minder toeristen, steeds minder posters en bloemen. Aan de noordzijde van de crashsite liepen we alleen op straat. Het was koud. Iets verderop zagen we een grote poort in de hekken. Vrachtwagens reden af en aan en voor iedere vrachtwagen werd de poort door werkmannen zo snel mogelijk open en weer dicht gedaan. We namen positie in aan de overkant van de straat en we wachtten. Na een minuut of tien ging de poort open. Gedurende enkele seconden kregen we vrij zicht op het monster. Het lag roerloos te slapen in de mist, grijs in grijs.’

Ik had die wandeling en dat zicht op het monster volledig verdrongen. Maar na Victoria’s verslag kwam het terug. Het heeft me op een hoger level doen inzien dat mijn eerste lezing van 9/11 een beperkte, zéér extremistische lezing van de feiten was. En één met bijzonder weinig aandacht en empathie voor de slachtoffers.

Ik zet ‘Transmigration’ nog eens op en bekijk google-afbeeldingen van Ground Zero. Een zwart-witfoto trekt mijn aandacht. De bedrijvigheid in de krater is vergelijkbaar met die op de andere foto’s, maar de auto’s zijn niet van deze tijd. Op dit beeld worden funderingen gelegd: de WTC-torens worden opgetrokken.

De vanuit toren één naar beneden waaiende papieren die Adams op muziek zet komen hier en nu op de koptelefoon voorbij: ik beeld me contracten, dienstnota’s, vakantieregelingen, facturen, te doen-lijstjes, kindertekeningen en handleidingen van brandblusapparaten in.

Ik kom ongevraagd uit bij het omgekeerde, een feestbeeld dat New York ooit beroemd maakte, een huldeblijk die een prinses of astronaut te beurt viel in de vorm van een tickertapeparade; oorspronkelijk een regen van smalle stroken papier die in de telegrafie werden gebruikt. Dit plaatje doet zijn werk, ook als aan het eind John Cages favoriete geluid opnieuw opduikt: het New Yorkse straatverkeer.

Wikipediafeit: van de 2974 personen die bij de aanslagen omkwamen, heeft men er slechts 1586 op basis van gevonden menselijke resten kunnen identificeren. Ik ben onvolledig: onlangs is een 1587e lichaam geïdentificeerd.

Ander feit: in de periode na 2001 zijn er lange tijd veel, veel minder aanvallen door haaien in het nieuws geweest.

Voor wie geen Spotify heeft knip ik het volledige ‘Transmigration’ uit youtube. Het beeld blijft roerloos slapen, donkerzwart in donkerzwart:
 

 

De playlist onderaan gaat na ‘Transmigration’ over in een andere favoriet van Adams en komt bij Lou Harrison uit, een Amerikaan die z’n geheel eigen gamelan speelt. Gamelan komt uit wat nu de Indonesië-archipel is. Indonesië is het grootste moslimland ter wereld.

Peace!