Kill all hippies

 
GetAttachment-11.aspx
 
Prml Scrm
Xtrmntr
2000

 

1991. Primal Scream maakt ‘Screamadelica’: dub, gospel, house en psychedelica in een wondermix van Andy Weatherall. In de lange versie van ‘Come together’ zitten stukken speech van de zwarte activist Jesse Jackson op het Wattstax Music Festival in 1972. ‘This is a beautiful day… It is a new day… ‘, horen we. Door de blanke Britten is wat daarop volgt weggelaten: ‘It is a day of black awareness, it is a day of black people taking care of black people’s business’.

Primal Scream samplet ook Jacksons ‘Today on this program you will hear gospel, and rhythm and blues, and jazz. All those are just labels. We know that music is music.’ De Jackson die politiek voor zijn mensen strijdt via ‘We may say that we are in the slums but the slums are not in us’ past niet in het plaatje.

Primal Scream staat in 1991 voor een hippiegloed van wereldwijd drugsbewustzijn, en dus ook voor de berperkingen daarvan.
 

 

Negen jaar later, in 2000, zijn de heren van Primal Scream, ook na personeelswijzigingen, nog altijd even blank, maar de muzikale grenzen van hun rijk zijn flink opgerekt. We krijgen op ‘Exterminator’ een uitgebreide rondgang.

Eerste vaststelling: de openingstrack heet ‘Kill all hippies’ en begint met de CB-communicatie ‘Hello this is gorgeous, can anybody out there read me?’ uit de B-film ‘Out of the blue’ van 1980: ‘Punk is not sexual, it’s just aggression / … destroy, kill all hippies’. En weg zijn we, in een ratrace tussen een sample van D.A.F. (‘Tanz der Mussolini’), en één uit Labi Siffres ‘I got the(blues)’, dat in de jaren daarvoor ook al door Jay-Z, Wu-Tang Clan en Eminem (in ‘My name is’) werd geplunderd, zij het op een andere plek in de song.

Boven die samplewedstrijd zingt Bobby Gillespie met Curtis Mayfieldfalsetto: ‘You got the money, I got the soul / Can’t be bought, can’t be owned’. Dat laatste is waar. In 1991 is Primal Scream deel van een ravescene. In 2000 staat hun sound of disobedience alleen, en volstrekt compromisloos alleen. ’t Was naar mijn gevoel eigenlijk nóg erger. Primal Scream liep in een soort buitenspelval die werd uitgelokt door de beats van Basement Jaxx die popland en de festivalweides veroverden en door de stille overname van honderden zich in een kast vol zelfontplooiing terugtrekkende Duystergroepen.

Primal Scream – Kill All Hippies from Intro on Vimeo.

 
Primal Scream moest zich als verweesde freak verdedigen tegen al wie alleen versleten Stoogesriffs hoorde, of een slechte versie van Chemical Brothers. Kan muziek een tegendeel hebben? Als dat zo is, was ‘Xtrmntr’ in 2000 het tegendeel van zowat al de rest.

Dat kwam: de plaat rammelde met ons zenuwstelsel en zag een kapitalistisch militair onderdrukkingssysteem waar de mainstream z’n roes haalde uit de dotcomzeepbel, de ravepil en de big brotheruitzending.

‘Pills’ is iets tussen bezwering en scheldpartij in: ‘You ain’t nothin’, you got nothin’ to say / Shine a light on you, you fade away’. Aan het eind, na een paar keer ‘Fuck’, ‘Sick’ en ‘Fuck’, volgen nog een paar keer ‘Fuck’, ‘Sick’ en ‘Fuck’, gratis aangeboden door de Steungroep Gilles de la Tourette.

‘Swastika eyes’ is een dansdreun van dezelfde bloedgroep als The Chemical Brothers en met exstacy talking, maar niemand had die drug ooit iets horen zeggen als ‘I see your autosuggestion psychology / Elimination policy / A military industrial / Illusion of democracy’.

In de hymne ‘Keep your dreams’ zingt Gillespie zelfs: ‘I’m going down to the underground, as deep as I can go’, en hij meent het.

De funk is heerlijk zwaar, het industrialluik snoeihard en vuil als de beste garagerock, en de paar tracks die Kevin Shields van My Bloody Valentine mee onder handen neemt dé hoogtepunten: een fusion van rammelgitaren, oorlogsdrums en free jazz, van Robert Wyatt, Can, Fela Kuti, Sun Ra, Velvet Underground, gesmolten lawaai en zingende engelen.

In het helwitte ‘Shoot speed / Kill light’ knalt de gitaar van New Orders Bernard Sumner binnen als een inzicht; één over nostalgie naar de toekomst.

Ik ga eruit met een bluesgedicht van net voor de millenniumwende, vanop ‘The contino sessions’ van Death In Vegas. Tekst en vocalen: Primal Screams Bobby Gillespie:

There are hands in my pockets
Pulling at my spine
Eggs bearing insects
Hatching in my mind
The stones in my shoes get
Sharper all the time
In the soft sick underbelly
In the carcass of these times

 

 

De gunstigste positie ten opzichte van het licht

 
image
 
Gavin Bryars
Jesus’ blood never failed me yet
1971/1993

 

De moeilijkheidsgraad van dit klassieke werk zal niemand overdonderen: ‘Jesus’ blood never failed me yet’ van Gavin Bryars is een doodeenvoudige compositie. Op de partituur staat wellicht: ‘Al roerend opwarmen op een zacht vuurtje, maar niet laten koken’. O ja, het werk wordt bijeengehouden door een gesamplede stem.

In 1971 wordt componist Gavin Bryars betrokken bij een film over moeilijke buurten in Londen, dus trekt hij er met de cameraploeg en de bandopnemer op uit. De filmmakers komen een paar zingende clochards tegen. Bryars mag de opnamen die de film niet halen mee naar huis nemen, en selecteert een man die met een rare, wat melancholieke, maar verder toonvaste stem zingt: ‘Jesus’ blood never failed me yet / Never failed me yet / Jesus’ blood never failed me yet / This one thing I know / That He loves me so’. Hij gooit de sample in de studio in een loop, voegt piano toe en gaat koffie halen. Als hij terugkomt, merkt hij dat de mensen opvallend rustig zijn. Sommigen zijn gaan zitten. Een enkeling is emotioneel diep getroffen. Gavin Bryars weet: strijkorkest en blazers bestellen.

De lp-opname van 1975 duurt 25 minuten, en is uitstekend. De veel te volle cd van 1993, waarop Tom Waits in zijn geheel eigen stijl mee bromt, doet er 74 minuten over.

74 minuten is 170 (!) keer het Jesus’ blood never failed me yet-lied! Deze muziek komt ook bijzonder traag op gang. Strijkers en blazers vallen bijna onmerkbaar in. Er gebeurt nóg veel minder dan in Bryars’ ‘Sinking of the titanic’, dat ten minste af en toe dreigt. Dit gekabbel met de overzichtelijkheid van licht administratief werk is nergens dreigend, onbehaaglijk, hartverscheurend, adembenemend of verontrustend. En toch kruipt ‘Jesus’ blood’ onder de huid.

Wat dit uitstekend maakt? Het blijft een goeie vraag. Ooit zei Simeon Ten Holt over zijn zeer succesvolle minimale compositie voor vier piano’s ‘Canto ostinato’: ‘De herhalingsprocedure doet de muziek naar haar gunstigste positie ten opzichte van het licht zoeken en doorzichtig worden’. Bij ‘Jesus’ blood’ is die herhalingsprocedure in handen van de schildpad die zijn valiumvoorschrift gaat halen, maar ze roept dezelfde transparantie op. En ze is niet gekunsteld of plechtig. We drijven gewoon zachtjes stroomafwaarts. Zo zachtjes dat je de muziek bijna niet hoort veranderen, maar skip ze naar 10 minuten verder en ze is wél anders geworden.

Er zit in de lange versie één kleine oneffenheid in dit voor het overige vlakke landschap: Tom Waits komt na 50 minuten met een six pack Carapils op de bank zitten en luist ook voor de clochard een sigaret af. ’t Is alsof Waits 20 minuten lang ‘In the neighborhood’ bromt; alleen het stuk met de woorden in the neighborhood eindeloos herhaalt, bedoel ik. Achter Waits valt in de laatste rechte lijn een koor in, dat evenmin de volledige aandacht opeist.

Alles wordt hier bijeengehouden door de gestolen vocalen, de rest van de muziek cirkelt rond die kern. Zonder de clochard zou alles onherroepelijk uiteenvallen. Van de man die zonder van iets te weten dit meesterwerkje heeft gemaakt, werd niets meer vernomen. Verbaast me niks: ik heb ook niks meer vernomen van de dakloze die mij een keer heel vroeg ’s ochtends in een wachtruimte van het Brusselse Centraal Station zijn nacht samenvatte: ‘J’ai eu un concert en stereo. Un qui ronflait et un qui ronflait’.

 

 
 

 

‘What the fuck is you talking about?’

 
GetAttachment.aspx
 
Wu-Tang Clan
Enter the Wu-Tang (36 Chambers)
1993

 

Eerst even uw aandacht voor 4 minuten klank en beeld:
 

 

Zo. Op 72 treffen we in één klap negen (!) nieuwe namen: ‘The RZA, The GZA, Ol’ Dirty Bastard, Inspectah Deck, Raekwon The Chef, U-God, Ghostface Killah and the Method Man’. Dat rijmt in 1993 op ‘The Wu-Tang Clan strikes again’. Inderdaad, geen negen, maar acht namen. Rapper van dienst Method Man is zijn collega Masta Killa vergeten. Komt ervan als je je jaarlijkse Clanlidgeld niet op tijd betaalt.

Het devies dat zowel voor een rijmende Method Man als voor mij geldt: check en dubbelcheck in godsnaam namen, feiten en jaartallen. In 1997, periode waarin ik slechts vier jaar achter liep, heb ik in Humo over het debuut van Wu-Tang Clan geschreven dat ik de plaat in de zomer van 1993 heb gekocht terwijl ze pas in november van dat jaar is verschenen. Dat is straf!

Het was goed weer, herinner ik me, toen ik, op wandel in New York, nieuwsgierig werd gemaakt door een grote display in een platenwinkel, met daarop de vleermuis-‘W’, de ‘W’ van Wu-Tang Clan. Ik schreef: ‘We maakten onszelf belachelijk door te gaan vragen of die plaat een must was. De verkoper vroeg: ‘Don’t you know Wu-Tang Clan?’, stopte de plaat vol misprijzen in een papieren zak en zei hoeveel het was.’ Logisch dat die man mij een complete onnozelaar vond. Ik heb ‘Enter the Wu-Tang (36 Chambers)’ in de zomer van 1994 gekocht; een geluk dat-ie nog in stock was.

Ik hoorde, toen ik deze baanbrekende plaat had gekocht, trouwens niks. Ik bedoel niet: het Wu-slangwoordenboek, The Wu-Tang Manual en Tarantino’s ‘Kill Bill’ moesten nog geschreven worden. Natuurlijk hadden wij toen de teksten en de analyses niet, en evenmin de lange lijst van gesamplede platen (die je vandaag meteen kan beluisteren). ‘Wu-Tang’ klonk indertijd sowieso te donker en te anders. Er zaten fragmenten van kungfufilms in, en samples die god weet waar vandaan kwamen. Er was nooit een groep geweest met zoveel verschillende stemmen. En waar hadden die stemmen het over? Over ‘Het Eiland Shaolin’. Over schaken. Over ‘de 36e kamer van de dood’. Of nog: waarom begroetten ze elkaar allemaal met ‘Yo God’?

Neem nu die skit waarin Method Man een obscure kungfuvideo van Raekwon heeft uitgeleend. Op een feestje bij hem thuis is die ontvreemd, en de heren discussiëren daarover als U-God en Ghostface komen vertellen dat een bekende uit de drugswereld is doodgeschoten (‘The nigga laying there with his fucking… All types of fucking blood coming out of his fucking…’), waarna iemand sarcastisch vraagt of hij dood is. Rae begint tot verbazing van Ghost tegen Meth opnieuw over die tape te zeuren, en Ghost vraagt zich af: ‘What the fuck is you talking about?’ Dat is krék ‘Reservoir dogs’, maar slechter opgenomen en met meer slang en meer inside jokes. En vooral: zonder ondertitels. Indertijd een zéér moeilijke plaat dus.

Nu natuurlijk niet meer. Meer dan één Wu Tang-rapper looft in de teksten RZA’s beats, muziek en samples. En terecht. RZA speelt piano als Thelonious Monk en Sun Ra (toegegeven, soms ook als Elton John), het modderige geluid heeft technisch met het beperkte geheugen van oude machinerie te maken – ik voorspel nog meer dan één vintagerevival – en voorbeelden van sublieme old fly shit die RZA als sample opdelft (en waarvan ik het merendeel via de Clan heb leren kennen) zijn er in overvloed.

‘Synthetic substitution’ van Melvin Bliss duikt een paar keer op. Syl Johnsons ‘Different strokes’ (waarvan niet de bekende intro, maar de bas gesampled wordt in ‘Shame on a nigga’), ‘Honey bee’ van New Birth, ‘Spinning wheel’ van Lonnie Liston Smith en ‘Tramp’ van Otis & Carla zijn fantastische schijven.

‘The way we were’ van Gladys Knight & The Pips en ‘Got The (Blues)’ van Labi Siffre maken samen van ‘Can it be all so simple’ een genot. ‘I’ll never grow old’ van The Charmels houdt het machtige ‘C.R.E.A.M.’ bijeen.
 

 

Hoogtepunt is het van de vergetelheid geredde Staxsingletje ‘After laughter (comes tears)’ van Wendy Rene, dat in ‘Tearz’ verwerkt zit in een verhaal van RZA over een drugskoerier die wordt doodgeschoten en één van Ghostface over een man die zonder condoom een hoer neukt en aan aids sterft. Honderdduizenden beluisteringen krijgen al die vergeten sixties- en seventiesoriginals nu op Youtube, en de meeste reacties zijn Wu-reacties.
 

 

 

‘Tearz’ is niet de enige plek waar de Wu-Gambinos uitleggen wie ze zijn en waar ze wonen. Raekwon doet in het hoger vermelde ‘C.R.E.A.M.’ (acroniem voor ‘Cash rules everything around me’) zijn jeugd uit de doeken: scoutskamp, schooltoneel, verdienstelijke tennisranking en ingenieursdiploma zijn woorden die niet voorkomen in ’s mans autobiografie. De compacte, fantastische openingszin is ‘I grew up on the crime side / The New York Times side’: bedoeld wordt dat de Killah Hills van Shaolin Island vaak de misdaadpagina’s halen, maar dan gewoon als de no go zone Park Hill in Staten Island.

We krijgen zelfs ergens de profielen van alle rappers: Inspectah Deck onderzoekt je leugens en sleurt je voor de rechtbank, RZA is kort en scherp als een scheermes, GZA is het tragere, geniale brein, Method Man staat voor roll it, smoke it, Raekwon is als chef uit op een Michelinster als cocaïnekok en Ol’Dirty wordt een bastard genoemd omdat zijn stijl geen vader heeft.

Vreemde momenten zat op ’36 chambers’. Voorbeelden? Het wedstrijdje martelpraktijken verzinnen (iemand klopt een spijker door je teelballen als je niet braaf bent, en als dat niet helpt, naait hij gewoon je gat dicht en krijg je vijf maaltijden per dag). Ol’Dirty laat diarrhea op gonorrhea rijmen. In datzelfde ‘Shame on a nigga’ verspreekt Method Man zich bewust (‘I’m better than my competta / You mean competitor, whatever’) en verwerft daardoor dubbele rijmwoordwaarde. En mijn favoriete, doorgaans onfeilbare rapper GZA laat een steek vallen als hij zijn tegenstander aanraadt volgende keer met een Pamper de arena te betreden. ‘What’s that in your pants, human feces?’, rapt hij, en inderdaad, een drol van een kameel of een gorilla in de broek van zijn uitdager, dát zou pas raar geweest zijn.

Om dé blauwdruk van hiphop te zijn, is ‘Enter’ 14 jaar te laat gemaakt en zijn veel van de New Yorkse hiphoppers die hen voorafgingen al een planeet op zich: in de muzikale Wu-stamboom hoor ik Slick Rick en Gang Starr en Eric B. and Rakim als voorouders, en wat Public Enemy aangaat: Flavor Flavs ‘Yeahhh Boyeeee!’ is al een klein beetje Ol’Dirty’s dronken boksstijl. Waarom ze elkaar trouwens met ‘God’ begroeten? Omdat het 5 percenters zijn. Dat legde ik hier al (uitvoerig) uit.

Van al dat zwaardgekletter en die verstoten monnikensoul ben ik vandaag zo weg van hier dat ik nummer 72 op een belachelijke noot eindig: ‘Seventy-one more deadly chambers to take you through’.

O ja, de playlist met een paar Wu-samplebronnen begint met een a capella. Die hapert een beetje en zit vol stiltes. Gewoon verder luisteren!