‘They’re always different, they’re always the same’

 
image
 
The Fall
The Complete Peel Sessions
1978–2004

 

Eerst The Fall live in New York in 1981 met ‘Totally wired’, een van hun beste en bekendste songs. Er zit een stuk tekst in dat heel veel van Hunter S. Thompson leent, maar ook in een notendop uitlegt wie Mark E. Smith is: ‘You don’t have to be weird to be wired / You don’t have to be a died hair punk funk shit-hot fucked up tick-tock pad / 
You don’t have to be strange to be strangled / 
When the going gets weird, the weird turn pro’.
 

 
De grootste Fallfan aller tijden moet BBC-radioman John Peel zijn: ‘The Fall have given me more pleasure over a longer period of time than any other band, and when people ask me why, I always say: ‘They’re always different, they’re always the same’. I’m not sure if that means anything, but it sounds reasonably good.’

John Peel stierf in 2004 en ‘Fall heads roll’, een van mijn Fallfavorieten, is de eerste die Peel niet heeft gehoord. Vier songs die op de plaat zouden belanden zaten in 2004 wel in de laatste van in totaal 24(!) Peelsessies die The Fall voor de BBC deed.

‘If it’s me and your granny on bongos, it’s a Fall gig’, heeft Mark E. Smith ooit gezegd, en de line up van ‘Fall heads roll’ heeft inderdaad nog weinig te maken met die van het (in deze lijst op 98 belande) ‘Hex enduction hour’ van 23 jaar eerder. Anderzijds: gitarist Craig Scanlon en bassist Steve Hanley waren er wel tot midden jaren 90 bij.

Is Mark E. Smith een paternalistische dictator? Wellicht. ‘Werk, werk, werk’ heeft altijd op de lichtkrant geknipperd die in zijn hoofd aanfloepte als hij opstond en die uitviel als hij al dan niet nuchter ging slapen.

Smith werkt zich zonder om te kijken door veranderingen van line up en door echtscheidingen, en laat meer dan één van zijn vrouwen in de groep spelen.

Wat het is? Bier zonder schuim en sigaretten, een kortverhaal van H.P. Lovecraft, een banjo-interludium, voor de grap een Napoleonpak dragen en iets zeggen als ‘I do feel like an outsider, but I don’t lose any sleep over it’: Ja! De juiste kleren aan hebben, trending en kliekvorming, psychoanalyse, boeddhisme-op-dinsdag en een plaat van Leonard Cohen in de tourbus: Nee!

De Fallzanger is soms Filiberke ter hoogte van ‘Laat me met rust, ik speel vuurtoren’, soms gewoon een dronken karaokezanger die vaak de uitgang ‘-euh’ achter een woord zet, zoals in de song ‘Clasp hands’ (spreek dus uit: claspeuh handseuh) vanop ‘Fall heads roll’.

‘Clasp hands’ is een typevoorbeeld van de voor liefhebbers gestoorde maar geniale rockabilly – ooit hebben we het in ons hoofd weten klikken, dat samenraapsel van alle rare geluiden van Captain Beefheart en Can, van The Velvet Underground en The Monks, van Bo Diddleybeats en pubrock (en van een paar zatlappen die meebrullen met pubrock, van wie er één een kazoo vindt).

Voor Mark E. Smith is ‘Clasp hands’ waarschijnlijk de zoveelste song die in de studio op het eind van de dag van hem werd, op het moment dat hij het gewoon gereduceerd kreeg tot rauw geluid met vreemd gezang erboven.

Voor buitenstaanders zal The Fall altijd een groep blijven die hooguit de preselecties van muziekwedstrijden mag halen.

Overigens, als u the wonderful and frightening world of The Fall nog moet ontdekken, begin bij de song ‘Blindness’ uit 2005: een serieuze lap erop!
 

 
De Peel sessieversie van ‘Blindness’ is een geval van always different, always the same.

 
Ondertussen zijn we dus bij ‘The Complete Peel Sessions 1978–2004’ aangekomen.

‘I am tempted to say that this is possibly the best Fall-session that we have ever had, but I probably said that of all of them’. Op die manier besloot John Peel de laatste Fallsessie (mét ‘Blindness’) die hij in de ether smakte.

Als we in de alles behalve heilige, maar zeer Engelse graal The Fall willen blijven geloven, moeten we terug naar start via de zes cd’s tellende Peel Sessions-box.

Waarom?

1. Omdat een groep als The Fall, als die niet meer maar ook niet minder dan vier of vijf (meestal) nieuwe songs moeten spelen, als ze weten dat ze ermee op de radio gaan komen (en er dus voor moeten zorgen dat het een beetje aan mekaar hangt), maar als ze ook niet té veel prutstijd in de studio krijgen… gewoon op z’n best is, én qua muzikale punch én qua delivery van Mark E. Smith.

2. Omdat John Peel niet zomaar fan was van The Fall. De man maakte al sinds eind jaren 60 radio, en toen het punkgenre zijn programma quasi volledig overnam, was dat naar verluidt niet helemáál naar zijn zin. Het beste aan de post-1976-muziek vond hij de do it yourself-attitude van vele groepen: beetje geld sparen om een plaat op te nemen, die op 750 exemplaren persen, ermee bij hem op de radio komen, daarna ermee stoppen, of niet. Zo klinkt élke nieuwe Fallplaat nog altijd: als muziek die op de valreep op een beperkte oplage is geperst, en als de allerlaatste Fall-muziek die überhaupt zál worden geperst. Ondertussen zitten ze al aan meer dan 30 studioplaten, en weet ik niet zeker of ik er 2 dan wel 3 achter sta.

3. Omdat bij het ‘random’ afspelen van de sessies opvalt dat The Fall eigenlijk altíjd anders uit de hoek komt. De Captain Beefheart- en Caninvloeden nog niet helemaal afgeschud? Moet van voor 1983 zijn. Een echte popsong met een vrouwenstem? Mark E. Smith is hertrouwd. Een tekst waar je geen touw aan vastknoopt? Smith heeft in de pub een gesprek gehad met de William Blake en de J.M.H. Berckmans in hemzelf. Iets denigrerends over lang haar en sneakers en Pearl Jam? Het moet 1994 zijn. Een kerstlied? De opnames vonden in december plaats.

The Fall! Binnenkort kan ik eindelijk meezingen met hun ‘I’m a fifty year old man / What you gonna do about it?’

The Fall! Hieronder een Spotifyselectie van 10 van de 96 Peel sessiessongs.

1. ‘New face in hell’. Voor: het parlando van ‘The gift’ van The Velvet Underground. Na: het halfparlando van ‘Conduit for sale’ van Pavement. Eerste zin: ‘Wireless enthusiast intercepts government secret radio band and uncovers secrets and scandals of deceitful type proportions’. Met kazoo en koeienbel en Mark E. Smith die een gekeeld varken nadoet.

2. ‘Who makes the nazi’s?’ ‘Intellectual half wits’ blijkt een juist antwoord, alsook ‘de BBC, George Orwell en de Birmaanse politie’. Zomaar wat. En toch op de een of andere manier veel beter dan zomaar wat.

3. ‘Eat yourself fitter’. Naar een slogan op een cornflakesdoos. Da’s om een Fallsong vrágen, natuurlijk!

4. ‘Cruiser’s creek’. Uit de rayon ‘Had met veel alsen en veel dans een hit kúnnen zijn’.

5. ‘US 80’s 90’s’. Speelt zich af bij de grenscontrole in Boston. ‘No beer / No cigarettes / Spikes, gin, cigarettes / Whisky / Welcome to US 80s 90s’. Klinkt als de original van drie kwart van het oeuvre van (het overigens fantastische) Girls Against Boys.

6. ‘M-5’. Die M-5 is geen Autobahn, maar gewoon an evil roundabout. De ‘6-7 PM’ uit de tekst is natuurlijk de avondfile. ‘Just a well-read peasant’ is hier korter dan op de officiële release: ‘Just a well-read punk peasant’.

7. ‘Touch sensitive’. Iets onduidelijks van The Velvet Underground gespeeld door dronken skins. En nog uitstekend ook.

8. ‘Theme from Sparta F.C.’ Deze spionkop wil bloed aan de paal: ‘We live on blood / we are Sparta F.C.’.

9. ‘What about us?’ begint met ‘I am a rabbit from East-Germany’. Toch iémand die terugdenkt aan de konijnen achter de prikkeldraad tussen de west- en de oostmuur in Berlijn. Want wat een drama zeg: eerst generaties lang rustig grazen, en dan een deur die plots opengaat en die een konijnenexodus in gang zet.

10. ‘New puritan’. Een song die mij – werkelijk waar – ooit inzichten heeft gegeven; ondertussen wel vergeten waarover. Mark E. Smith dekt zich tegen zijn eigen écriture automatique in met ‘What do you mean: what’s it mean, what’s it mean?’
 

 

Waterhoofdige lusteloosheid

 
image
 
Joanna Newsom
Ys
2006

 

Met de geolocatie-apparatuur waarover ik beschik heb ik plattelandsmuis Joanna Newson ter hoogte van ‘Ys’ nooit kunnen opsporen. Om de simpele reden dat er geen adres bestaat. Wat ik met zekerheid weet: Newsom bevindt zich niet in de stad in Noord-Californië waar ze opgroeide. Opener ‘Emily’ speelt zich af in landbouwgebied. Hooibalen en kruiwagens staan op hellende grond. De bergen zijn grijs en van vilt.

Joanna Newsom, die op haar tweede cd vertelt over een zeer moeilijk jaar uit haar leven, is klassiek geschoolde harpiste. Haar moeder was pianiste die ook harp speelde, haar vader dokter die wel eens naar de sterren keek, en over haar zuster Emily wordt in de gelijknamige song gezegd dat ze astrophysicus (-ca?) is. De Newsomkinderen mochten van hun ouders trouwens nooit tv kijken.

Newsoms songs zijn alles behalve een directe neerslag van gevoelens en gebeurtenissen. Alles zit verstopt in een nevel van wel zeer poëtische beschrijvingen (en van cryptische symboliek). Het wemelt ook van dieren en planten.

De voorgeschiedenis: piepjonge artieste wordt door Devendra Banhart en Will Oldham ontdekt en door critici in de freakfolk-hoek gesitueerd. Haar harpspel wordt op ‘Ys’ opgenomen door Steve Albini terwijl de mix in handen is van Jim O’Rourke. Wie al die namen kent, denkt meteen: dat is niet de b-ploeg van die muzikale subgenres. Boodschap voor wie die namen niet kent: dat is niet erg.

Newsom roept voor de productie van een heus strijkorkest de hulp in van Van Dyke Parks, omdat ze diens ‘Song cycle’ uit 1968, blijkbaar op voorspraak van Bill Callahan, fantastisch is gaan vinden. De van de hak op de tak springende avant-gardeplaat ‘Song cycle’ bevat psychedelica van vroege Pink Floyd en Beach Boysexperimenten, stapt over op vogelgezang, Donovan, een Gershwinorkest en een Hollywoodfamiliefilm, en belandt via Randy Newman en een rondgang in het laboratorium van Disneysoundtracks in een zelfverzonnen prentenboek, ik denk één waarin konijnen geruite pantoffels dragen. Ik heb eens een hele ochtend geprobeerd naar die plaat te luisteren, maar het is me niet gelukt.

De Newsomplaat bevat vijf lange songs en heet ‘Ys’ (spreek uit: ‘Iiiiiis’), naar een verdronken soort Atlantis voor de Bretonse kust! Ai. Op de hoes staat mevrouw Newsom geschilderd als was ze de Mona Lisa zelve (die ik meteen een snor wil opschilderen). Ze houdt een druïdesikkel vast en toont een gechloroformeerde mot in een kadertje. De voortekenen ogen slecht.
 
image
 
Het wordt trouwens nog erger. Dé invloed op ‘Ys’ is de lp ‘Stormcock’ van Roy Harper. Ik heb geprobeerd met de gevoelige ziel Harper mee te reizen, maar ik ben helaas niet toegerust met veel geduld voor progfolk uit 1972.

Er bléven obstructies in de weg staan bij de eerste beluisteringen van ‘Ys’. Niks tegen een harp, hoor. Maar: op ‘Ys’ zit meer harp dan er gitaar zit in ‘Are you experienced?’ Plus: alleen al om song 1 te begrijpen ben ik een belachelijke hoop fauna- en florawoorden moeten gaan opzoeken: bijvoorbeeld meadow lark (weidespreeuw), grouse (korhoen) en peony (pioenroos). Er zingt ook een chim-choo-ree mee, maar dat blijkt een verzonnen vogel.

De allerlaatste hindernis. Hou u vast voor dé zin die mij ei zo na (Zuid-Nederlands) / op een haar na (Noord-Nederlands) deze cd tegen de muur heeft doen kwakken: ‘Peonies nod in the breeze and while they wetly bow / with hydrocephalitic listlessness ants mop up their brow’. Ik vertaal: ‘Pioenrozen knikkebollen bij een licht briesje en hangen doornat voorover, terwijl mieren in hun waterhoofdige lusteloosheid (jawel, waterhoofdige lusteloosheid) hun bezwete voorhoofd afvegen’.

Objectieve samenvatting: Joanna Newsom is niét de songschrijver die het gewoon laat regenen, of die er hooguit bij zegt dat de gewassen op de velden niet aan het verdorren zijn.

Tot daar de minder goeie voortekenen. Waarom ‘Ys’ alsnog op 25 is beland? Omdat het bij Joanna Newsom vooruit gaat. Omdat ik wil weten wat ze mij te zeggen heeft. Omdat ik geloof dat het niet minder cryptisch kón, hoor dat ze zelf heel goed weet wat ze doet en voelt, en zelfs die song van 17 (!) minuten harp, orkest en schrille stem geen composiet oplevert van drie of meer songs, maar er gewoon in één lange beweging uit moest, en pas daarná is bijgevijld en opgesmukt. Omdat Newsom met haar harp vergroeid is zoals Hendrix met zijn Stratocaster.

In opener ‘Emily’ keert Newson terug naar de familiewandelingen van haar jeugd, en droomt ze van haar door positieve wetenschappen geobsedeerde zus die bij het keilen fronst als ze zich afvraagt hoe groot een hoek tussen keitje en water is op het moment dat het steentje kopje onder gaat, terwijl zij zelf ‘een met mica bezaaide modderwolk’ waarneemt, die eruit ziet ‘alsof de hemel op een spiegel had geademd’.

Haar zus en vader wisten bijna alles over de sterrenhemel, en Joanna’s hoofd stond er minder naar, maar ze beloofde hen er ooit een song over te schrijven, gewoon om nooit te vergeten dat ‘een meteoriet de bron van het licht is, en een meteoor gewoon wat we zien, en een meteoroïde een steen die uit de grote leegte komt en nu rustig ergens ligt’. Joanna Newson zal overigens nooit briljante inzichten verwerven over stenen die in de dampkring al dan niet helemaal verbrand worden, want ze verwart meteoriet nog altijd met meteoroïde. Of is dat de bedoeling?

image

Er gebeurt nog van alles in ‘Emily’: iets ernstigs met een vroedvrouw bijvoorbeeld waarbij ook haar zus betrokken wordt omdat die er mensen over inlicht, wat tot roddels leidt, maar de gebeurtenis zelf blijft onopgehelderd. We weten allleen: ‘The talk in town is becoming downright sickening’. In de natuur wordt het ondertussen lente en zomer. In waterhoofdige lusteloosheid verkerende mieren vegen het bezwete voorhoofd nog eens af. Dat mag nu.
 

 

In ‘Monkey and bear’ ontsnappen beide dieren uit een circus, maar wordt de aap de nieuwe circusdirecteur die de beer voor geld doet dansen: op een andere manier valt er volgens de aap voor tam geboren dieren niet te overleven. Ondertussen belooft de aap de hele tijd aan de beer dat hij ooit vrij zal zijn, als hij nu maar verder danst. Doet aan ‘Sommige dieren zijn meer gelijk dan anderen’ uit ‘Animal farm’ denken, maar deze Newsomfabel loopt minder akelig af.
 

 

In ‘Sawdust and diamonds’ doet het orkest niet mee en hoor je dat het woord ‘arpeggio’ afkomstig is van ‘harpeggio’, en dat Newsom probeert Kate Bushinvloeden af te schudden, wat maar half lukt. Het is in deze song dat je schrijver en Newsomfan Dave Eggers gelijk geeft: ‘Kale, kwetsbare, maar onwankelbare muziek, die je zin geeft om ook zo te zijn’.
 

 
Van ‘Only skin’ weet ik nog altijd niet of er met een gewonde, een zieke, een te aanhankelijke, een te zwijgzame of een te veel op seks beluste geliefde wordt geworsteld; de zoektocht naar samenhang in gebeurtenissen en fragmenten en symboliek levert nog minder op dan elders. Maar dit is wel de meest indrukwekkende song: in de finale zit een duet met Bill Callahan; een geweldig contrast van stemmen. Beeld om een – denk ik toch – vastgelopen relatie te vatten: cold clay. Wellicht iets dat niet meer is bij te kneden.
 

 

In verband met afsluiter ‘Cosmia’: iemand op internet weet met zekerheid dat de mot op de hoes van ‘Ys’ een hyena is, uit de familie van de uilen. Voor mensen die hun dieren helemaal niet kennen, dit is geen grap. Latijnse naam van dat nachtbeest: Cosmia trapezina!

I’ll get mi coat! And mi suitcase, want ik moet naar de studentenstad Leiden van 1961.
 

Kutmuziek

 
image
 
Jaap Fischer
De liedjes van Jaap Fischer
1961-1963

 

Voor een korte bio van de Nederlandse troubadour Jaap Fischer (echte naam: Joop Visser) en voor iets over Vissers legendarische 2013-doortocht in een amusementsprogramma op tv is het langs hier.

Jaap Fischer had dus tussen 1961 en 1964 veel succes. En toen vond hij een onzichtbaarheidsmantel.

Wat nóg vertellen? Dat iemand me onlangs een filmpje doorstuurde, en dat filmpje gaat over Kutmuziek op Radio 1. Bedoeld wordt: kutmuziek op de Néderlandse Radio 1.
 

 
De Liedjes Van Jaap Fischer dateren van ruim 50 jaar voor ‘Kutmuziek’. OOR Popencyclopedie zegt: ‘De verzamelaar ‘De Liedjes Van Jaap Fischer’ wordt zeer tegen zijn zin in uitgebracht, maar staat in de zomer van 1997 hoog in de albumlijsten.’

Een geluk dat de zanger zijn zin niet heeft kunnen doordrijven, want mijn vader had een paar Fischerplaten, maar ik weet niet waar ze zijn, en ik heb via deze in 1997 uitgebrachte verzamel-cd (en in die dagen alléén via die cd) de Fischerliedjes uit de periode 1961-1963 kunnen herontdekken.

Een van de redenen voor die Fischerschaarste: voor zover ik er zicht op heb zijn ’s mans liedjes 17 vernieuwingsoperaties geleden al uit Radioland verbannen. In ruil hebben we af en toe iets deftigs gekregen, maar ook veel Kutmuziek.

schrijversinfo.nl zegt: ‘Joop Visser trad in zijn studententijd op onder zijn echte naam: Jaap Fischer.’ Hoezo? Nu ben ik echt in de war.

Stuk van de hoestekst van de EP ‘Monniken/De koning/Peer/Kater/Hutje/De laatste keer’: ‘De chansons van deze moderne Nederlandse troubadour worden gekenmerkt door een merkwaardig gevoel voor humor, gecombineerd met soms bijna macabere cynismen. De lach en de traan zijn beiden vertegenwoordigd in een omlijsting van melodieuze gitaarmuziek. Dat de Nederlandse taal ook in staat is om dergelijke, soms bijna Frans aandoende chansons te produceren, bewijst Jaap Fischer met een voorlopig ongeëvenaard meesterschap.’

1961-1963. Ik kan Fischers werk moeilijk vergelijken met de harde tijden die Bob Dylan in dezelfde jaren in New York doormaakte.

Zijn liedjes hebben ook weinig te maken met wat Serge Gainsbourg in die dagen vingerknippend deed voor een jukebox waar jazz, twist, chachacha en mambo uit kwam.

Kleinkunst is het. Kleinkunst die niet zóveel verschilt van die van Kor van der Goten, een uit iets zuidelijker gelegen lowlands afkomstige zanger. In timbre en cadans legt van der Goten veel meer dan Fischer een carbonnetje onder Georges Brassens, dat wel: ‘Wij bestelden een thee / in een stemmig café / en het ene bracht / ja, ook het andere mee’.

Nog een voorbeeld:
 

 
Klinkt als:

 
Ik heb eigenlijk geen voorbeeldartiest gevonden naast wie Jaap Fischer is gaan lopen. De man is een universum op zich. De studentenstad Leiden dient hem tot achtergrond. Hij fietst er soms dronken in rond, en bezingt in de minst goeie songs zijn katers en de meisjes die hij al dan niet ‘heeft gehad’. Een woordje Latijn binnensmokkelen was toen ook een goeie grap. Er wordt gelukkig nergens een codex opengeslagen op bladzijde 223. Het haar is tot over de oren kort geknipt.

Without furher ado: mijn Jaap Fischer-Top 5! Het allerbeste uit 1961-1963!

5. ‘Jan Soldaat’. Geschreven uit sympathie voor de wanhopige loner. ‘Jan was een vrolijke soldaat / Hij gooide alleen z’n handgranaat / Voor vrouw en kind en vaderland / En hij gooide ‘m alleen van hogerhand’. Mensen spogen voor hem op de stoep. Kinderen riepen pies, poep en vuile, vuile moordenaar. In het hele land was immers geen één militair meer. Alleen Jan bleef over. Maar dan belt de koning: ‘De vijand staat al voor Maastricht / Pak je kanon en doe je plicht’. Verloopt voorts weemoedig, alsook absurd.

4. ‘Tem me dan’. Aan het begin Spaanse gitaar: ‘We zijn bevriende mogendheden / En als je straks wordt overreden / Meld ik me als de dader aan / Zoiets had iedereen gedaan’. Wat volgt munt evenmin uit in rozengeur en maneschijn: ‘Als ik ooit terugkom / Weet dan goed waarom / Niet omdat je mooi bent want dat ben je niet / Niet omdat je slim bent want dat ben je niet / Niet omdat je koken kan, dat kan je niet / Maar alleen omdat ik geen ander weet’. Alles ontaardt in een nog grotere scheldpartij en in de ‘macabere cynismen’ van de hoestekst van hierboven! Ik heb ‘Tem me dan’ ooit horen brengen door een akoestische Daan, in een klein zaaltje van de Brusselse Botanique, voor een voornamelijk Franstalig publiek. Which was nice!
 

 
3. ‘Monniken’: ‘Daar woonden twee monniken Hans en Joop in een klooster op een heuvel / ze sleten hun tijd, en dat was een hoop, met sigaren, wijn en gekeuvel’. Overal de sfeer van afwezige jodelecho’s. Een meisje trekt bij Hans en Joop in, en dat leidt tot een zeugma: ‘In het klooster ging de wijnfles rond / in het dorp de roddelverhalen’. Stichting Okapi/Stichting Jan Rot bekroonde een tijdlang elk jaar ‘jaloersmakende eigenzinnigheid’, en de 2007-versie van ‘Monniken’, die op een in eigen beheer uitgebrachte cd van Joop Visser en zijn vrouw Jessica van Noord staat, kreeg dat jaar die okapi. Jan Rot is een eenmansjury en tevens voorzitter van de Stichting (en in zijn eigen woorden: ook boeker, ontwerper, webmaster en meisje van de publiciteit in één) die een liedkunstenaar bekroont ‘zonder aanziens des persoons, los van commerciële waarde, status of verkrijgbaarheid van het werk’. Visser is niet alleen dé ideale winnaar, hij won in 2007 al zijn tweede okapi. Hij had zich opnieuw ingeschreven met de mededeling: ‘Twee okapi’s is zoveel gezelliger’. Met dit soort onzin kleur ik graag mijn dag.

2. ‘Sprookje’. Een huwbare prinses krijgt drie mannen aan de kasteelpoort die over de liefde komen vertellen: een geleerde, een vreemde snoeshaan en Hans. Natuurlijk wint Hans. Maar hoé? Zoekplaatje met datingtip!
 

 

1. ‘Het ei’: ‘Ik kocht een ei / De melkboer zei / ’t Komt zo onder de kip vandaan / ‘k Ben nog te laat van huis gegaan om ’t mee te kunnen nemen / Hier heeft u een jong leven, voor 16 cent of meer / En namens de ouders smakelijk eten meneer’. Toendertijd schreef men over songs als deze: ‘De lach en de traan zijn beiden vertegenwoordigd in een omlijsting van melodieuze gitaarmuziek.’ In de clichés van onze tijden besluit ik – als betrof het een reactie op een Youtubepost – met ‘Beste. Nederlandstalige. Song. Ooit!’. Maar ik meen het wel.
 

 
Dit zijn ze allemaal:
 

 
Dit is wat op Spotify staat: