Een rattenplaag

 
image
 
Krysztof Penderecki
Van alles wat

 

Tijd voor een overzicht van… de mij bekende Poolse componisten wier naam op -recki eindigt: Henryk Górecki (waarover binnenkort meer) en Krysztof Penderecki.

De -recki’s (spreek uit: [retzskis]) zijn alle twee diepgelovige mensen die al eens een paus eren via een muziekstuk; geen grap. Dat leverde toen de communisten aan de macht waren trouwens geen bonuspunten op. Ook als u in verband met Krzysztof Penderecki denkt: ‘Huh?’, wees gerust: u kent zijn muziek. Wees nog geruster: niet via de paus.

Zijn ‘Polymorphia’ zit in ‘The exorcist’ en ‘The shining’, de ‘Klaagzang voor de slachtoffers van Hiroshima’ (‘Threnody for the Victims of Hiroshima for 52 stringed instruments’) in datzelfde ‘The shining’ en in ‘Children of men’, en de meer recente Passacaglia uit ’s mans 3e symfonie is door Robbie Robertson van The Band geselecteerd voor de soundtrack van ‘Shutter Island’. Allemaal goeie, voor de grote zalen bestemde Hollywoodfilms die de schaduwkant van de mens belichten. De muziek, die is kei-, snoei- en bikkelhard tegelijk.
 

 
Kei-, snoei- en bikkelhard is een beetje overdreven, want naar Penderecki’s normen is het Passacaglia eigenlijk een vrij kabbelende zee. Wie werkelijk een rattenplaag wil horen, of een abattoir vol bloed, of op z’n minst een supergeschikte concertintro van een blackmetalband, die moet ‘Polymorphia’ eens ondergaan: muziek die ook in ‘The shining’ en ‘The exorcist’ wordt gebruikt.
 

 
Penderecki introduceert ook een nieuw notatiesysteem. In ‘Klaagzang voor de slachtoffers van Hiroshima’ worden de 24 violen bijvoorbeeld genoteerd in clusters variërend van 4 tot 12.

Er zijn pictogrammen voor hoogst mogelijke noot, voor fingerpickin’ en voor tussen kam en staartstuk op het hout strijken. De golven van het vibrato zijn breder en minder hoog dan die van het molto vibrato.

De youtubetranscriptie is van Gerubach (die overigens ook ‘Clapping song’ van Steve Reich bewerkte). Good job!
 

 
Penderecki’s muziek van rond 1960 lijkt soms een epiloog bij de 2e wereldoorlog die het land teisterde, en is overal van de hand van een kunstenaar met een zesde zintuig voor het oorlogsleed van anderen.

Niet onlogisch. Auschwitz heet in Polen Oświęcim. Wie alle uithoeken van het kampterrein van Auschwitz-Birkenau wil verkennen – heb ik zelf ooit vastgesteld – moet een parcours ter grootte van een ring rond een Vlaamse centrumstad afstappen.

Ach, Polen. Ooit kreeg het van iemand de prijs voor lelijkste land ter wereld. Ik herinner me dat België verdienstelijk tweede werd.

In ‘De geverfde vogel’ van Jerzy Kosinski wordt geen fraai beeld opgehangen van de Poolse antisemitische plattelandsbevolking. In de graphic novel ‘Maus’ zijn Polen zelfs varkens tussen katten en muizen.

In 1939 zit het land als vanouds gekneld tussen Pruisen en Rusland, dat nu Hitler- en Stalinland heet. Als die twee mogendheden risk spelen en een pakt breken, leven de Polen in een Shot by both sides-achtige situatie.

In het midden van het land weten de mensen niet wie hen gaat komen ‘bevrijden’, en ook niet van wat. Er bestaat een verschrikkelijke, alleszeggende foto van een armtierige welkomsboog met tussen twee swastika’s een hamer en een sikkel. Dié tragedie hoor ik.
 
image
 
Penderecki schreef ook de soundtrack van de film ‘Katyn’. 22.000 Poolse officieren en intellectuelen werden in 1940 vermoord door Stalin, die de schuld in de schoenen van de klotenazi’s schoof.

Katyn-epiloog.

In april 2010 vliegt de Poolse president Lech Kaczyński met een groot gevolg naar Smolensk om vandaaruit naar een herdenkingsplechtigheid in Katyn te reizen. Het vliegtuig stort neer en alle inzittenden komen om.

In november 2010 keurt de Russische Doema eindelijk een verklaring goed waarin wordt erkend dat Stalin persoonlijk het bloedbad bevolen heeft. De klotecommunisten stemmen natuurlijk tegen.

Muziekepiloog.

Radioheadgitarist Jonny Greenwood is Pendereckifan. Greenwood heeft ondermeer de goeie soundtrack bij de goeie film ‘There will be blood’ geschreven.
 

 

Analoge stilte

 

John Cage 4’33” – 1952

Eerste keer ‘Limit to your love’ – versie James Blake: dat zit vol stiltes, zo straf, daar val je van omver. Veel van de beste muziek zit vol witruimte.

4’33” (uitspraak: vier minuten en drieëndertig seconden of vier drieëndertig) is een compositie die in 1952 werd geschreven door John Cage. De Amerikaanse componist noemde het een silent piece. In een opvoering van 4’33” is 273 seconden lang geen noot – of beter: geen enkel bedoeld geluid – te horen. Het is eng en beklemmend. De waanzin ligt inderdaad op de loer.

John Cage was gefascineerd door het bijna-niets. Er waren hem artiesten voorgegaan die met minimale middelen de kleinst mogelijke dingen deden, maar Cage verlegde de grens. Hij sloot zich in een geluidsdichte ruimte op om te ontdekken dat stilte gewoon niet bestaat. Hij hoorde altijd zijn hartslag nog, of het stromen van zijn bloed.

Op Youtube staan een aantal opvoeringen van 4’33”. Een wat stijve, strak in het pak zittende pianist markeert nadrukkelijk de drie delen van de compositie. Ondertussen schuift een voet over de grond, zucht of hoest iemand, rommelt mogelijk een maag.

Er is ook een versie voor groot orkest op een BBC-Promsavond. Veel mensen doen op het podium heel ingespannen en supergeconcentreerd niks. Na deel 1 veinst de dirigent een bezweet voorhoofd, dat hij afveegt met een zakdoek. Uiteraard lacht het publiek; van pure opluchting.
 

 

Er bestaan ook covers van die paar minuten stilte. Van Frank Zappa en Chiccone Youth bijvoorbeeld; the usual suspects. Het groepje The Planets, dat het tot in het voorprogramma van Deep Purple schopt, neemt in 2002 de track ‘A One Minute Silence’ op, en songschrijver Mike Batt laat (Batt/Cage) achter de songtitel noteren. Dat levert hem een copyright-proces op vanwege de erven Cage, die bij deze een taart in het gezicht verdienen. Anderzijds, wat waar en wat vals is in dit proces is niet helemaal duidelijk. Mike Batt zei tevreden te zijn na een minnelijke schikking. Hij zou uiteindelijk geen bedrag ter grootte van een getal met vijf nullen, maar slechts 1000 pond hebben overgemaakt aan The John Cage Trust, een steunfonds voor jonge artiesten. ‘En toch is mijn stilte beter’, zei Batt achteraf. ‘Ze is digitaal, die van Cage is analoog.’ Iemand noteerde nog een Battquote: ‘I think my 1,000 quid was well spent – so long as it didn’t subsidise some avant-garde fucker to write more silence and call it art.’

Mijn favoriete 4’33”-performance is die van 2010 in de televisieshow ‘De wereld draait door’. De pianist is Reinbert de Leeuw. Hij legt op tv uit dat het stuk dwars staat op het tempo van het programma. ‘Hoe mogen we ons hier gedragen?’, vraagt de ook aanwezige praatgast Jan Mulder hem. Antwoord van de Leeuw: ‘Daar heb je het al.’ Hij gaat naar de piano. 273 (!) seconden stilte kruipen binnen in een programma waarin Tourette al eens hand in hand huppelt met ADHD en de hik. Een man in het publiek legt tijdens de performance iets uit aan een vrouw. Iemand drinkt iets. Een paar mensen hoesten. Jan Mulder, die de hele voorstelling lang zijn nagels bestudeerd heeft, maakt aan het eind nog een grap: ‘Nou, indrukwekkend. Ik ben blij dat ik erbij ben geweest. Jaaah!’

Aanleiding voor dat geweldige tv-moment: in 2009 was het een Facebookgroep gelukt Rage Against The Machine op nummer 1 te krijgen in de Britse iTuneshitparade, uitgerekend in de week van kerstmis, periode waarin het de bedoeling is dat de jaarlijkse X-factorhit bovenaan staat. In 2010 probeerden dezelfde mensen het met Cage Against The Machines stiltesingle 4’33”. Het mislukte.
 
image
 

Tegentonen

 

Ik herinner me Henry Rollins op Pukkelpop in 1990 (Aantal podia: 1. Bezoekersaantal: 10.000! Topacts: Faith No More, Nick Cave And The Bad Seeds).

Rollins stond ervan versteld hoe braaf The Buzzcocks in die dagen klonken: ‘Zeker als je het vergelijkt met wat wij met Black Flag deden’, vond de man, en de man had overschot van gelijk. The Buzzcocks mikten even hard op de hitparades als The Who. Black Flag was rauwer en abstracter. Black Flag smaakt naar tomatenconcentraat.

Black Flag elitair? Da’s maar de helft van het verhaal. De evolutie van nieuw, swingend en fris naar moeilijk en tegendraads heeft een keer te veel plaatsgevonden, en in zowat alle mogelijke muziekgenres.

Hardrock trok van Black Sabbath richting Napalm Death. De reggae van The Wailers veranderde in de dub van Lee Scratch Perry. Van de droogleggingfeestjazz uit de serie ‘Boardwalk empire’ wandel je niet in 1-2-3 naar de waanzin van Ornette Coleman en John Zorn. Tussen vroege Detroit techno en ‘Drukqs’ van Aphex Twin lijkt een wereldoorlog te hebben plaatsgevonden, tussen Mozart en Schönberg ligt een eeuwigheid.

Namen al deze vernieuwers zichzelf te veel au sérieux? Zijn het stuk voor stuk elitaire, de wereld met hun eigen navel verwarrende plaaggeesten en blaaskaken die zich boven de massa verheven voelen? Werden al die jaren in het kunstschoolmilieu systematisch wedstrijden Om Ter Raarst Doen gehouden? Hadden sommigen van deze excentriekelingen te kampen met constipatie of breinletsel?

Wie alleen overdag naar Stubru of Klara luistert en ’s avonds verslaafd is aan talkshows op tv, zal misschien geneigd zijn een paar keer ‘Ja’ te antwoorden. Maar wie op de nationale zenders al eens ’s avonds inschakelt voor ‘Select’ en ‘Late night’ – volgend jaar heten die programma’s weer anders, maar the more things change, the more they remain the same – of via internet Antwerpse, Brusselse, Gentse, Leuvense, Vladivostokse ‘studentenradio’s’ weet te vinden, die zal onderkennen: voor veel muzikanten (en luisteraars) heeft het raam van de tegentonen gewoon onherroepelijk open gestaan, en is er geen weg terug.

Onlangs hoorde ik bijvoorbeeld voor het eerst iets van de componist Helmut Lachenmann. Eerste en enige reactie: ‘Wat is me dat weer?’
 

 

Voor alle in onderstaande Tegentonenplaylist opgenomen composities geldt wél: vind ik uitstekend.

De hoogtepunten komen uit de tweede helft:

– ‘Atlantis’ is de beste Sun Raplaat die ik ken.

– Moondog maakt een toccata voor een sleepboot.

– Als ‘Rae’ van Autechre 3’00” ver naar een lager toerental switcht, verzamelt zich bij mij altijd een beetje traanvocht dat eruit wil.

– The Haxan Cloak is een jonge Brit die zijn slagschaduw laat vallen op een verlaten dubstepdansvloer. De celesta is ‘The shining’ versie 2011.

– Arvo Pärts vroege werk ‘Credo’ (uit 1968) treedt redelijk spectaculair uit de oevers van een barokprelude om poldervelden van dolheid op te zoeken middels collectieve koor- en orkestchaos. Waarna je bijna 10 minuten ver de zaadjes kan horen kiemen van Pärts minder atonale, veel minimalere werk van later. Ik las ook ergens dat pianiste Hélène Grimaud een paar wolven persoonlijk kent.

– György Ligeti’s ‘Requiem’ is in 1965 af, maar eind jaren 60 levert Stanley Kubrick er beeld bij. Sindsdien ziet iedereen ze keurig op één rij staan: maan, zon en zwarte monoliet.
 
image