The little differences

 

De cd ‘Blues funeral’ van Mark Lanegan schopt het in 2012 tot een vierde plaats in de Vlaamse Ultratop, in de Franstalige hitlijst blijft hij op vijftig steken.

Aldo Struyf, een Belg die Nederlands spreekt, speelt op vier songs van ‘Blues funeral’ keyboards, en ook andere muzikanten die in het noorden van het land wonen hebben zich over de heer Lanegan ontfermd toen hij een poos down and out in Antwerp was; ze hebben zelfs overal met hem opgetreden.

Maar zoiets creëert nog geen gordijn tussen noord en zuid.

Een andere case is het succesvolle The National. Hoogste notering in Vlaanderen voor ‘High violet’: 3. In Franstalig België: 32. ‘Trouble will find me’: 2 tegenover 25.

Ik kan een paar redenen bedenken, maar die zijn sociologisch niet wetenschappelijk.

Een ander voorbeeld: de door luisteraars samengestelde hitparade van Radio Klara wordt al jaren gedomineerd door Johann Sebastian Bach, in het bijzonder door diens Matthäus Passion.

In de lijst van Musiq3 staat Schubert bovenaan, met zijn geweldige tweede pianotrio, dat bekend is van de film ‘Barry Lyndon’.

Bachs Johannes Passion staat in Franstalig België op 6, de Matthäus Passion is gewoon nergens te bekennen.

Voor alle duidelijkheid: deze weetjes zijn niet bedoeld als munitie om het land te splitsen. Maar evenmin om het te redden.

 

 

 

 

Trouwens: ’t Is vrijdag.

 

 

The Dream Syndicate I en II

 

I.

John Cale, beroemd van The Velvet Underground en van zichzelf, brengt zijn jeugd door in een mijndorp bij Swansea, in Wales. Zijn moeder prent hem in z’n hoofd vooral niet in de put te gaan werken, wat zeer concreet wil zeggen: alleen op zaterdagochtend tot 12 uur (en geen seconde later) spelen met de buurtkinderen, die allemáál tot de mijnen zijn voorbestemd. Daarna muziekles, die bedoeld is om het tot dokter, advocaat, desnoods predikant te schoppen. De liturgische muziek leidt slechts tot het verlangen om op een groter kerkorgel te spelen.

Het dorp wordt ingeruild voor dat beetje meer stad, en in het schoolorkest daar kiest Cale voor de altviool (‘Het droevigste aller instrumenten. Hoe goed of snel je het ook bespeelt, je ontkomt niet aan haar melancholieke karakter’).

In een documentaire over Cales geboortedorp praat de man over kompels met stoflongen: ‘Op zondag, als het stil was, kon je die hóren voorbijwandelen’.

Als hij zich in de adolescentenkamer verstopt, zuigt Cale de wereld op via Radio Moskou, Voice Of America en Radio Luxemburg. Hij is op die manier al een beetje in het New York van Lamonte Young, in wiens slangenbezweerdersensemble hij in 1964 een altviool met snaren van een elektrische gitaar zal bespannen om te gonzen en te zoemen als een eenmanselektriciteitscentrale.

 

 

II.

Er was eens een gewoner groepje, het heette The Dream Syndicate, en ze speelden op hun 1982-debuut ‘The days of wine and roses’ – zo beweerde bandleider Steve Wynn toch – doodleuk The Velvet Underground na ‘omdat ze in Los Angeles zo gegrepen waren door hun geluid, maar nergens hun platen konden vinden’. Da’s, denk ik, een overdrijving.

Maar feiten zijn ook feiten: The Dream Syndicate heet zo omdat dat slangenbezweerdersensemble van La Monte Young, met daarin de jonge John Cale, een tijdlang The Dream Syndicate heette.

Tijdens optredens coverde The Dream Syndicate ‘Sister Ray’ van de Velvets, er werd ergens over 1000 jaar slapen gezongen zoals in ‘Venus in furs’ (ook van de Velvets) en de gitaren klonken meer als die van Lou Reed dan als die van andere in 1982 actieve gitaristen, die bijvoorbeeld bij Chic of Survivor speelden.

The Dream Syndicate was verre van de enige groep die op repetities zoveel mogelijk aandachtpunten uit het Grote Velvet Underground-10-puntenplan ter sprake bracht. Het is gewoon degene geweest die mij de weg heeft gewezen.

 

 

Eurohop

 

Begin 2012. Ik weet niet dat het week van eigen kweek is bij Stubru en evenmin dat de krant De Standaard voor een relletje zorgt met de kop ‘Vlaamse hiphop, niet goed genoeg?’ als ik een eenvoudige maaltijd (en extra’s om in te vriezen) sta te koken en ‘Herinner mij’ van Safi en Spreej opnieuw en opnieuw en opnieuw wordt aangevraagd.

Na een Tiens! en een Damn! denk ik in een zeer korte, bijna-revolutionaire bui: ‘Zouden het deze mannen zijn die het behang met één welgemeende snok van de muur naar beneden trekken, of is dit gewoon de stoptrein tussen Gent (Spreej) en Mechelen (Safi), in redelijk beeld (Youtube, er werd in sneltempo tot 100.000 geteld) en in goeie klank (Stop de persen! Vlaamse hiphop, voor een keer niet uit de grootstad Izzehem, en toch zomaar op de fileradio!)?

 

 

Zomer 2013. ‘Ik lig niet aan de zee, nee / ik ben aan ’t knokke / zodat de kust veilig is voor mijn kinderen’: Safi en Spreej betrekken een stilaan riante woning in het grensgebied tussen Stubru en MNM, maken poppy hiphop met een licht undergroundbovenlaagje, kennen en relativeren zichzelf (in een interview verschillen ze al schertsend van mening over welke boy band uit hun jeugd de beste is: ‘N Sync of Backstreet Boys), maken bijna-hit na bijna-hit en zijn de eerste Vlamingen die kans maken om ooit concurrentie te worden voor ’t Hof van Commerce, met voorsprong de beste Beastie Boys van België.

Ik ben iemand die de Vlaamse rapscene (die tegenwoordig Eigen Makelij heet) mondjesmaat en van ver waarneemt, en doorgaans vind ik dat ze niet hoger reikt dan de enkels van het Nederlandse equivalent (Typhoon, Opgezwolle, De Jeugd, Osdorp Posse…), en door Safi en Spreej hooguit zal worden opgetild tot aan het scheenbeen van deze snel te verlaten metafoor.

En dan moeten we de Duitse en de Franse grens nog over.

Eerst de kerels met goeie schoolrapporten.

Parijs samplet Serge Gainsbourgs ‘Bonnie and Clyde’:
 

 

Berlijn samplet Dmtri Sjostakovitsj’ 7e symfonie:
 

 

Op slag van rust 1-0 voor Frankrijk. Doelpunt van Solaar. De tweede helft is een pak grimmiger. De gelijkmaker van Duitsland staat op naam van Haftbefehl, de spits van Offenbach. Een pletwals, een bruut, een wilde, een barbaar, een gevaarlijke gek, een ongeletterde, een kannibaal. Allemaal waar. Maar wel 1-1.

 

 

 

 

De tekst van het Haftbefehl-refrein? ‘Cho, woher kommt der Benz, von wo? / Woher kommt das Geld, von wo?’. Ik denk dat de Mercedes uit de winkel komt, en het geld van voltijds zwartwerk.

Nog een spotify-playlist erbıj? Nog een spotify-playlist erbıj: