The Dream Syndicate I en II

 

I.

John Cale, beroemd van The Velvet Underground en van zichzelf, brengt zijn jeugd door in een mijndorp bij Swansea, in Wales. Zijn moeder prent hem in z’n hoofd vooral niet in de put te gaan werken, wat zeer concreet wil zeggen: alleen op zaterdagochtend tot 12 uur (en geen seconde later) spelen met de buurtkinderen, die allemáál tot de mijnen zijn voorbestemd. Daarna muziekles, die bedoeld is om het tot dokter, advocaat, desnoods predikant te schoppen. De liturgische muziek leidt slechts tot het verlangen om op een groter kerkorgel te spelen.

Het dorp wordt ingeruild voor dat beetje meer stad, en in het schoolorkest daar kiest Cale voor de altviool (‘Het droevigste aller instrumenten. Hoe goed of snel je het ook bespeelt, je ontkomt niet aan haar melancholieke karakter’).

In een documentaire over Cales geboortedorp praat de man over kompels met stoflongen: ‘Op zondag, als het stil was, kon je die hóren voorbijwandelen’.

Als hij zich in de adolescentenkamer verstopt, zuigt Cale de wereld op via Radio Moskou, Voice Of America en Radio Luxemburg. Hij is op die manier al een beetje in het New York van Lamonte Young, in wiens slangenbezweerdersensemble hij in 1964 een altviool met snaren van een elektrische gitaar zal bespannen om te gonzen en te zoemen als een eenmanselektriciteitscentrale.

 

 

II.

Er was eens een gewoner groepje, het heette The Dream Syndicate, en ze speelden op hun 1982-debuut ‘The days of wine and roses’ – zo beweerde bandleider Steve Wynn toch – doodleuk The Velvet Underground na ‘omdat ze in Los Angeles zo gegrepen waren door hun geluid, maar nergens hun platen konden vinden’. Da’s, denk ik, een overdrijving.

Maar feiten zijn ook feiten: The Dream Syndicate heet zo omdat dat slangenbezweerdersensemble van La Monte Young, met daarin de jonge John Cale, een tijdlang The Dream Syndicate heette.

Tijdens optredens coverde The Dream Syndicate ‘Sister Ray’ van de Velvets, er werd ergens over 1000 jaar slapen gezongen zoals in ‘Venus in furs’ (ook van de Velvets) en de gitaren klonken meer als die van Lou Reed dan als die van andere in 1982 actieve gitaristen, die bijvoorbeeld bij Chic of Survivor speelden.

The Dream Syndicate was verre van de enige groep die op repetities zoveel mogelijk aandachtpunten uit het Grote Velvet Underground-10-puntenplan ter sprake bracht. Het is gewoon degene geweest die mij de weg heeft gewezen.

 

 

Een plek op Pukkelpop tussen zes tenten

 
image
 
Charles Ives
‘Central Park in the dark’
1906

 

Ik worstel met een hardnekkige oorwurm van 1899(!), een aanstekelijke monsterhit uit de tijd van toen zelfs wijlen de presentator van ‘De tijd van toen’ nog niet was geboren. De song heet ‘Hello Ma Baby’. Ze werd eerst via bladmuziek verkocht, en een paar jaar later via papierrollen met gaatjes voor in de pianola. De tekst van het refrein: Hello ma baby / hello ma honey / hello ma ragtime girl.
 

 

‘Hello Ma Baby’ is een van de vele coon songs die hits zijn geworden. Een coon song moest over negers gaan. Over negers die gokken, negers die liever stelen dan hun boterham verdienen, negers die geweld gebruiken (gelukkig vooral tegen andere negers), negers die er allemaal hetzelfde uitzien, negers die het enige ras zijn zonder vlag (‘Every race has a flag but the coon’), negers die door discipline, opleiding of geld proberen de status van blanken te bereiken, maar natuurlijk lukt dat alleen in hun dromen, wat had je gedacht, het zijn tenslotte negers.

‘Hello Ma Baby’ is een beschaafde coon song over negers die met elkaar telefoneren. Toen nog een nieuwigheid. Ik bedoel telefoneren in het algemeen.

Er is plaats noch tijd voor een pamflet over raciale vooroordelen van lang geleden. De waarheid is trouwens dat ook zwarten coon songs schreven en dat de populariteit van de ragtimeritmes de weg zou plaveien voor gitzwarte blues en jazz. Concreet: voor Bessie Smith en Louis Armstrong.

Nog één raadsel: coon is een afkorting van raccoon, maar geen enkele van mijn zwarte muzikale helden lijkt op de procyon lotor, de gewone wasbeer. Of zou het te maken hebben met eten uit de vuilbak stelen?

Genoeg. ‘Hello ma baby’ wordt hier vermeld omdat New Yorks componist Charles Ives het een dikke minuut lang citeert / vermaalt / samplet / covert / mash-upt in wat voluit ‘Contemplation of nothing serious or Central Park in the dark’ heet, een compositie van nog geen 10 minuten van begin vorige eeuw.

‘Central Park in the dark’ is een nocturne die begint met zachtmoedige strijkers, maar er ruist al wat in het struikgewas. Na vier minuten speelt een piano een ragtimedeuntje. Vanaf minuut 6 trekt zich een kakofonie van caféliederen op gang die over het park waaien en die Ives nergens met mekaar verkneedt, integendeel: ze blijven elkaar de boventoon betwisten tot er één wint en dat is ‘Hello ma baby’ – achtereenvolgens gespeeld op een piano en op een irritant hoge klarinet (een esklarinet!), waarna ook een fanfaretrommel invalt. Nogal bruusk verdwijnen al die waanzinnige uitgaansgeluiden – denk een plek op Pukkelpop precies tussen zes tenten – en blijven alleen de zachte strijkers over. De laatste nachtraven nemen de laatste paardenkoets naar huis. Central Park wordt opnieuw een minijungle van wormen en muizen en uilen.
 

 

Charles Ives’ vader was een bandleider die ooit twee fanfares langs elkaar heen liet marcheren om te horen hoe dat klonk. Zijn zoon speelde orgel in een kerk, en schreef in 1902 een cantate die lovende recensies kreeg, maar een week na de première gaf hij zijn muzikale carrière op (naar verluidt vond hij de klassieke muziekscene een bende sissies) om in zijn onderhoud te voorzien door levensverzekeringen te verkopen. Hij stippelde verkooptechnieken uit voor handelaars in polissen, en was daar zeer succesvol in. Hij leefde niet in een vochtige zolderkamer. Componeren deed hij in zijn vrije tijd.